4 mei debat: het blijven Duitsers

De discussie over dodenherdenking is weer actueel: herdenken we met of zonder Duitsers? De visie van twee HP/De Tijd-redacteuren.

‘De Duitsers moeten ons met rust laten’
Op 4 mei om klokslag acht uur zijn wij thuis altijd twee minuten doodstil. Dat was bij mijn ouders vroeger al het geval en die traditie heb ik voortgezet. Zelfs toen de kinderen nog zo klein waren dat ze amper gestuurd konden worden, bleken we toch in staat hen gedurende honderdtwintig hele lange seconden hun mondjes te laten houden. Nu zijn ze al ouder en ook bij de oudste kwam laatst die ene vraag: ‘Pap, het is allemaal zo lang geleden. Kunnen we er niet een streep onder zetten?’

Het is nog net geen blasfemie, maar wat mij betreft komt het in de buurt. De herdenking op 4 mei op de Dam en tal van andere plekken in ons land mag nooit afgeschaft worden. Sterker nog, hoe langer het is geleden, hoe intenser bij mij de beleving wordt van wat er toen is gebeurd. Hoe meer afstand, hoe groter die oorlog lijkt te worden. Alsof de tussenliggende tijd die bange, enge periode ‘40-’45 eerst tot bedaren moest brengen om hem daarna langzaam en met mate daadwerkelijk te doorgronden. Het is een verschijnsel dat oorlogsslachtoffers ook vaak overkomt. In de eerste jaren na de oorlog ging al hun tijd en energie op aan het opbouwen van een nieuw leven, en pas als ze met pensioen gaan, als er tijd in overvloed komt, keren de herinneringen terug en met de kracht van duizenden boemerangs tegelijk.

In die jaarlijkse twee minuten staan we stil en vallen we stil om vat te krijgen op het onbegrijpelijke en het onvoorstelbare, wat na afloop dan weer een onmogelijkheid bleek te zijn: we zullen nooit snappen wat de Duitsers destijds bezielde om zes miljoen joden te vergassen. In die twee minuten luisteren we naar de stilte van de leegte die al die dode mensen hebben achtergelaten. Ook bedank ik hen die hun leven gaven voor mij en u.

En dan de Duitsers, moeten die erbij, op 4 mei en/of op de vijfde als we ons massaal naar de bevrijdingsconcerten begeven? Voor mij hoeft het niet. Ik zou het zeer ongemakkelijk vinden als ik met een Duitser op 4 mei schouder aan schouder op de Dam twee minuten stilte in acht neem. Het is ook nergens voor nodig. Onnodig politiek correct vertoon in de categorie ‘kijk ons eens fijn vergevingsgezind zijn’. Vergeven zullen we op den duur wel een keer, in elk geval kunnen we ernaar streven, maar vergeten kunnen we nooit. De Duitsers zijn onze buren met wie we een uitstekende verstandhouding hebben, maar op deze dagen en vooral op 4 mei moeten ze ons met rust laten. Het blijven Duitsers. Volgens mij begrijpen de Duitsers  zelf dat maar al te goed.

Frans van Deijl

‘Verdeeldheid leidt tot meer ellende’
Zodra het Oud en Nieuw was en ik aan mijn oma vroeg wat ze had gedaan om het oude jaar uit te luiden en het nieuwe te beginnen, was haar antwoord: ‘Vroeg naar bed, jongen’. Later vertelde mijn moeder dat ze dat niet zei omdat ze moe was, maar omdat ze het vuurwerk niet kon verdragen. Zodra ze de knallen hoorde, dacht ze aan het bombardement op Rotterdam van 1940. Ze had de vliegtuigen gezien. Ze had de bommen zien vallen, de grond voelen trillen en ze had gezien hoe de allesverwoestende vlammenzee de stad had overmeesterd.

Op 4 mei hou ik dus om klokslag acht uur mijn mond dicht. Om aan mijn oma en aan mijn andere familieleden te denken die de oorlog hebben doorgemaakt. Ik heb geen idee hoe het moet zijn geweest om zo lang onder het bewind van de Nazi’s te moeten hebben geleefd. Hoe erg het is om niet te weten wanneer die ellende ophoudt. Om toe te moeten kijken hoe je wereld wordt vernietigd en hoe je het met steeds minder moet stellen. Mijn oma vertelde er niet graag over. Mijn opa nog minder. Hij was zo getraumatiseerd dat hij de woorden niet kon vinden om uit te leggen wat hij had gezien en gevoeld.

En dat is natuurlijk allemaal de schuld van de Duitsers. Van de Nazi’s. Van Hitler. Ik snap ergens wel dat het wrang is om het volk dat destijds zoveel ellende heeft veroorzaakt, bij een herdenking aanwezig te laten zijn.

Toch denk ik dat het goed is om de Duitsers juist bij de dodenherdenking te betrekken. Om de simpele reden dat mijn opa en oma me leerden dat verdeeldheid tot ellende leidt. Weren we de Duitsers dan maken we duidelijk dat we ze de oorlog nog altijd aanrekenen. Punt. Geen discussie mogelijk. We plaatsen een wig tussen ons en hen in.

Vrij hypocriet vind ik dat. Want de rest van het jaar doen we dat niet. Rijden we in dikke Duitse auto’s. Kijken we hoopvol naar Angela Merkel en wensen we haar veel wijsheid toe omdat onze economie zo vergroeid is met die van onze oosterburen. We gaan een lang weekend naar Oost-Berlijn om ons te laven aan de hippe underground-scene. Waarom doen we dan een avond in het jaar alsof ze nog steeds de slechtste mensen op aarde zijn?

De nadruk ligt hier inderdaad op ‘nog steeds’. Ik heb namelijk nog nooit in mijn leven een Duitser ontmoet die ook maar een zweempje nazisme ademde. Het valt me juist op dat ze zich zo ver mogelijk van het oorlogsdenken distantiëren als mogelijk. Ze schamen zich. Ook als ze, net als ik, zelf geen herinneringen hebben aan die tijd.

Is het dan niet verstandiger om ze de hand te reiken en te zeggen dat ze erbij mogen zijn? Niet om de gruwelijke misdaden uit die tijd weg te poetsen, maar juist om duidelijk te maken dat we nu in een andere wereld leven waarin we zij aan zij proberen er nog wat van te maken? Ja het klinkt vies, maar in deze crisistijden zou het ‘samen staan we sterk’-gevoel ons door de ergste oorlog heen moeten helpen. Onze wereld beperkt zich al lang niet meer tot de landsgrenzen, maar gaat daar ver overheen.

Ivo van Woerden

Frans van Deijl en Ivo van Woerden