Amerikaanse praktijken bij CDA-verkiezingen

Met de vijfde Tweede Kamer-verkiezingen in tien jaar tijd voor de deur zijn de kassen van politieke partijen leeg, constateerden we al eerder. Waar de partijen met de best gevulde partijkas, SP (Roemer) en PvdA (Samsom), al zijn voorzien van hun politieke aanvoerder, is er juist bij het arme CDA voor het eerst in de historie een lijsttrekkersverkiezing. Hoe los je dat op? Simpel: de kandidaat-lijsttrekkers van het CDA moeten hun eigen campagnes betalen! Welkom in Nederland, waar blijkbaar ook de economie van het Amerikaanse campagne voeren binnen is getreden.

Goed nieuws voor Wintels
De campagne om het CDA-aanvoerderschap is fel. Amarantis-bestuurder Marcel Wintels heeft de aanval geopend op Spies en Van Haersma Buma en wordt door de beslissing van het partijbestuur om de campagne niet te spekken (bewust?) verder geholpen. Hij is al de enige kandidaat die niet geassocieerd wordt met de huidige coalitie met de PVV, maar belangrijker nu: Wintels is rijk. De accountant verkocht in 1997 zijn kenniscentrum Multicount aan Reed Elsevier wat hem naar eigen zeggen financieel onafhankelijk maakte. Bovendien heeft hij al aangegeven zijn CDA-campagne zelf te gaan bekostigen en de luttele duizend euro bijdrage uit de partijkas niet nodig te hebben.

Jammer
Niet doen Wintels. Hoewel het onwaarschijnlijk is dat je in Nederland een lijsttrekkerschap kunt kopen bij een democratische partij, moet je alle schijn voorkomen. Helemaal als je inhoudelijk toch al de beste papieren hebt om leden te overtuigen die willen dat het CDA een andere koers gaat varen. Met veel geld campagne voeren waar andere kandidaten dit niet kunnen doen brengt enkel ongemakkelijkheid met zich mee. Financiële onafhankelijkheid alleen zou genoeg geloofwaardigheid moeten bieden.