De belofte van het NOS Journaal

Iedereen die wel eens buitenlandse logés over de vloer heeft, kent het gênante gevoel dat je als Nederlander kan overvallen zodra het NOS Journaal wordt aangezet.

Vaker dan me lief is heb ik aan bezoekers uit den vreemde moeten bekennen dat ik ook zelf grote moeite had om Noraly Beyer te verstaan. Ook heb ik regelmatig moeten uitleggen dat Philip Freriks géén bandparodist is met een kapotte tape en dat je aan Gerri Eickhof best kunt wennen – als je er tenminste se tijd voor sneemt.

Maar wat ik al zei: gênant is het wel. Vergelijk het NOS Journaal met soortgelijke programma’s van de BBC, de ARD of de ZDF en we vallen reusachtig door de mand. De jaarlijkse reportage over de opening van de Keukenhof of – erger nog – dat vermaledijde Oerol Festival op Terschelling, de diepmenselijke Libelle-items van Pauline Broekema, de kruiperige verslaggeving inzake ons koningshuis, de tenenkrommende een-tweetjes met de weerman: in grotemensenlanden als Groot-Brittannië en Duitsland zouden tv-kijkers het beschouwen als grove aanslagen op hun gezonde verstand.

In al z’n onbenulligheid is het NOS Journaal misschien wel het meest Nederlandse televisieprogramma dat we kennen. Vandaar dat ik er nogal van opkeek toen algemeen directeur Jan de Jong van de NOS vorige week in NRC Handelsblad zei dat hij wil afrekenen met dat ‘oubollige imago’ en dat het Journaal een ‘metamorfose’ zal ondergaan. Sacha de Boer en Rob Trip, zo liet hij weten, moeten news anchors worden, in plaats van nieuwslezers. “Ze moeten aanwezig zijn, van scherm naar scherm lopen, dingen aanwijzen.” Ook qua onderwerpkeuze – “meer nieuws en urgentie” – werd ons een meer moderne aanpak beloofd.

Zondag was de eerste uitzending van het achtuurjournaal nieuwe stijl. Ik heb aanvankelijk niet durven kijken – omdat ik bang was dat het toch weer tegen zou vallen. Maar ze verdienen daar bij het NOS Journaal wel degelijk een dikke pluim. Want ze gaan in elk geval probéren het voortaan beter te doen. En dat is alvast méér dan we ooit van Noraly Beyer hebben kunnen zeggen.