Mensen willen de koningin nu eenmaal even aanraken

Als Oudjaar typisch een feest is voor de jeugd van 15 tot 35, dan valt Koninginnedag traditioneel toe aan de 15-minners en de 40-plussers. Oudjaar staat in het teken van vuurwerkgeknal, fikkie stoken en heel veel alcohol, terwijl Koninginnedag toch vooral iets kneuterigs heeft met z’n oranje tompoezen en braderieachtige vrijmarkten.

De uitzondering hierop vormde Amsterdam, dat de afgelopen twintig jaar in toenemende mate geïnvadeerd werd door vooral jongeren van buiten de stad die de gelegenheid te baat namen om eens flink uit hun dak te gaan. Met alle voorspelbare gevolgen (opstoppingen op stations, brallende feestvierders die te veel ruimte innemen, dronken opstootjes, ambulances) vandien.

Door verplaatsing van de dancefeesten naar de randen van de stad en strikte anti-alcoholmaatregelen werd de invasie dit jaar beperkt tot hanteerbaar niveau, zodat er eindelijk weer eens teruggekeken kon worden op ‘een gemoedelijke sfeer’ in de hoofdstad. Dat is precies zoals Koninginnedag eruit hoort te zien: optochten, kleding en prullaria die van eigenaar wisselen, kinderen die munt slaan uit vioolspel en inventieve kunstjes, vette snacks en overal oranje parafernalia.

En natuurlijk met de koninklijke familie, die zich niet alleen toont aan het volk, maar ook daadwerkelijk meedoet met de spelletjes. Concreet, lijfelijk, tastbaar. Elk jaar weer wordt er gemeesmuild door commentatoren over de bereidheid van de Oranjefamilie om zich de hele poppenkast te laten aanleunen en inderdaad een greep te doen in een kindergrabbelton of in een zeepkist plaats te nemen en een heuvel af te karren. Willem-Alexander was niet te beroerd om een oranje wc-pot zo ver mogelijk weg te slingeren en Jean-Pierre Geelen (tv-recensent van de Volkskrant) had voor hem de olijke kwalificatie ‘pleefiguur’ paraat. Albert Verlinde klaagde dat hij zich verveelde en dat het feest nodig aan modernisering toe was.

Het is ook nooit goed of het deugt niet. Stel je voor als de kroonprins meegedaan had aan een potje dwergwerpen of een blikje aan de staart van een kat had vastgebonden voor een kattenhardloopwedstrijd! Of als de Oranjes zouden meedoen aan een mega-dance-event. Er valt ongetwijfeld nog veel spannender vertier te verzinnen, maar het is niet de taak van de koninklijke familie om de grenzen van de gemoedelijkheid op te zoeken. Hun opdracht is het om op Koninginnedag fysiek aanwezig te zijn met hun allen, zodat de bevolking hen kan zien, eventueel aanraken en een gevoel van verbondenheid kan ervaren. Vergeleken met het défilé van vroeger, waarbij de onderdanen nederig langs het bordes sjokten en alleen maar mochten zwaaien, glimt de huidige opzet, een bad in de menigte, van moderniteit en gelijkwaardigheid.

Grote delen van de bevolking (de 15 tot 35 crowd, de intellectuelen, de republikeinen) hebben niets met het koningshuis. Waarschijnlijk zien de Oranjes zelf Koninginnedag ook meer als een verplichting dan als een verzetje. Des te lofwaardiger dat Willem-Alexander zijn best deed met die wc-pot. Gemoedelijkheid betaamt een moderne vorst.