Is vrijheid te koop? Een beetje…

5 mei is de dag van de vrijheid. Behalve een stevige democratie, helpt daarbij op het persoonlijke vlak ook een goedgevulde bankrekening. Want geld maakt gelukkig. Of toch niet? Selfmade multimiljonair Pim Bertens: “Je kunt niet tot je 65ste blijven golfen, vliegen en huizen verbouwen. Dat gaat toch vervelen.”

“Een mens heeft problemen nodig,” zegt oprichter van BinckBank en selfmade multimiljonair Pim Bertens (35) op de vraag of geld gelukkig maakt.

“Het gaat om het spel en niet om de knikkers,” vindt Rogier Thewessen (34), een van de oprichters van miljoenenbedrijf Studentenwerk.nl.

“Ik had al een prima leven,” zegt Postcode-Loterijwinnaar Frank Steijns (39) als hem wordt gevraagd of het geld zijn leven heeft verrijkt. “Het heeft me hoogstens meer gemak gegeven.”

Het is wellicht een cliché-vraag op feesten en partijen, maar: wat zou u doen met een (paar) miljoen? Stel dat de jackpot op uw lotnummer valt? Stel dat uw geweldige idee voor een bedrijf zo aanslaat dat u op slag miljonair bent? Zou u stoppen met werken? Een wereldreis maken? Zou u een zonnig privé-eiland aanschaffen en een butler die u in een hangmat onder een palmboom een cocktail komt brengen? Wordt het een Ferrari? Een villa in het Gooi? De opties zijn oneindig.

Postcodeloterij gewonnen
Frank Steijns (39) uit Amsterdam kwam op 1 januari thuis van een nieuwjaarsborrel bij vrienden, deed thuis de televisie aan en hoorde dat er een prijs van 25 miljoen euro was gevallen in zijn wijk: 12,5 miljoen euro op postcode 1019 en nog eens 12,5 miljoen op de letters die bij Steijns gebouw hoorden. Zeventien van de tweeënvijftig huishoudens in het gebouw bleken mee te spelen. Onder hen zou, afhankelijk van het aantal loten per huishouden, het geld worden verdeeld.

Een paar dagen later stond tv-presentator Martijn Krabbé met een cameraploeg en een gouden enveloppe voor de deur om bekend te maken wat Steijns’ enkele lot waard was. Krabbé vroeg eerst of Steijns een droom had. “Onder een palmboom in de zon waterfietsen verhuren,” antwoordde hij. Toen ging de enveloppe open en daar zat een kaart in met daarop ‘406.000 euro’ gedrukt. Steijns kon het niet geloven: “Helemaal te gek! Wat een bedrag!”

Maar op een tropisch eiland waterfietsen verhuren zit er, ondanks deze enorme prijs, nog niet in. Het gekke van zo’n som geld is dat het ook weer niet zoveel blijkt te zijn dat Steijns financieel onafhankelijk is geworden. Daar is naar schatting zo’n 3,5 miljoen euro voor nodig. Hij kan zijn baan, accountmanager bij sanitairfabrikant BV De Sphinx uit Maastricht, niet opzeggen.

Wat heeft het hem wel gebracht? “Dat we geen financiële zorgen hoeven te hebben,” zegt Steijns. Hij had al een heerlijk leven met vriendin Saskia. Beiden hebben een goede baan, wonen in een fijn huis op het Amsterdamse KNSM-eiland, gaan regelmatig op vakantie of een weekendje lekker de hort op. “Maar,” zegt Steijns, “mochten we hier weg willen, dan hebben we de luxe dat we door dit geld makkelijker keuzes kunnen maken. We hebben een buffer gekregen en dat is altijd een geruststelling.” Wel zette hij zijn hypotheek om naar de spaarvariant en kocht hij een iPhone en een iPad om zichzelf te trakteren.

Nooit meer werken
“De meeste winnaars zeggen: Ik ga nog één keer naar mijn werk en dan leg ik mijn ontslagbrief op het bureau van mijn baas.” Prijswinnaarbegeleiders Olga Toet en Arjan van ‘t Veer zitten in de ‘gelukskamer’ van de Nederlandse Staatsloterij, waar ze de winnaars ontvangen, hun lot langs een controlecomputer halen en hen dan mogen verblijden met een prijs die kan oplopen tot 27,5 miljoen euro.

En wat zeggen Olga en Arjan als mensen gelijk willen stoppen met werken? “Doe dat nou niet direct.” Ze lichten het toe: “Werk geeft ook rust en regelmaat. Denk rustig na over wat je met het bedrag gaat doen. Wellicht wil je niet helemaal stoppen met werken, maar wel minderen, of gewoon voor jezelf beginnen. En het mooie is, het kan allemaal. Zo’n prijs geeft een enorme vrijheid.”

Ze komen de mooiste verhalen tegen. “Laatst had ik een winnaar die door de prijs zijn zieke broer in Canada kon gaan opzoeken,” zegt Toet. “Voorheen kon hij de reis niet betalen.”

Maar voor veel prijswinnaars is het bedrag zo gigantisch dat ze niet beseffen hoevéél het is. “Als je 27,5 miljoen hebt gewonnen en je gaat een dagje shoppen waarbij je drieduizend euro uitgeeft, staat dat de volgende dag aan rente weer op je rekening,” zegt Van ‘t Veer. “Je kunt een ander huis kopen, een auto, een boot, een paard en de bijbehorende stallen. Als je dat allemaal superluxe doet geef je misschien wel 4,5 miljoen euro uit. Dan heb je er nog 23 miljoen over. En dan? Daarom brengen we ze in contact met vermogensbeheerders en laten we ze nadenken over wat ze willen. Hebben ze kinderen? Familie? Hoe willen ze het vastleggen? Willen ze beleggen of juist sparen? Hoe zit het met het testament?”

Wat ze opvalt is dat veel prijswinnaars als een kip op het geld gaan zitten. Ze zijn niet gewend aan zo’n bedrag en beseffen na het aflossen van hun eventuele schulden dat hun leven toch eigenlijk al goed was. Geluk zit dus niet per se in het hebben van een gigantisch fortuin.

Gelukkig in rijke landen
Ruut Veenhoven, ‘geluksprofessor’ aan de Erasmus Universiteit, schrijft in een bijdrage aan de publicatie ‘Geld speelt geen rol, een verschuiving in waarden van welvaart naar welzijn?’ dat rijke mensen gemiddeld genomen gelukkiger zijn dan arme. Maar in rijke landen maakt geld maar een heel klein onderdeel van geluk uit. “In Nederland verklaart inkomen bijvoorbeeld minder dan 5% van de verschillen in geluk.” Veenhovens artikel draagt daarom de toepasselijke titel: ‘Als geld niet gelukkig maakt, waarom werken we dan zo hard?’

Veenhoven heeft twee theorieën over geluk. Volgens de vergelijkingstheorie kijken we graag naar anderen in onze directe omgeving. Als we het gevoel hebben dat we beter af zijn dan de rest, voelen we ons gelukkig.

En volgens de behoeftetheorie hebben mensen van nature een aantal universele basisbehoeften die zijn ondergebracht in de Piramide van Maslow. Denk aan voeding, onderdak, veiligheid, geborgenheid en sociale waardering. Bovendien hebben we groeibehoeften: we willen ons verstand kunnen gebruiken, uitgedaagd worden. We voelen ons prettig als die behoeften bevredigd worden en onprettig als dat niet zo is. “Geluk duidt er op dat je goed aan je trekken komt en ongeluk zegt dat er iets ontbreekt.”

Reden om alsnog hard te werken is volgens Veenhoven in de eerste plaats de behoefte om bezig te zijn. “Als we te lang achter de geraniums zitten, verpieteren we, ook al hebben we ons natje en ons droogje.” Dat iemand door een prijs te winnen of een succesvol bedrijf te verkopen financieel onafhankelijk is geworden, wil dus niet per se zeggen dat ze gelukkig zullen worden. Mensen zoeken een uitdaging.

Decadente veelhebber
“Vroeger lazen mijn klasgenoten de Donald Duck en ik het Financieele Dagblad,” zegt selfmade multimiljonair Pim Bertens (35). “En nu is het andersom.” Bertens heeft sinds hij financieel onafhankelijk is alle tijd van de wereld om zich te ontspannen. Hoewel hij – net als veel anderen die we voor dit artikel benaderden – niet staat te springen om als decadente veelhebber te worden neergezet, wil hij wel vertellen over de voor- en nadelen van het hebben van geld. Dat doet hij op het zonovergoten terras van zijn monumentale en stijlvol ingerichte boerderij in de omgeving van Den Bosch.

Al vanaf zijn twaalfde is Bertens bezig met handelen. Hij groeide op in een arbeidersgezin in Tilburg. Zijn vader werkte met gehandicapten en zijn moeder was secretaresse. Het was een warm nest en Bertens kreeg alle ruimte om zichzelf te ontwikkelen. Een op de beurspagina opengeslagen krant bij een vriendje thuis leidde tot de vraag: “Wat zijn aandelen?” Voor hij het wist, kreeg hij een passie voor het spel van in- en verkoop en ging ermee aan de slag. Terwijl zijn klasgenootjes in de vakantie naar het strand gingen, toog Bertens naar Amsterdam om er alvast stage te lopen bij Amsterdam Option Traders (AOT). Daar deed hij eerst suffe klusjes, zoals het schoonmaken van het koffiezetapparaat. Maar zijn baas Michiel Scholten zag meer in hem en maakte hem wegwijs in de praktijk van de beurshandel. Bertens bleek er goed in te zijn. “Het spelelement trok me enorm,” zegt hij. “En het feit dat alles er invloed op heeft, van politiek tot de meteorologie, maakt het ingewikkeld en dus uitdagend om onder de knie te krijgen.”

In 2000 richtte hij samen met drie anderen handelsbank Binck op. Hij werkte keihard voor het bedrijf en het groeide zo snel dat hij zijn vroegere werkgevers, waaronder AOT, op kon kopen. Er kwam een punt dat BinckBank zo groot werd dat Bertens zich er niet meer thuis voelde. Hij vond zelf dat hij beter bij kleinere bedrijven paste. Daarom besloot hij eruit te stappen. De vier oprichters verkochten Binck. Met nog een heel leven voor zich hoefde Bertens, toen 27 jaar oud, in één klap nooit meer te werken.

“Ik ging eerst een jaar golfen,” zegt Bertens. “Om na te denken en van de vrijheid te genieten.” Hij ging ook op reis. Hij kocht huizen in het buitenland en knapte die op. Hij haalde zijn vliegbrevet en schafte een vliegtuigje aan en hij renoveerde de Brabantse boerderij, compleet met jacuzzi en zwembad.

Je kunt niet blijven golfen
Het is inmiddels acht jaar geleden dat Bertens financieel onafhankelijk werd. In de ogen van menigeen is zijn leven een modern sprookje, maar het ‘nog lang en gelukkig’ is helemaal niet zo vanzelfsprekend. Nu hij terugkijkt, vindt hij eigenlijk dat al die mooie zaken lapmiddelen zijn geweest. “Ik deed dat allemaal om mezelf bezig te houden en om nog geen antwoord op de vraag: ‘Wat nu?’ te hoeven geven. Je kunt niet tot je 65e blijven golfen, vliegen en huizen verbouwen. Dat gaat toch vervelen. Bovendien krijg je er een zorg bij: hoe ga ik mijn vermogen beheren? Smijt ik alles over de balk, dan is er straks niets meer over. Als ik gedachteloos alles maar zou aanschaffen, gedraag ik me als iemand die voor de snelle bevrediging gaat, alsof je chocola eet omdat het op korte termijn lekker is zonder te beseffen dat je er op lange termijn dik van wordt.”

Bertens kwam tot een opmerkelijke conclusie: “Nul problemen is nul inspiratie is nul ontwikkeling.” Daarom zoeken mensen soms moeilijkheden op. “Problemen maak je snel genoeg. Je creëert onbewust een uitgavenpatroon bij het geld dat op de bank staat. En dan kom je vanzelf weer financiële druk tegen en moet je voor inkomsten gaan zorgen om het leven dat je inmiddels hebt vol te houden.”

Bovendien blijkt er een grens te zijn aan wat iemand nodig heeft voor een riant leven. P.C. Hooftstraat-connaisseur Jort Kelder hoorde dat van miljardair Paul Fentener van Vlissingen. Kelder: “Hij zei: ‘Alles boven de 10 miljoen is eigenlijk zinloos geld, dat kun je weggeven.’” Daarboven komt de keerzijde in zicht. Kelder: “Als ze echt ongeneeslijk rijk worden, dus superjachten en vliegtuigen kunnen kopen, wordt het kennelijk allemaal wat eenzaam. Vandaar dat zulke multi-miljonairs veel optrekken met hun jeugdvriendjes, die kennen ze nog van toen niemand iets had.”

Bertens’ verhaal sluit daarbij aan. “Toen ik vijf jaar geleden deze boerderij kocht, ging vlak daarna mijn relatie uit. Dan zit je in je eentje in zo’n knettergroot huis. Dat is heel eenzaam, hoe rijk je ook bent.” Hoewel hij zeer sociaal en open overkomt en zichzelf kwalificeert als een gever, heeft hij best moeite met nieuwe vrienden maken. “Kortgeleden werd ik genoemd in de Quote-lijst van 100 miljonairs onder de veertig en kreeg ik direct een hele berg vriendenuitnodigingen op Facebook. Allemaal van jonge mooie vrouwen die ik nooit eerder had gezien of ontmoet. Willen zij vrienden worden met mij, of zien ze mijn geld wel zitten? Maar ik ga nog wel veel om met mensen die ik van vroeger ken. Zij weten wie ik echt ben.”

Zoeken naar de balans
Bertens is er inmiddels uit dat hij ook weer aan het werk gaat. “Ik heb me verbonden aan Mintower Capital,” zegt hij. “Een hedgefonds waar ik volledig in geloof. Ik ga de sales doen, dus mensen en kapitaal binnenhalen. En dat vind ik leuk: met mensen omgaan.” Daarnaast wil hij anderen gaan coachen: “Het lijkt me leuk om een bedrijf te helpen waar alles in een team fout loopt. Of mensen juist heel individueel coachen.” Het mooie is dat hij kan wachten tot hij het juiste project heeft gevonden om zich op te storten. Hij doet het nu immers niet voor de centen. “En het zoeken is naar een mooie balans. Ik wil niet weer al mijn vrijheid inleveren. Maar het geeft een fijn gevoel om ergens heen te rijden waar je weet dat er op je gewacht wordt en men bovendien naar je uitkijkt omdat je ergens verstand van hebt.”

Rogier Thewessen (34) sluit zich daarbij aan. Ook hij staat in de Quote-lijst van miljonairs onder de 40. Hij startte in 2001 met twee vrienden op een zolderkamer Studentenwerk.nl, een online uitzendbureau. Studenten plaatsen hun profiel online en kunnen via het net solliciteren. Inmiddels heeft het bedrijf 800.000 profielen en zijn er 21 vestigingen waar telefonische recruiters de boel aansturen. Thewessen doet de marketing van het bedrijf. Hoewel hij veel minder openhartig over zijn rijkdom is, bevestigt hij wat Bertens zegt: “Als je werken leuk vindt, dan verveel je je op het door iedereen zo geïdealiseerde tropisch eiland. Ik zou er best twee weken kunnen kitesurfen, maar dan zou ik wel weer terug willen en iets nieuws willen beginnen. Als je een kans ziet, laat je die niet liggen. Een mens is niet gemaakt om niks te doen.”

Omdat Studentenwerk.nl in tegenstelling tot Bertens’ BinckBank niet is doorverkocht en veel van wat Thewessen waard is daardoor nog in het bedrijf zit, moet hij er voorlopig niet aan denken er uit te stappen. “Het leuke van ondernemerschap is dat je kunt blijven vernieuwen. De kick zit in het verbeteren. In het telkens investeren en ervoor zorgen dat je onderneming nog meer aankan, dat je je concurrenten voorblijft. Wij zijn ambitieus en willen onze grenzen verleggen. Je wil de beste zijn in het spelletje.”

Niet dat hij niet blij is met zijn inkomen. “Ik heb nooit de droom van een groot wagenpark gehad of een gigantisch huis, maar ik begin nu wel in te zien dat ik de tijd kan nemen om lekker weg te gaan en van mijn twee kinderen te genieten. Daarnaast geef ik toe dat het natuurlijk een fijn gevoel is dat als er ooit iets met mij zou gebeuren, mijn vrouw en kinderen niets tekort zullen komen.”

(Dit verhaal verscheen eerder in HP/De Tijd van 24 juni 2011)