Een prettig gesprek over het geloof

Op donderdagavond zendt de EO het programma Adieu God uit. In deze serie interviewt Tijs van den Brink elke week een bekend persoon over het geloof. De gesprekken worden bij de geïnterviewde thuis in de woonkamer of aan de keukentafel opgenomen. Om de conversatie een beetje aan te jagen heeft Van den Brink een uit de kluiten gewassen Jezusbeeld bij zich dat als een soort stille getuige neerblikt op de gespreksgenoten. Jammer dat het programma pas om 12 uur ’s nachts wordt uitgezonden, want het zijn aardige gesprekken die een groter kijkerspubliek verdienen dan het handjevol slapelozen dat nu bij het zappen toevallig blijft hangen.

Mooi en persoonlijk, maar inhoudelijk weinig verrassend
Een rustig open gesprek voeren over religie is zowel op tv als in het dagelijks leven een zeldzaamheid. Het geloof is daarvoor een te beladen en tegelijk een te persoonlijk onderwerp. Tolerantie en respect voor religies betekent vooral: geen vragen stellen in de trant van ‘waarom wilt u bidden voor het eten?’, ‘waarom draagt u een hoofddoekje?’, ‘wat zoekt u in de kerk/ moskee/ synagoge?’, ‘hoe stelt u zich het hiernamaals voor?’ Dit soort vragen kunnen alleen door geloofsgenoten onderling worden besproken, liefst met een voorganger of religieuze autoriteit erbij. Wanneer buitenstaanders een religieus persoon op die manier adresseren, krijgen de vragen al snel een kritische lading, waardoor de aangesprokenen zich aangevallen zou kunnen voelen.

Wat iemand ten diepste gelooft ligt zo gevoelig dat het in de sociale omgang tussen mensenvan uiteenlopende signatuur het verreweg het handigste is om het hele onderwerp links te laten liggen. Uitzondering hierop zijn natuurlijk de atheïsten, de seculieren en de agnosten die maar al te graag willen praten over hun levensovertuiging. Richard Dawkins en wijlen Christopher Hitchens nemen geen enkel blad voor hun mond om hun atheïsme uit te venten en godsdienstigen onderwijl te bekritiseren. De geïnterviewden in de Adieu God-serie komen allemaal uit diezelfde seculiere hoek en dat maakt het programma ook een beetje voorspelbaar – tenminste voor mij als seculiere kijker. Het zijn telkens mooie en persoonlijke gesprekken daar niet van, maar inhoudelijk weinig verrassend. Prangende kwesties als ‘hoe verhoudt het leed in de wereld zich met een God die zowel goed als almachtig is?’ of ‘hoe zit het met incongruentie tussen Darwin en het scheppingsverhaal?’ zijn natuurlijk gesneden koek in de religiekritiek.

Tijs ziet het wel na zijn dood
De enige keren dat ik rechtop ging zitten bij dit programma was dan ook, wanneer de rollen werden omgedraaid en de geïnterviewden vragen gingen stellen aan de interviewer. Ronald Plasterk vroeg aan Van den Brink wat hij dacht van mensen die wél een goed leven hadden geleid, maar toevallig in de verkeerde God hadden geloofd, Wodan of Vishnu bijvoorbeeld – zouden die niet in de hemel komen? Goedele Liekens vroeg of Van den Brink geloofde dat God de big bang had georganiseerd. Goede vragen, waar Van den Brink zich een beetje makkelijk van afmaakte met het antwoord dat God vast wel een oplossing had voor de Wodan-gelovers en dat hij na zijn dood wel zou merken hoe het zat met de big bang. Zijn geloof centreerde zich sowieso vooral om de figuur Jezus.

Wat het geloof van een gelovige inhoudt, is eigenlijk veel interessanter om een open en rustig gesprek over te voeren dan het ongeloof van een ongelovige. Ik zou graag naar een programma kijken, waarin Tijs van den Brink, Andries Knevel, Monseigneur Gijssen, André Rouvoet, Achmed Aboutaleb, Antoine Bodar, Rabbijn Evers en andere verklaarde gelovigen inhoudelijke vragen zouden beantwoorden over wat zij geloven en waarom. Een seculier laat zich makkelijk interviewen door wat voor gelovige dan ook. Maar durft een gelovige zich ook door een oprecht belangstellende niet-gelovige te laten interviewen of is dat toch te privé?

Beatrijs Ritsema