Eindelijk hét wetenschappelijk bewijs: we halen de EK-finale

Er zijn heel wat theorieën over onze kansen op het komende EK. Maar nu komt de enige juiste.

Een van mijn collega’s weet met zekerheid te melden dat we redelijk ver komen als het speelschema zo in elkaar steekt dat Oranje in vijf verschillende stadions speelt en dan telkens een nieuwe scheidsrechter toegewezen krijgt. Dat was namelijk het geval in ‘88 en leek in 2004 in Portugal ook te gebeuren, maar daar verloren we uiteindelijk omdat we een scheidsrechter kregen die ons al eerder gefloten had. Als onze jongens daarentegen twee keer in hetzelfde stadion spelen, verliezen we de daarop volgende wedstrijd altijd en…

Enfin, je wilt in deze barre tijden wel echte zekerheid. Daarom ben ik op zoek gegaan naar wetenschappelijk bewijs voor onze kansen in Polen en Oekraïne. Het kan niet zijn dat er een hamburger-index bestaat die op de komma nauwkeurig weergeeft hoe de wereldeconomie ervoor staat en dat we niet een op zich eenvoudig spelletje als voetbal in kaart kunnen brengen.

En ja hoor, het was even puzzelen, maar de staat heeft niet voor niets geïnvesteerd in mijn doctoraal. Ik ben er uit en ik zal u meenemen langs de berekeningen die mij in ieder geval met een gerust hart naar de finale van dit EK leiden.

Tijdens Den Uyl speelden we goed, maar we verloren
Voor de opwarmfase heb ik tabellen gemaakt van de kabinetten die sinds begin jaren vijftig het land bestuurden en de resultaten van onze jongens op de EK’s en WK’s gedurende die jaren. U ziet ze op figuur I. Eerste conclusie: voor een goed resultaat verdient het aanbeveling in ieder geval de KVP of het CDA in een kabinet te hebben. Ja, we speelden goddelijk voetbal tijdens het eerste kabinet Den Uyl. Maar we verloren de WK-finale. Ons belangrijkste succes in ’88 (Europees kampioen) behaalden we tijdens Lubbers II (CDA-VVD).

Figuur II; Duidelijke taal!

Die stelling wordt nog eens bevestigd wanneer we kijken naar figuur II en III (II is de authentieke grafiek die ik zelf maakte, III het computermodel dat mijn dochter van 13 vervaardigde omdat ze mijn geklungel niet langer aan kon zien).

Figuur III: Hier kan niemand omheen!

Onder de tijdlijn op II ziet u de kabinetten afgezet. Het is onmiskenbaar dat we een niet onredelijk aantal voetbalsuccessen behaalden aan het eind van de vorige eeuw, maar bekijkt u de jaren van het eerste en tweede kabinet Kok eens (Paars, waarin het CDA zoals bekend niet aanwezig was): ronduit middelmatig, met een dieptepunt in ’98. We versoepelden dat jaar de abortus- en euthanasiewetgeving, maar kijk eens wat het voor onze resultaten op het veld betekende. Nee, we mogen blij zijn dat Balkenende in 2002 het roer weer overnam, anders hadden we nooit de WK-finale in Kaapstad bereikt.

De olieprijs piekte vlak voor ons grootste succes
Maar een parameter maakt geen kampioen. Daarom heb ik nog een aantal andere belangrijke graadmeters op de y-lijn geplaatst. Als conjunctuur-meter is de prijs van Noordzee-olie genomen (zwarte lijn op II). De piek zit niet toevallig (let op!) vlak voor ons grootste succes (’88).

Mag ik erop wijzen: de prijs stijgt weer (figuur II en III)! Maar een zwaluw maakt geen zomer. Na duchtige contemplatie heb ik daarom nog twee parameters ingevoegd: op de groene lijn ziet u opkomst en verval van de koude winters in Nederland. Koudeperioden van langer dan negen dagen hebben zoals bekend een vormend effect op de jeugd. Het hoeft geen verder betoog, bekijk de cijfers, dat de alsmaar koudere winters van ’85 en ’86 een belangrijke bodem vormden voor de succesvolle EK-finale van ’88. 1996 en 1998 waren ook bepaald duchtige winters, goed voor een lekker resultaat in 2000 (halve finale EK). En dat we ons in 2002 zelfs niet voor het WK plaatsten, dat hadden we kunnen weten als we deze grafiek toen al bij de hand hadden gehad: kijk naar het verval van de groene lijn. Maar er is hoop: sinds midden jaren nul komen de koude winters weer op.

Absolute zekerheid voor de validatie van alle berekeningen tot nu toe heb ik tenslotte gevonden in de vierde onvermijdelijke parameter: de blauwe lijn geeft het aantal Nederlandstalige hits in de top-40 sinds 1970 aan. Zoals bekend staan opkomst en ondergang van liederen in de eigen taal voor gevoelens van trots en uiteindelijk nationalisme in een land (zie ook: McCarthy & Wilders in Transnationale verkenningen, 2001, Bentham University Press).

Opmerkelijk verschijnsel in de zijlijn als we de grafieken II en III bekijken: stijgt de olieprijs, neemt het Hollandse lied een positieve wending, maar wel telkens met een vertraging van enkele jaren. Wat dat betekent voor de kwaliteit van de eerste haring en de terugkeer van de gulden zal ik binnenkort voor u uitrekenen. Maar ook voor onze voetbalsuccessen is het zonneklaar: de lijnen verhouden zich een op een met elkaar.

En nu u toch door uw oogharen begint te kijken: bekijk grafieken II en III eens van vijftig centimeter afstand en concludeer met mij: we halen de finale. Alles wijst erop. De Noordzee-olie is goed geprijsd, het Nederlandstalige lied zit in een upswing, we hadden vorig jaar een extreem koude winter, de PvdA zit in de oppositie en CDA en VVD zijn, weliswaar demissionair, maar nog steeds aan het bewind.

De finale. Jawel. Het gaat weer gebeuren.

Maar dan? Het is wetenschap mensen, we moeten eerlijk blijven en ons op de cijfers blijven richten. Daar, in de finale zullen we sneuvelen. De piek zit er nog niet in. Het gaat opwaarts, maar nog niet genoeg. Tweede, jammer, maar het hard erger gekund.

Overigens heb ik na enige biertjes ondervonden dat je de grafieken ook andersom kunt lezen. Onze resultaten op het veld blijken eveneens alles te zeggen over de manier waarop dit land bestuurd wordt en door wie. Ik verklap het u alvast: we stevenen af op een tweede kabinet Den Uyl.