De angst van elke moeder

Foto: ANP

Mijn stiefzoon hoest. Het zijn diepe, heftige uithalen die de helft van de keren eindigen in kokhalzen. ’s Nachts klinken de schrapende uithalen door het hele huis. Het maakt hem ontzettend moe, zijn keel is er opgezet van; het gaat al weken zo door. Kinkhoest, denkt de huisarts nu. Het heerst, in heel Nederland. Een vervelende ziekte, maar het gaat weer over en er is niks aan te doen. Hij heeft er geen koorts bij, is tussen het hoesten door gewoon in staat naar school te gaan.

Dus dat was het. Totdat iemand me wees op een link met zwangerschap. Ik schrok me rot. Kinkhoest kan ontzettend gevaarlijk zijn voor pasgeboren baby’s. Ze hebben nog geen enkele weerstand, hun longen zijn super kwetsbaar en de kinkhoestbacterie (Bordetella pertussis, meer een rotsplant dan een microbe) kan zelfs dodelijk zijn. Volgens de verloskundige hoef ik me nog niet druk te maken, ik zit niet in de gevarenzone. Die geldt vanaf week 34 van de zwangerschap, de bacterie is namelijk niet schadelijk voor een ongeboren kind. Ik ben nog geen 34 weken zwanger, de incubatietijd van mijn stiefzoon is alweer voorbij en niemand anders in huis lijkt het te hebben opgepikt. Mocht dat wel zo zijn, dan moeten we tegen die tijd naar de huisarts voor preventieve antibiotica.

En toch. Kinkhoest blijkt in de lift te zitten. Het RIVM ziet een stijging in de kinkhoestgevallen in Nederland. Van januari tot en met 31 mei 2011 waren er 1259 gevallen terwijl er dit jaar tot 14 mei al 5037 mensen zijn besmet. Een stijging die dwars door de inentingen (de k in de DKTP-prik) heen gaat, omdat de bacterie zich blijft ontwikkelen.

Ik vind kinkhoest (en nog meer de Engelse versie: whooping cough) behoorlijk ouderwets klinken. Het hoort bij steegjes waar de was (vlekkerig wit) overdwars tussen twee ramen hangt, waar vrouwen met schorten in de deuropening staan en kinderen op blote voeten door plassen rennen terwijl de staalfabriek giftige rook uitblaast boven hun hoofdjes. 1887. Hoogstens 1920. Niet 2012.

Een nieuwe, rauwe emotie
Maar het heerst echt en voor het eerst in mijn leven voel ik de angst van een moeder. Een nieuwe, rauwe emotie waarvan ik weet dat me nog veel grotere porties te wachten staan. Ik kan dit RTL-itempje over de ziekte bijna niet afkijken zonder oprechte paniek te voelen.

Ik wil vanaf week 34 in een tent op de hei wonen, ver weg van mogelijke hoestaanvallen van kinkhoestlijders. Want als mijn stiefzoon niet meer besmettelijk is, dan is zijn hele klas het wel. Hij heeft op school bacteriën verspreid, in de bus op schoolreisje, op feestjes. Dus op een of andere manier kan die Bordetella pertussis weer in mijn huis terecht komen. Behalve als ik niet meer in contact kom met mensen. Nooit meer. En baby straks ook niet.

En dan kom je dus tot de conclusie dat dit het vanaf nu is, dit gaat niet meer weg. Niet de kokhalzende hoesters, maar alle dreiging die op de loer ligt. Bacteriën en gevaren zijn overal, kinkhoest is nog mild. Koorts, rode hond, het verkeer, mazelen, pedofielen. En als kinkhoest kan heersen, dan ook de pest. Lepra.

Tot nu toe was ik vooral bezig met de zwangerschap. Lukt het? Gaat het goed? Opeens is daar nu levensgroot de angst voor het kindje dat er straks is. Zo klein, zo onbeschermd, er kan zóveel misgaan.


Reacties zijn gesloten.