“Hé schatje, pssst!”

Waarschijnlijk begint het ergens rond de leeftijd dat je ook borstjes krijgt en schaamhaar: mannen die naar je kijken, fluiten, sissen, roepen, glimlachen of zwaaien op straat. En helaas in sommige gevallen ook: achterna lopen, aanraken, duwen, bedreigen.

Het is het leuke en het lastige van vrouw zijn: dat er graag naar je gekeken wordt. Als je nog een meisje bent, kun je er niet echt van genieten. De mannen die me nafloten, vond ik eng, of stom. Dus ik negeerde het eerste gefluit, en hoe steviger ik in die puberteit terechtkwam, des te beter kreeg ik die arrogante ‘denk maar niet dat ik je een blik waardig gun!’-houding onder de knie.

Die houding verandert langzaam weer naarmate  je ouder wordt, zoals Cisca Dresselhuys onlangs aankaartte in een essay in Trouw over de onzichtbaarheid van de oudere vrouw. De oudere vrouw vindt het namelijk juist erg om niét meer nagefloten te worden, zoals Annemarie Oster het eens omschreef: “Stratenmakers zijn nog te belazerd hun lippen te tuiten tot ook maar een fractie van een fluitstand.” Dezelfde Annemarie Oster heeft geschreven in één van haar andere Volkskrant-columns: “Ik ben nu op een leeftijd aanbeland dat er zelfs geen neger meer naar me omkijkt.” Waarna veel kritiek kwam op het woord ‘neger’.

Blijkbaar is het voor een jonge vrouw even erg om nagefloten te worden, als voor een oudere vrouw om te merken dat ze het niet meer wordt. Feministe Laurie Penny schreef onlangs in haar column op The Independent dat nafluiten hetzelfde is als seksuele intimidatie en dat het veel erger is voor vrouwen dan we denken. Het neemt vrouwen hun ruimte af, schrijft ze, om te zijn wie ze willen zijn en zich te kleden hoe ze zich willen kleden. Want ieder moment kun je als vrouw op straat worden aangesproken, toegesist of achtervolgd en dat is een inbreuk op je privacy. Het is ongewenste seksuele aandacht die vrouwen niét zelf uitlokken, zoals vaak wel wordt aangenomen.

Dat ‘Hé schatje, pssst!’ op straat een gevoel van onveiligheid met zich meebrengt, is wel vaker vastgesteld. Om die reden is nafluiten bijvoorbeeld opgenomen in de veiligheidsmonitor, en werd het in 2003 officieel verboden op het centraal station van Rotterdam: voor nafluiten kon je daar een boete krijgen. Het ludieke berichtje stond destijds in de krant en kwam bij Man bijt hond, de vraag is of er ooit werkelijk boetes zijn uitgedeeld. Ook kwam er een Hyves groep: ‘de-ik haat het als bouwvakkers me nafluiten-hyve’ (op dit moment precies 15 leden).

In Chili was vorig jaar een vrouwelijke minister die het naroepen en nafluiten op bouwplaatsen verbood. In de Vrij Nederland-seksspecial stond een verhaal over de verschillen van verleiden waarin wordt gesteld dat het per land verschilt: “Nafluiten of toesissen wekt bij een Nederlandse passante ergernis op, maar in exotische contreien treft zo’n afgezaagde verleidingstruc blijkbaar doel, anders zouden de mannen het niet doen.”

Hiertegenover staat het onderzoek van Vrouw: de helft van haar lezeressen vindt het wél fijn om te worden nagefloten op straat. Ik geloof dat ik het ook leuk vind, soms tenminste. Maar er bestaan heel duidelijk twee soorten van mannelijke aandacht op straat en het verschil daartussen is een essentieel verschil, Penny ziet het in haar column over het hoofd.

Je hebt de vriendelijke, gezellige en flirterige opmerkingen aan de ene kant en de onrespectvolle, hebberige sisjes aan de andere. Die laatsten zijn denigrerend: ‘lekker mokkel!’ of: ‘pssst!’ of intimiderend: iemand komt te dichtbij, of zit aan je, ik heb het eens meegemaakt in een volle tram. Een man die kwijlend blijft staren kan ook intimiderend overkomen, alsof hij iets van je afpakt.

Als stratenmakers tegen een langslopende vrouw zeggen: ‘Wat een mooie vrouw ben jij!’ wordt zij daar vrolijk van – en ja, zo’n hele volzin komt er wel degelijk soms uit. In gedachten huppel je verder en de stratenmakers gaan ook verder met hun werk. Van een complimentje zonder plakkerige gevolgen wordt niemand chagrijnig, toch? Laatst fietste ik langs het café op de hoek, de mannen die ervoor stonden keken me na en eentje ervan riep: ‘Green-peace!’. Een seconde begreep ik niet waarover dat ging, tot ik besefte dat ik een felgroene trui aanhad. Ik fietste door met een glimlach, er was tenminste langer over nagedacht dan ‘pssst!’.

Dus: mocht u als man willen flirten op straat, houd u dan aan de volgende regels: niet doen bij vrouwen onder de 18, vooral wel doen bij oudere vrouwen, kijk niet te lang, en houd het lief en/of grappig.