Krugman: Verziek het economiedebat niet met vooroordelen

Bernanke vs Krugman  |  foto's ANP

We leven in een tijd van extremen, waarin de manier waarop mensen denken -of maar al te vaak: niet denken- over de economie in het middelpunt van de aandacht staat. Die meningen zijn helaas zelden gebaseerd op enkel feiten, en des te vaker op vooroordelen.

Justin Fox, hoofd van de Harvard Business Review Group, zette laatst een interessant artikel op HBR.com, waarin hij kwam met iets wat ik eigenlijk al wel wist, maar waarvan ik toch blij was dat hij het bevestigde: mensen staan niet erg open voor informatie die niet uit hun eigen denkrichting komt. Dat is de afgelopen jaren wel heel duidelijk gebleken.

In het stuk, getiteld ‘Don’t Like the Message? Maybe It’s the Messenger’, schrijft Fox: “Houd dat eens in gedachten als je iemand iets ongelooflijk stoms hoort zeggen. Is het echt het idee dat zo stom is of reageer je op de groep waartoe je denkt dat de spreker behoort?”

Kampen
Sta eens stil bij de dingen die de verschillende kampen in het economische debat de afgelopen zes, zeven jaar hebben voorspeld. Als je mening werd gevormd door de Wall Street Journal dan wist je -dat wist je gewoon- dat er helemaal geen huizencrisis was, dat er in 2008 in de Verenigde Staten geen recessie was, dat budgettekorten zouden leiden tot hemelhoge rente, dat een verhoging van de overheidsuitgaven enorme inflatie met zich mee zou brengen en dat de bezuinigingspolitiek zou leiden tot economische groei.

Dat is nogal wat. En toch ben ik me er zeer van bewust dat heel wat mensen -ook die met serieus geld tot hun beschikking- The Wall Street Journal een betrouwbare bron vinden en mij, laten we zeggen, onbetrouwbaar en ongeloofwaardig.

Dat heeft natuurlijk alles met politiek te maken, maar er zit ook een sociologisch kantje aan: voor het soort mensen dat The Wall Street Journal leest en naar rechtse investeerdersites gaat, is het glashelder dat ik een latte-drinkende vrijdenker ben die waarschijnlijk vóór het homohuwelijk is en niet automatisch bewondering heeft voor mensen die het financieel voor elkaar hebben. (In feite houd ik meer van goede filterkoffie, maar de rest klopt wel). Ik hoor gewoon niet tot hun soort.

Misschien zou het in mijn zoektocht naar meer begrip een goede politieke zet zijn, om meer mijn best te doen om er bij te horen: mijn baard eraf, golf gaan spelen, mijn vocabulaire aanpassen. Maar daar zouden ze waarschijnlijk niet in trappen. Het resultaat is dat ik zoveel bewijs kan aandragen als ik wil, er zullen altijd mensen zijn die niet naar me luisteren.

Toevallig kreeg ik vandaag een fantastisch, of misschien ook niet zo fantastisch, bericht. Degene die het stuurde had mijn nieuwe boek gelezen: End this Depression Now!, en kon niet vinden op welke plaatsen ik de feiten had verdraaid om bij mijn ideologische ideeën te passen. Kon ik hem aanwijzen waar ik dat in het boek had gedaan?

Ach, men doet zijn best…

‘De strijd der Baarden’
Ik neem mijn petje af voor Robert Samuelson die een serieuze poging deed om grip te krijgen op het debat rond de geldpolitiek. In een column voor de The Washington Post schreef hij laatst: “Niet alleen Krugman maar ook andere economen zijn voorstander van een hogere inflatie. Bernanke is dat niet. Misschien heeft Krugman gelijk. Zijn theorie beantwoordt aan een begrijpelijke behoefte om iets te doen aan het zwakke economische herstel en de miljoenen werklozen en hopelozen. Toch kies ik in dit debat de kant van Bernanke. Het is te gevaarlijk om te flirten met een hogere inflatie.”

Ik denk dat ik gelijk heb (maar dat is natuurlijk logisch); ik wil ook benadrukken dat heel wat gerenommeerde economen aan mijn kant staan. Waaronder het merendeel van hen die zich al zorgen maakten over de nul-ondergrens, voor die een feit was. Ik geloof ook dat we bij de calculatie van de risico’s moeten meenemen hoe groot het risico is om de grote werkloosheid maar door te laten etteren. Maar ik wilde dat er vaker over economie werd gediscussieerd op deze manier, in plaats van met de valse argumenten die het ‘debat’ zo vaak verzieken.

Laat ik het zo zeggen: ik denk niet dat iedereen die het niet met me eens is dom en/of kwaadaardig is; dat denk ik alleen over de domme en/of kwaadaardige mensen.

 

 

Paul Krugman is hoogleraar economie aan Princeton, Nobelprijswinnaar en columnist van de New York Times. Zijn column verschijnt twee keer per week op HP/De Site.


  • Max

    De waarheid is dat geen van deze dames en heren expert wisten wat ze deden en dat nog steeds niet weten. Maar ze blijven wel in paniek aan dat stuur draaien om deze stuurloze vrachtwagen genaamd economie op de weg te houden. Prutsers!

  • Mark D

    Dit is wel een wat vreemde column voor Krugman, omdat de beste man ook niet vies is van flink op de Republikeinen inhakken, op een manier die doet vermoeden dat hij niet objectief is. In een column van anderhalve week geleden zegt hij bijvoorbeeld letterlijk over Paul Ryan en Mitt Romney “They’re willing to snatch food from the mouths of babes (literally, via cuts in crucial nutritional aid programs)”. Dergelijke onomwonden taal doet vermoeden dat ook Krugman behoorlijk partijdig is.

    Voor de hoor en wederhoor is het misschien een idee voor HP om naast Krugman ook John Cochrane (professor uit Chicago, en een behoorlijke rechtse hardliner; http://johnhcochrane.blogspot.nl/) te vertalen.