Tanend gezag

Vorige week heeft de Hoge Raad bepaald dat het niet beledigend is om een politieagent ‘mierenneuker’ te noemen. Met deze uitspraak werd een dakloze in het gelijk gesteld die in 2010 veroordeeld was wegens belediging: hij had een agent het bewuste epitheton toegevoegd, nadat deze hem een blikje bier had afgepakt.

De dakloze werd destijds schuldig bevonden – overigens zonder dat hem hiervoor een straf werd opgelegd. Het hoger beroep werd louter om principiële redenen aangespannen. De aangeklaagde was van mening dat ‘mierenneuker’ geen scheldwoord was, maar slechts een constatering, een beschrijving van hoe hij de werkelijkheid interpreteerde.

Doos van Pandora
Dat de Hoge Raad meeging in deze zienswijze opent een ware doos van Pandora. Als intenties van de een en interpretaties van de ander meegewogen zullen moeten worden bij de vaststelling of een bepaalde uiting valt onder de categorie ‘belediging’, kan een heel juridisch systeem vastdraaien in de modder van semantische haarkloverij. Er valt nu eenmaal niet objectief vast te stellen wat een belediging is. Als ‘mierenneuker’ geoorloofd is, dan gaan natuurlijk ‘muggenzifter’, ‘dienstklopper’, ‘haarklover’, ‘chicaneur’ en ‘uitslover’ ook vrijuit. Een paar jaar geleden werd ook al eens iemand vrijgesproken die ‘homo’ tegen een agent had geroepen, met hetzelfde beroep op zogenaamd onschuldige intenties: ‘homo’ was niet beledigend bedoeld.

Anderzijds kunnen sommige negatieve kwalificaties in een bepaalde context als teken van vertrouwelijkheid gelden: zwarten die elkaar ‘nigga’ noemen, grofgebekte hooligans die welwillend ‘klootzak’ tegen elkaar zeggen, maar exploderen van woede, wanneer een buitenstaander hetzelfde woord in de mond neemt.

Context
Of iets een beleding is (dan wel als belediging wordt opgevat) hangt louter en alleen af van de context. In het geval van interactie tussen politie en burgers ligt het heel eenvoudig. De politie vertegenwoordigt de wet, waaraan de burger zich te houden heeft. Bij een confrontatie tussen de wet en een mogelijke wetsovertreder ligt de macht aan de kant van de wet.

Dit is een potentieel gevaarlijke situatie, waarin beide partijen gebaat zijn bij een zo formeel mogelijke afhandeling. Onder de robotachtige beleefdheid waarmee Amerikaanse politieagenten wetsovertreders aanspreken (‘Can you please step out of the vehicle, sir?’) gaat een des te grotere dreiging schuil. De politie wordt erop getraind om zich beleefd te verstaan met wetsovertreders en zo min mogelijk emoties te ventileren. Formaliteit werkt de-escalerend.

Het wetsartikel dat belediging van een ambtenaar in functie strafbaar stelt is nuttig, omdat het een rem zet op escalatie van een confrontatie tussen politie en burgers. Het heeft geen zin om, zoals de Hoge Raad nu heeft beschikt, onderscheid te maken tussen wel en niet beledigend bedoelde aanspreekvormen, omdat in feite de meest onschuldige woorden als een subtiele vorm van uitschelden kunnen worden ingezet. Wat te denken van een verdachte die de politie aanspreekt met: ‘bouwvakker’, ‘schout-bij-nacht’, ‘frik’, ‘vakkenvuller’, ‘potentaat’ of ironisch: ‘schat van me’, ‘leukerd’, ‘hoogheid’.

Binnen de context van een bekeuring, een reprimande, een heterdaadje of een arrestatie is elk epitheton dat een politieagent door een verontwaardigde burger naar zijn hoofd krijgt geslingerd een belediging. De marges zijn zo nauw dat er maar één correcte aanspreekvorm bestaat voor de politie, namelijk ‘agent’. Zelfs ‘agentje’ gaat al over de schreef en dus al het andere ook. Met het groene licht voor de aanspreektitel ‘mierenneuker’ is het wetsartikel over het beledigen van de politie irrelevant geworden. Het gezag van de politie als wetshandhavers wordt daarmee nog verder ondermijnd.

Meer leuke content? Like ons op Facebook