Wie maakt me los? Het succes van de vrijmarkt verklaard

Ieder jaar is er op Koninginnedag weer die verbazing. Grote kerels, vaders van gezinnen, bazen van bedrijven, gehuld in oranje hobbezakken, met op hun hoofd een oranje plastic kroon en op hun wangen streepjes rood, wit en blauw aangebracht. En steevast in de hand een blikje bier, hoe vroeg op de dag het ook is. Nog groter is de verbazing over het succes van de vrijmarkt.

Ieder land heeft een nationale feestdag en dan trekt het volk erop uit naar bos of hei of het attractiepark, maar in Nederland gaan we handeltje drijven. We ruimen onze zolders op, vechten vervolgens om een mooi plekkie op straat of plein en verkopen daar dan de rommel voor een appel en een ei. Elk gehucht, elke nederzetting in dit land heeft een vrijmarkt en het trekt overal massa’s mensen aan.

En die sfeer, ja, die móet gezellig zijn. Het is een broeierige geanimeerdheid. Klein, kneuterig, Hollands, maar ongevaarlijk verder. Het zijn beelden die zo uit het archief van het aloude Polygoon-journaal kunnen komen. Ergens in de verte klinkt de echo van Philip Bloemendal (“Ook dit jaar bezochten vele tienduizenden de jaarlijkse vrijmarkt in dorp en stad.”).

Is de vrijmarkt en de bijbehorende landgenoot, een typisch Nederlands verschijnsel? Ja, zegt Ineke Strouken van het Nederlands Centrum voor Volksvermaak en Immaterieel Erfgoed. De vrijmarkt op Koninginnedag is vooral begin jaren tachtig in korte tijd heel populair geworden toen koningin Beatrix brak met de traditie van haar moeder om thuis op het defilé van Soestdijk de felicitaties van het volk te ontvangen, en het volk juist in haar dorpen en steden op te zoeken. Maar al in de middeleeuwen bestonden er jaarmarkten op welke dagen de strenge regels van de gilden even niet golden en mensen geheel vrij konden handelen. Op oude schilderijen met het thema boerenkermis is goed te zien dat die vroegere jaarmarkten veel weg hadden van onze huidige vrijmarkt.

Het succes van de vrijmarkt heeft er volgens Ineke Strouken ook mee te maken dat Nederlanders dol zijn op regels maken, maar ‘we zijn nog doller op regels ontduiken’. Op de vrijmarkt leven wij ons dus van harte uit.

Maar hoe zit het met die malle verkleedpartijen? Ook dat zit ons volgens Strouken in het bloed. De sporen van de vroegere verkleedpartijen zijn nog te zien op het sinterklaasfeest, driekoningen en carnaval. Plus nu dus Koninginnedag. “Koninginnedag en de bijbehorende vrijmarkt ligt heel dicht bij de tradities die wij generaties lang aan elkaar door hebben gegeven,” aldus Strouken.

Cultuurbeschouwer Herman Pleij geeft in zijn bundel Hollands welbehagen een andere verklaring. Hij spreekt van een ‘koorts’, van ‘oranje exhibitionisme’ die voortkomt uit een behoefte om het verlies van het traditionele nationalisme, dat immers is besmet door oorlogen en racisme, te compenseren. Bij alle ingrijpende veranderingen in de wereld, de ‘overweldigende technocratisering’ en ‘verbijsterend snel oprukkende eenvormigheid’ in sociaal, cultureel en politiek opzicht is de natuurlijke behoefte aan saamhorigheid en identiteit bepaald nog niet verdwenen. ‘Inhaalnationalisme’ noemt Pleij dat.

Hoe het ook zij, ook dit jaar zullen weer honderdduizenden de vrijmarkten afstruinen en ongetwijfeld zal door de economische crisis de koopjeshonger heviger zijn dan ooit. Want los van welk inhaalnationalistisch gevoel ook, Nederlanders zijn en blijven een inhalig volkje.

Overigens zou ik van deze gelegenheid gebruik willen maken om uw aandacht te vragen voor een in prima conditie verkerende, amper gebruikte oma-fiets die ik, speciaal voor u, mag aanbieden voor de prijs van, niet vijftig, niet veertig, niet dertig, maar slechts vijfentwintig euro. Wie maakt me los?

 

 

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Frans van Deijl