Lichtpuntje in de crisis: 350 dollar voor een oude spijkerbroek

Een crisis brengt niet alleen ellende, er gebeuren ook weer heel leuke dingen. Zoals in Greensboro in de Amerikaanse staat North Carolina. Daar staat sinds mensenheugenis de White Oak-fabriek van jeansfabrikant Cone Denim.

De ouderen onder ons – en misschien ook wel hun kinderen – herinneren zich nog de tijd dat we, lang geleden, de in drukkerijen overbodig geworden letterkasten aan de muur hingen. Het liefst met zoveel mogelijk prullaria. In diezelfde sfeer kwamen ook de houten weefspoelen onze huizen binnen. Ook al heel leuk en net zo overbodig geworden. De weefmachines, die veel mankracht (of liever: vrouwkracht) gebruikten, raakten namelijk uit de gratie met de toenemende mechanisering.

De productie van denim, waarvan een spijkerbroek wordt gemaakt, is al lang geleden verplaatst naar lage lonen-landen, of grotendeels geautomatiseerd met weefmachines die met angstwekkende snelheid kilometers stof uitspugen van een onberispelijke kwaliteit.

En daar begint het wonder van Greensboro. Opeens bleek er een groeiende groep vaak al wat kapitaalkrachtige ouderen, maar intussen ook jongeren, te zijn die niks met die onberispelijke kwaliteit te maken wilden hebben. Zij wilden ouderwetse kwaliteit waaraan te zien is dat er handwerk aan te pas is gekomen, met vliegspoelen en de oude weefmachines. Dan zie je regelmatig verdikkingen in de stof, omdat er niet vlekkeloos geweven is of omdat het garen niet computergestuurd tot stand is gekomen. Zeg maar: wat in de VS je grootouders droegen.

Probleem was alleen dat al dit soort machines en fabrieken zo goed als opgedoekt waren. Er stonden er alleen nog wat te verstoffen in Greensboro. Personeel om de machines te bedienen was allang met pensioen.

En zo kon het gebeuren dat oude werknemers, in de leeftijd tussen de zeventig en tachtig jaar, uit de mottenballen werden gehaald om hun oude stiel op te pakken. Dat doen ze graag, zo’n onbezorgde oude dag hadden ze al niet en de crisis heeft het er niet beter op gemaakt. Bovendien: wie wordt er nu niet graag gevraagd?

In White Oak werken inmiddels driehonderd mensen, in de jaren ’70 waren het er nog 2.800. Ook Levi Strauss koopt er weer denim en maakt er special brand-spijkerbroeken van die voor méér dan driehonderd dollar over de toonbank gaan. In een land waar een normale Levi’s de helft of minder kost van wat wij er hier voor betalen is dat een nog groter fortuin.

Bron: Business Week