De huidige hang naar succes is denkelijk bij de uitvinding van de yup begonnen. Wat heb ik hen vaak uitgelachen, die young urban professionals met hun poenige vertoon en hun idee dat persoonlijkheid was af te lezen aan het embleem van een auto en het merk van een kledingstuk of zonnebril. Maar zij waren niet weg te slaan uit de glossy magazines, zeker niet van hun advertentiepagina’s. De reclame is dol op succes, want succes betekent geld en geld betekent commercie.
De yup heeft een collectieve faalangst over de maatschappij gebracht. Ik geloof dat er momenteel geen verschrikkelijker scheldwoord bestaat dan loser. Je kunt beter een trut, zakkenvuller, relnicht, allochtonenvriend of kutmarokkaantje zijn dan een loser.
Nou, ik zou zeggen: applausje voor de loser.
Wat schieten we op met een moraal die mensen laat jagen op superioriteit? Dat leidt maar tot gespannenheid, afgunst en teleurstelling. Het gaat er niet om de beste, sterkste, rijkste, mooiste en slimste te worden – het is al heel wat wanneer mensen hun best doen goed, krachtig, welvarend, aantrekkelijk en bij de pinken te zijn en te blijven.
Om van de succesmantra af te komen, kunnen we wel van de loser leren. Hij (de loser is meestal een man) begrijpt dat het leven niet volmaakt is en heeft dat inzicht helemaal verinnerlijkt. Hij vecht niet tegen windmolens. Hoeft niet zo nodig. Gelooft meer in zijn dan in hebben. Laat zich niet gek maken. Houdt het kalm, mijdt de stress, vindt vrijheid just another word for nothing left to lose.
De loser heeft eigenlijk helemaal niet verloren. Zelfs zijn ambitie niet, want die ontbrak hem al sinds zijn geboorte. Laat hem maar scharrelen, de loser, hij heeft alles wat hij wil: weinig.





