Onthullend: Juliana hielp Den Uyl in het zadel

Slecht nieuws voor al die monarchisten die altijd beweren dat de Oranjes zich bij kabinetsformaties zo neutraal en zo bovenpartijdig opstellen. Want het bewijs is nu geleverd: koningin Juliana manipuleerde er bij de formatie van 1973 lustig op los – ten gunste van de PvdA van Joop den Uyl.

De formatie van het kabinet-Den Uyl, de meest linkse regeringscoalitie uit onze geschiedenis, is nog altijd een van wonderbaarlijkste gebeurtenissen die zich ooit op het Binnenhof heeft voltrokken. ‘Een werkstuk van macabere schoonheid’ noemde toenmalig VVD-leider Hans Wiegel het. Maar achter de schermen ging het er nog veel gekker aan toe dan zelfs hij destijds kon bevroeden. Dat blijkt uit Mooie Barend, de biografie van oud-premier Barend Biesheuvel (1920-2001), geschreven door de politicoloog en journalist Wilfred Scholten. De auteur is woensdag aan de Vrije Universiteit in Amsterdam op het boek gepromoveerd.

Keerpunt 1972
Om het wonder goed op ons in te laten werken, moeten we terug naar november 1972. De Tweede Kamerverkiezingen die toen werden gehouden, bezorgden de partijen rechts van het politieke midden (de drie voorlopers van het CDA, de VVD en een aantal kleine partijen) een ruime meerderheid van 85 zetels. Veel minder goed liep het af met de PvdA, D66 en de PPR, de zogenoemde ‘progressieve drie’. Die hadden met een gemeenschappelijk ‘regeerakkoord’ genaamd Keerpunt 1972 aan de verkiezingen meegedaan, maar waren blijven steken op 56 zetels. Twintig zetels te weinig dus om samen een links kabinet te vormen, zoals de bedoeling was geweest.

Toch kwam dat linkse kabinet er, met Keerpunt 1972 als leidraad. Hoe dat kon gebeuren? Omdat PvdA-formateur Jaap Burger – nadat hij had vernomen dat er bij de christendemocraten geen bereidheid bestond om gedoogsteun te geven aan een minderheidsregering van de progressieve drie – een zeer ongebruikelijke stap zette. Hij besloot zich niets meer van afwijzende fractiestandpunten aan te trekken en ging ertoe over om een aantal christendemocratische politici op individuele basis te interesseren voor een ministerspost in een Keerpunt-kabinet. Als ze zouden toehappen, zo had Burger bedacht, zouden hun weigerachtige fracties vast en zeker eieren voor hun geld kiezen en het linkse kabinet in wording alsnog de verlangde gedoogsteun verlenen.

Juliana breekt in
De operatie slaagde (de eerder dit jaar overleden Jaap Boersma was de eerste christendemocraat die voor de verleiding bezweek) en is naderhand de geschiedenisboekjes ingegaan als ‘de inbraak van Burger’. Niet helemaal terecht, zo blijkt nu. Want Scholten vond in het archief van de formateur een briefje waaruit valt op te maken dat niet Burger, maar toenmalig koningin Juliana het snode plan bedacht.

Op 8 februari 1973, een paar weken vóór Burger daadwerkelijk met ‘inbreken’ begon, liet ze haar kabinetschef mejuffrouw F.A. de Graaff met de formateur bellen: met de suggestie dat hij natuurlijk ook “andere personen dan fractievoorzitters” kon benaderen.
Burger, zo concludeert Scholten, wachtte sindsdien alleen nog op het juiste moment om van deze koninklijke tip gebruik te maken. “Hij dacht dat het ongeduld over de trage formatie en het weinig toeschietelijke gedrag van de christendemocraten de koningin hiertoe aangezet hadden.”

Meer nieuws
Mooie Barend bevat ook nog een aantal andere nieuwtjes over het koningshuis. Zo meldt Scholten dat Pieter van Vollenhoven – ondanks latere ontkenningen – wel degelijk heeft geprobeerd om de titel van prins te krijgen. Hij vond het ‘discriminatie’ dat Claus wel prins mocht worden en hij niet. In 1966 probeerde Van Vollenhoven ook Biesheuvel, toen vice-premier, voor het idee te winnen. Het leverde uiteindelijk geen resultaat op.

Minstens zo saillant: koningin Juliana, zo schrijft Scholten, bracht tijdens het premierschap van Biesheuvel (juli 1971-mei 1973) zeer frequent de ‘financiële problemen’ van de Oranjes ter sprake. In hun wekelijkse gesprekken op Soestdijk werd ‘het onderwerp zo vaak aangeroerd, dat Biesheuvel fijntjes in zijn agenda noteerde dat de vorstin zich beter wat meer kon ‘inleven’ in de positie van ’s rijks financiën in plaats van in die van de Oranjes’.