Maxime Verhagen: kapotgeframed

Maxime Verhagen verlaat de Tweede Kamer. Weinig andere politici werden zo persoonlijk op hun karakter aangevallen als hij. Hoe ging dat in zijn werk? 

Je kunt het hartgrondig oneens zijn met iemands politieke visie of met de manier waarop hij zich manifesteert en diezelfde persoon toch een toffe peer vinden. Zo twijfelen we er niet aan dat het gezellig bier drinken is met, laten we zeggen, een Geert Wilders. Bij meerdere gelegenheden roemden CDA en VVD zijn betrouwbaarheid: met de man vielen prima afspraken te maken. Een man een man, een woord een woord. Toen Wilders te elfder ure een U-bocht maakte in het Catshuis, riep geen enkele politicus dat hij qua karakter nu ineens een onbetrouwbaar sujet is, of een rat, of een geslepen machtswellusteling.

Dat is wel wat er werd geroepen over Maxime Verhagen. En niet eventjes, maar jarenlang. In elk profilerend artikel in de krant werd de CDA-voorman getypeerd op basis van malicieuze kwalificaties die anderen (zoals oud-PvdA-fractievoorzitter Jacques Tichelaar) hadden gegeven over zijn karakter. In interviews werd hij er keer op keer over doorgezaagd. Let wel, over zijn persoonlijke eigenschappen, dus niet alleen over zijn capaciteiten als politicus of bewindspersoon – daarover werd veel minder geklaagd. Nee, Maxime Verhagen was een sluwe vos, een rat, een slang. Keer op keer kregen journalisten het te horen. En om in faunatermen te blijven: op den duur papegaaide iedereen elkaar na. De framing van het karakter van Maxime Verhagen was een feit.

Nu zou het kunnen kloppen dat de man inderdaad een naar karakter heeft. Dat is in dit verband even minder relevant: het gaat erom dat Verhagen als een van de weinige politici zo onbeschaamd op zijn inborst werd beoordeeld. We kenden ook het geval van Wouter Bos. “U liegt en u draait”, hield Jan Peter Balkenende hem ooit voor in een radiodebat. Bos moest zich vervolgens jarenlang verweren tegen het imago van onbetrouwbare leugenaar dat hem tot vervelens toe werd ingewreven. Die repetitie is funest: het maakt dat mensen gaan geloven dat er wel iets waar moet zijn van de aantijgingen.

Toen HP/De Tijd afgelopen december Maurice de Hond opdracht gaf een onderzoek te doen naar de betrouwbaarheid van politici, deden we zelf een duit in het zakje. Dat was geen vooropgezet plan: we konden simpelweg niet om de uitslag heen. Nederlanders beoordeelden Maxime Verhagen (samen met Hans Hillen) als iemand bij wie ze in oorlogstijd nooit zouden willen onderduiken, van wie ze geen tweedehands auto zouden kopen, bij wie ze hun peuter niet zouden willen laten logeren en bij wie ze de hoogste rente verwachten wanneer ze geld van hem zouden lenen. De man heeft een serieus imagoprobleem, oordeelde politicoloog André Krouwel. Hij komt kennelijk niet betrouwbaar over. En we zeggen het nog maar een keer: of dat overeenkomstig de werkelijkheid is, doet er even niet toe. Het gaat erom dat mensen het slachtoffer kunnen worden van een imago dat hen eindeloos wordt aangewreven.

Dat blijkt dus te kunnen. En niet alleen in de politiek. In de gewonemensenwereld krijgt ons karakter ongewild een etiket opgeplakt doordat er over ons wordt geroddeld (zelf doen we dat natuurlijk nóóit). Dat is ook een vorm van framing. Niet alleen onze werkcapaciteiten gaan over de tong, maar ook ons karakter – de baas heeft de begroting mooi rond, maar hij is wel een arrogante bullebak. Het is sociaal wenselijk om de woorden van een roddelaar te bevestigen; diegene heeft je immers in vertrouwen genomen. Zo versterkt kwaadsprekerij zichzelf. Er zijn ook voordelen van roddelen: het versterkt de sociale cohesie, het verstevigt de informatiepositie en het maakt duidelijk wat de informele regels zijn in een groep. Maar de nadelen zijn ook evident: een kundig persoon kan kapot worden gemaakt. Dat zou zomaar het geval kunnen zijn geweest bij Maxime Verhagen. Maar we kunnen natuurlijk niet uitsluiten dat hij ook wérkelijk een onuitstaanbare man is.

Meer leuke content? Like ons op Facebook