Waarom ik niet bij de nieuwe vakbond ga

Jetta Klijnsma heeft de plannen voor de Nieuwe Vakbeweging gepresenteerd. Als jongste (26) redacteur van HP/De Tijd kreeg ik de vraag waarom ik geen lid ben van een vakbond. Om eerlijk te zijn: ik heb er nooit serieus over nagedacht. In mijn beeldvorming bestaat de vakbeweging per definitie uit boe-roepers. Bijvoorbeeld als de overheid moet krimpen omdat we in Nederland te veel geld uitgeven. Natuurlijk, ik weet dat ze meer doen dan dat en ongetwijfeld goede bedoelingen hebben. Maar dat denk ik bij SP’ers ook altijd, en toch vind ik dat ze niet de beste ideeën aandragen. Dat ik me er beperkt in heb verdiept is voor een deel gemakzucht: het systeem werkt ook wel zonder dat ik me er actief mee bezig houd. Al is het een systeem dat ik niet zelf zou hebben bedacht.

Zonder het ontstaan van werknemersorganisaties in de negentiende eeuw had de wereld er waarschijnlijk anders uitgezien. De arbeider werd uitgebuit en was rechteloos overgeleverd aan een kleine elite van rijke industriëlen. De vakbonden hebben er mede voor gezorgd dat Marx’ voorspelde communistische arbeidersopstand niet heeft plaatsgevonden.

Dat is historie. Wat doen de bonden nu? Het zegt genoeg dat ik daar over moest nadenken, maar toch: een CAO waarin onder meer een jaarlijkse loonsverhoging met de inflatie wordt geregeld, een pensioenakkoord dat wordt uitonderhandeld. Als ik word ontslagen dwingen de bonden een sociaal plan af en ze bieden juridische ondersteuning waar nodig aan ondernemingsraden.

Heb ik daar niet een paar honderd euro per jaar voor over? Nee. Ik geloof dat er, wanneer dat nodig is, verbanden ontstaan om het belang van de werknemers te behartigen wanneer dat nodig is. Doeltreffende ad-hoc organisatievormen die snel uit de grond worden gestampt om dat te doen wat nodig is. Kijk naar de actie rond oorlogsmisdadiger Joseph Kony; daar werd in korte tijd een internationale druk uitgeoefend waar vakbonden nog wat van kunnen leren.

Het klinkt misschien wat naief, maar zonder bewijs van het tegendeel weiger ik te geloven dat werknemers in Nederland werkelijk worden uitgebuit, of dat mensen zonder enige noodzaak worden ontslagen. In Nederland regeert doorgaans de redelijkheid. ‘Dit land kan zoveel beter’, zei Wouter Bos. Tuurlijk, maar bovenal leven we in één van de hoogst ontwikkelde landen ter wereld, ook op sociaal gebied.

De vakbeweging doet in mijn optiek niet altijd het goede, zoals het zo lang mogelijk uitstellen van de verhoging van de pensioenleeftijd. Het is ook simpelweg niet mogelijk om ieders individuele belang ten volle te behartigen. Het feit dat ik, binnen één bedrijf, kan kiezen uit verschillende vakbonden, nog los van hun interne verschillen van inzicht, zegt in dit verband genoeg. Ik word geen lid van een club die (ook) dingen doet waar ik het niet mee eens ben. Ik ben daarom ook geen lid van een politieke partij, al stem ik wel.

Daarnaast ben ik er niet van overtuigd dat vakbonden de meest effectieve organisatievorm zijn voor het doel dat ze willen dienen. Bij ad-hoc organisaties wordt er iets opgetuigd voor een bepaald doel. De vakbeweging is omgekeerd bezig: een bestaansrecht zoeken voor een staande organisatie. De echte nieuwe vakbewegingen hebben dat niet nodig.