Meer zwier in de foyer s.v.p.

Omdat deze pagina’s zo druk bezocht worden, wou ik graag even met iedereen afspreken dat we ons voortaan weer kléden als we naar het theater of het concerthuis gaan.

Gisteravond was het weer helemaal mis. De inmiddels wereldberoemde Janine Jansen speelde met enkele andere musici Schönbergs Verklärte Nacht en Schuberts Strijkkwintet. Ik noteerde diverse fleecevesten, veel hobbezakjurken, allerlei truien, een soldatenjack, een leren jack, afgeleefde schoenen, ruitjeshemden, leggings, kreukjasjes, kunstleren boodschappentassen, bretels zonder Jort Kelder en zelfs een vaalgeel T-shirt.

Geen hobbezakken in Wenen
Eerlijkheidshalve moet ik ook enkele mooie kostuums en ensembles vermelden, maar het grootste deel van het publiek had zich gekleed alsof men naar het voetballen ging. Dat is jammer. Een voorstelling wordt twee maal zo aangenaam als er behalve in de zaal ook in de foyers wat te beleven valt, namelijk een publiek dat de avond cachet geeft door zich smaakvol te kleden. Ik heb wel eens een klassiek concert in Wenen bijgewoond: niet één hobbezak of ruitjeshemd, iedereen in uitgaanstenue, een feest voor het oog.

In je slobbertrui naar muzikanten die in avondkleding spelen, wordt gezien als lekker jezelf zijn, wars van conventies. Maar met lekker jezelf zijn, heb je jezelf in dit geval alleen maar. Theaterpubliek dat er verzorgd uitziet, bezorgt zichzelf een plezier. Men gaat niet naar een amateurvoorstelling, maar naar een professioneel gezelschap dat werk speelt van hoogstaande toneelschrijvers of componisten. Het is een bijzondere avond, en dat bijzondere wordt onderstreept als de bezoekers zich op hun zondags presenteren.

Een accent, een accessoire is vaak al genoeg
Nu bepleit ik niet dat iedereen in krijtkostuum of chanelpakje komt opdraven, of zich uitdost alsof men over de rode loper moet. Als er maar wat meer zwier en verfijning te zien valt dan gisteravond. Een accent, een accessoire is vaak al genoeg. Ik ontmoette op een feestelijke soirée eens een ontwerper die het gebruikelijke vlinderdasje onder zijn smoking had verruild voor een fiks halssieraad – hij had er veel succes mee.

En jij dan, zult u tegenwerpen, zag jíj er dan zo patent uit bij dat concert? Ik moet toegeven dat het beter had gekund, al droeg ik in elk geval een toch wel kek jasje. Maar u had mijn vrouw eens moeten zien op haar stilettolaarsjes van Jan Jansen.

Matt Dings