Een huis met een verhaal

Huis matt dings

Er staat in deze stad een huis waar ik een ongewone band mee heb. Ik kwam er voor het eerst, toen ik voor een verre voorouder van maandblad HP/De Tijd fotograaf Paul de Nooijer bezocht. Hij gebruikte heel het honderd jaar oude huis als decor voor vervreemdende beelden van hemzelf, zijn vrouw, hun zoontje en een enkele passant, doorgaans niet of half gekleed en in surrealistische settings. Ook als hij reclamefoto’s maakte, zette hij het huis wel eens in, bijvoorbeeld voor een kalender van de beroemde weverij De Ploeg. De gevel en het interieur figureerden dan ook volop in het portret van De Nooijer in weekblad De Tijd.

Vele jaren later zocht ik na het einde van een relatie nieuwe woonruimte en vond die bij een bekende, die me tijdelijk de tot pied-à-terre verbouwde, weidse zolderetage van haar woning aanbood. Ik woonde er zeven maanden, gevuld met genoeg lief en leed voor zeven jaar, zodat het huis me dierbaar werd.

Twee adressen en een decennium verder sprak ik Paul de Nooijer nog eens. Toen ik zei dat ik de Ploegkalender met zijn huis erop graag aan de muur had gehad, gaf hij me een print van de desbetreffende foto cadeau, en die hangt nu al weer jaren aan de muur. Nog eens bedankt, Paul.

Hoe zou het tegenwoordig met hem zijn? Als ik zijn naam google, stuit ik op een interview waaruit blijkt dat hij prostaatkanker heeft en daarvoor een hormoonbehandeling volgt. Het is verbluffend hoe wegen elkaar soms blijven kruisen. Ik lees het namelijk op de dag dat een verpleegster mij mijn tweede halfjaarlijkse hormoonspuit komt geven, ter bestrijding van mijn eigen PK.

Het begon vorig jaar rond deze tijd, op een doorsnee voorjaarsdag, geen stralende zon om me optimistisch te stemmen, geen donkere lucht die onheil suggereerde, zomaar een bleke voorjaarsdag met schapenwolkjes. Weefselonderzoek bracht een gevorderd prostaatcarcinoom aan het licht. Een zware operatie volgde. Daarbij werden drie besmette lymfeklieren gevonden: de kankerhaard was dan wel opgeruimd, maar sommige foute cellen bleken ontsnapt. Dat noopte tot een vervolgbehandeling met antihormonen die de resterende kwade cellen voorlopig het zwijgen oplegden.

Daarop begon een lange weg naar herstel, zó lang dat ik een jaar later nog steeds onderweg ben.

Nu proef ik ze nog even, al die uren van ongeloof, verontwaardiging, angst, pijn, onrust en verdriet van het laatste jaar, draaglijk gebleven door de intensiteit, de warmte en de schoonheid die zich óók lieten gelden. Nu sta ik er even bij stil, dadelijk gaat de toekomst weer haar gang, en ik ga mee.


Reacties zijn gesloten.