Wat als wij Pim Fortuyn niet hadden gesproken?

Ik was eigenlijk niet van plan me dezer dagen te mengen in de terugblikkerij op de dood van Pim Fortuyn. Te veel terecht vergeten momenten worden opgerakeld.

Maar toen de Volkskrant zaterdagochtend mijn interview met Pim Fortuyn van 9 februari 2002 opnieuw publiceerde, voelde ik ineens toch de behoefte. Het is onmiskenbaar dat het interview dat Hans Wansink en ik een paar dagen daarvoor in zijn stadsvilla met Pim Fortuyn hadden, een historische wending aan diens (politieke) leven gaf. En dat de publicatie ervan een belangrijk hoofdstuk in de Nederlandse politiek, ja wat, begon of afsloot? Een schakelpunt was het in ieder geval.

Maar het leek me in de dagen voor deze herdenking wat hautain en zelfgenoegzaam om mee terug te blikken op dat gesprek en die uitspraken. Ik heb me er in mijn journalistieke leven zelden anders dan professioneel op beroepen. Evenals Hans Wansink overigens, die er studieus als hij is, wel een doorwrochte dissertatie aan gewijd heeft. Er is elders ook al genoeg over geschreven. Mooi zo. Goed geweest.

Maar zaterdagmiddag dus, met de Volkskrant voor me, realiseerde ik me weer dat dat interview, dat leidde tot een breuk tussen Fortuyn en Leefbaar Nederland, en daarna tot de oprichting van zijn eigen Lijst Pim Fortuyn (LPF) en dat uiteindelijk weer tot zijn gewelddadige dood, dat dat interview bijna nooit had plaats gevonden.

Niet afschaffen, maar morrelen
En wat was er dan gebeurd als Pim Fortuyn niet door ons zo ver was gebracht dat hij zijn eigen partijleiding bruskeerde? Wat als hij niet aan dat vermaledijde artikel 1 van de Grondwet had willen morrelen (niet afschaffen zoals al vaker is beweerd, morrelen, dat wel)? Wat als hij niet had gezegd dat de islam een achterlijke cultuur was?

Wat als zijn voorlichter Kay van der Linde (ja die) niet te laat was geweest en nooit meer goed in het gesprek kwam, uiteindelijk bozig elders ging telefoneren, klagend dat het helemaal fout ging. Wat als? Hoe zou de geschiedenis dan hebben uitgezien, dat vroeg ik me af.

Natuurlijk weet je dat niet. Kun je dat niet weten. Al is er een boek over geschreven, jammer genoeg niet het beste. En ik verbeeld me zeker niet dat alleen Hans Wansink en ik Pim Fortuyn tot die uitspraken hadden kunnen brengen. Sterker, we hebben na dat interview altijd gezegd, en Fortuyn ook, dat de meeste dingen die hij zei al eerder door hem te berde gebracht waren. Maar het ging om de samenballing op dat moment, om de verbetenheid en om een paar zaken die van meer partijprocedurele aard waren en alleen toen waarschijnlijk tot ontploffing konden komen.

Een klassieke val
Zaken die dus waarschijnlijk niet waren gebeurd als Hans Wansink en ik daar op dat moment, op die dag niet eerst rustig bij een kopje thee (‘suiker?’ vroeg hij met zijn hoge stemmetje) het gesprek met hem waren aangegaan. Twee dagen eerder hadden Hans en ik ruziënd op de zolder van de Volkskrantredactie aan het Plein in Den Haag gezeten. We hadden alles gelezen wat er tot nog toe over hem geschreven was. Alles wat hij zelf geschreven had. En Hans wou er, als strategie, ‘keihard ingaan’ bij Fortuyn. “Dan staan we binnen vijf minuten buiten,” bracht ik in. De afgelopen maanden hadden laten zien dat-ie daar heel goed in was, Fortuyn. Stennis maken, de kont tegen de krib gooien. Interviewers buiten zetten. Veel spektakel, waar al heel wat collega’s goede sier mee hadden gemaakt. Altijd leuk: Fortuyn zet journalisten buiten. Maar wat leverde het uiteindelijk inhoudelijk op? Daar had ik geen zin in. En Hans uiteindelijk natuurlijk ook niet. En dus besloten we de boel langzaam op te bouwen, de man eerst rustig zijn hele repertoire te laten opbrengen. En dan langzaam het net aan te treken. Een klassieke val, zou je kunnen zeggen. Goed interviewwerk.

Waarvoor je natuurlijk ook gewoon een gewillige geïnterviewde nodig hebt.

En dat was Fortuyn die middag heel erg. Hij had er zin an. Misschien hadden we niet eens ruzie kunnen krijgen ook al hadden we gewild. Misschien had hijzelf wel een val opgezet (al doet alles vermoeden van niet). Maar je weet het niet.

Wat hij in ieder geval nooit heeft gedaan, is zich distantiëren van zijn uitspraken. Hij heeft altijd gezegd dat ‘die jongens van de Volkskrant’ gewoon hun werk goed hadden gedaan. Dat dit zijn woorden waren en dat hij daar nog steeds achter stond.

En toch dus. Wat als we er na vijf minuten waren uitgegooid? Hoe zou de geschiedenis dan hebben uitgezien?

Hadden we dan ooit van Geert Wilders gehoord? 
Vooropgesteld: niemand weet wat er wanneer in het hoofd van Volkert van der G. heeft afgespeeld en wat hem wel of niet heeft beïnvloed. Maar denk je eens in. Het interview was niet geweest, niet gepubliceerd. Pim Fortuyn was bij Leefbaar Nederland gebleven. Henk Westbroek en Jan Nagel en Joost den Draayer waren met hem in de Tweede Kamer gekomen. Misschien had hij maar 6, maar misschien desondanks ook wel 20 zetels gekregen, en was-ie echt aan de onderhandelingstafel met Melkert, Dijkstal en Balkenende terecht gekomen.

Ze hadden hem waarschijnlijk aan de kant gezet, die drie. Een mooi cordon sanitaire om hem heen gebouwd. Maar dan was hij vier jaar later nog harder terug gekomen. En dan had-ie er misschien wel 31 gekregen en was hij de grootste geworden. Premier in 2006?

Hadden we dan ooit van Geert Wilders gehoord? Waarschijnlijk niet. Noch van Rita Verdonk, van Diederik Samsom. Mark Rutte had zomaar personeelsmanager bij een voedselfabrikant kunnen blijven. Theo van Gogh, misschien had hij nog wel geleefd. En… nou ja, jammer, dat we daar alleen maar over kunnen speculeren. In velerlei opzichten.