Ouderen zijn duur, en altijd de gebeten hond

Als ik in de supermarkt een kassarij moet kiezen, kijk ik niet alleen naar de lengte van de verschillende rijen en de hoeveelheid boodschappen per kar, maar ook naar de samenstelling van de rij. Moeders met kleuters en minikarretjes zorgen voor oponthoud, wanneer de kleintjes op hun tenen een voor een de artikelen op de band mogen zetten. Tieners laten hun vrienden voordringen en ouderen hebben hun eigen traagheid.

Vaak gaat het sneller achter een mudjevolgeladen kar dan achter twee rollatorouderen met weinig artikelen. Volgens Michael North, een Amerikaans psycholoog die onderzoek heeft gedaan naar de perceptie van ouderdom en hierover werd geïnterviewd in NRC Handelsblad, maak ik me met deze vliegensvlugge overwegingen schuldig aan ‘ageism’, oftewel leeftijdsdiscriminatie. North beziet het verschijnsel ‘ageism’ vooral in het licht van vooroordelen en stelt de even interessante als fundamentele vraag aan de orde: ‘Waarom koesteren mensen zulke enorme vooroordelen (incompetentie, uitgerangeerd zijn, zieligheid) tegen hun toekomstige zelf?’ Want als het een beetje meezit, zullen alle discrimineerders eens tot dezelfde groep behoren als waar ze nu op neerkijken.

Dit deed bij mij een nog fundamentelere vraag rijzen: wat is eigenlijk het verschil tussen een oordeel en een vooroordeel? Het enige onderscheid dat ik kon bedenken was dat een vooroordeel iets moreel laakbaars is. Een oordeel komt met bedachtzaamheid tot stand en kan goed of verkeerd uitvallen, terwijl iemand die een vooroordeel aan de dag legt klakkeloos een (foute!) invuloefening uitvoert met behulp van stereotiepen.

Toch levert mijn ruime ervaring met rollatorouderen voor de kassarij de kennis op dat zij traag opereren en dus blijf ik hen incalculeren als een potentiële bron van oponthoud. Is dat een vooroordeel of gewoon een oordeel over de werkelijkheid? Ik besef maar al te goed dat ik te zijner tijd ook tot de rollatorgelederen toe zal treden, als er tenminste niet eerder iets misgaat, maar dat weerhoudt me op dit moment niet van bepaalde gevoelens van ergernis of medelijden, al ventileer ik die verder niet.

Die gevoelens, oordelen en zelfs de vooroordelen kunnen vermoedelijk weinig kwaad. Tenslotte heeft elke leeftijdsgroep te kampen met hardnekkige, stereotiepe percepties van niet-leeftijdgenoten. Ouderen over jongeren kunnen er ook wat van: normloos, losgeslagen, respectloos, geen algemene ontwikkeling enzovoort. Wat niet wegneemt dat ouderen (en dan bedoel ik nu niet de oud-ouderen maar de 60-plus crowd) het vuur wel erg hevig aan de schenen wordt gelegd, althans op het gebied van werken of niet-werken.

De arbeidsmarkt is doortrokken van ‘ageisme’, niet als vooroordeel maar als zuivere leeftijdsdiscriminatie. Vijftig-plussers zijn dure arbeidskrachten en rationele werkgevers nemen deze sollicitanten bij voorkeur niet aan. Ook zinnen ze op middelen om deze werknemers in een of andere vervroegde uittredingsregeling te krijgen. Dit gebeurt heimelijk uit vrees voor een proces wegens leeftijdsdiscriminatie. Tegelijk wordt ter bezuiniging de pensioenleeftijd verhoogd en wordt iedereen aangemoedigd langer te blijven werken.

De gevolgen zijn op twee fronten merkbaar. Zestigers die al dan niet vervroegd hun werkzame leven afsluiten en het ervan nemen met tien vakanties per jaar, zoals onlangs in de Volkskrant beschreven, krijgen van ingezonden-brievenschrijvers de wind van voren wegens decadent uitvretersgedrag en worden uitgelachen omdat ze niet meer konden onthouden wat ze op al die reizen meemaakten. Maar ouderen die zich verzetten tegen uitrangering en hun (machts)positie willen behouden als nuttig lid van de maatschappij krijgen het verwijt dat ze jongeren geen kans gunnen. In beide posities zijn de ouderen de gebeten hond.

Met vooroordelen heeft dit alles niets te maken. Het enige wat er toe doet zijn de kosten en hoe je het ook wendt of keert, ouderen zijn altijd duur.

 

Meer leuke content? Like ons op Facebook