De wond’ren om Jim Schilder

Daar stond hij dan, vers gewijd, bekleed met stool en kazuifel, de handpalmen gezalfd, omhelsd door de bisschop, omhelsd ook door de verzamelde priesters van het bisdom, daar stond hij 2 juni 2012 op het altaar van de kathedrale basiliek Sint Bavo in Haarlem: priester Jim Schilder.

Nog maar drie jaar geleden zat hij dagelijks achter zijn bureau op ons kantoor teksten te redigeren en had niemand het geringste vermoeden dat Jims carrière dit vervolg zou krijgen. Als eerste signaal herinner ik me zijn enthousiasme over zijn eerste bezoeken aan de Amsterdamse Sint Nicolaaskerk. Als gewezen protestant die zich toch ook niet tot het atheïsme kon bekeren, beviel de katholieke spiritualiteit hem zeer. Zó zeer dat hij vrij snel tot de roomse kerk toetrad om vervolgens ook weer vrij snel een priesterstudie op te pakken en ontslag te nemen bij weekblad HP/De Tijd.

Ik zie nog voor me hoe Jim en ik eind vorige eeuw verslag deden van het eigentijdse en daartoe trends peilden, denkers ondervroegen en hippe evenementen bezochten. Een decadentiefestival in Nijmegen, bijvoorbeeld, over lust en weltschmerz. Ik bedoel maar: wereldvreemd kan men Jim Schilder niet noemen. Maar we schreven toen ook dat geloof een bijdetijds onderwerp was omdat het ontkennen van God  levensvragen onopgelost liet. Collega was dus ook al lang geïnteresseerd in religie.

En nu deze grande finale. Als de God der katholieken een zoon tot het heilige ambt roept, weet Zijn kerk uit te pakken. De basiliek hangt vol rode banieren, er zingt een smetteloos koor, het wemelt van de celebranten en acolieten, de kazuifels glanzen, de wierook kringelt, het orgel davert en de gedragen woorden galmen door de hoge ruimte. Vóór de wijding vlijen de wijdelingen zich als teken van overgave languit neer op het altaar en bidt de kerkgemeenschap de litanie van alle heiligen – en dat zijn er nogal wat. Een occult moment. Dan worden de twee kandidaten gewijd en met veel vertoon opgenomen in de orde van het priesterschap.

De plechtigheid is imponerend, maar doet me ook huiveren. Ze vormt een grandioos ritueel van inauguratie. Anderzijds is het ook net of er iemand uit de wereld wordt getild om geheel vergeestelijkt verder te gaan.

Aan het slot schrijdt de stoet priesters tussen de kerkgangers door weg. En dan zie en hoor ik Jim zingen: “Zingt voor de Heer een nieuw gezang, alleluia. / Hij laaft u heel uw leven lang, alleluia / met water uit de harde steen, alleluia. / Het is vol wond’ren om u heen, allelulia, alleluia, alleluia!”

Een tijdje later geef ik hem een hand en wens hem geluk met zijn keuze. En sta ik, op twee manieren onder de indruk, een beetje te trillen.