Pessimisme kan een economie doen instorten

De oorzaak van de ineenstorting van de Britse economie zit tussen de oren en bij de ijdelheid van politici.

Een paar dagen geleden schreef ik over het feit dat veel Britten geloven dat op de een of andere manier hun economie op een dramatische manier is ingestort. In een recente column in de Financial Times voegt columnist Martin Wolf daar nog het een en ander aan toe; hij legt hierin de link met een belangrijk stuk, geschreven door de economen Bill Martin en Robert Towthorn; ‘Is the British Economy Supply Constrained ll? A Renewed Critique of Productivity Pessimism’(pdf); dit stuk laat duidelijk zien dat er geen sprake is van zo’n ineenstorting.

Het artikel staat vol met technische details die ik u zal besparen, maar zijn belangrijkste punt is de scherpe daling van de productiviteit in Groot-Brittannië. Dit zou óf het resultaat zijn van een geheimzinnige structurele verschuiving óf het gevolg zijn van het feit dat veel bedrijven hun ‘overhead’ kosten niet onder controle hebben. Veel bedrijven gingen er onterecht vanuit dat de economie toch wel zou aantrekken, en dat daarmee de verkopen weer zouden stijgen. Dat klinkt natuurlijk veel meer voor de hand liggend. Daarbij zijn er helemaal geen bewijzen voor de verklaring die uitgaat van een structurele verandering.

Een populaire verklaring is het verlies van veel goed betaalde banen in de financiële wereld; dat klinkt logisch tot je gaat rekenen. Dan zie je al snel dat deze aantallen te klein zijn om zo’n effect te verklaren. Het doet denken aan de verhalen over de zogenaamde structurele werkeloosheid in de Verenigde Staten, die veroorzaakt zou worden door de achteruitgang van de bouw. Ook dit klinkt plausibel tot je gaat rekenen en ontdekt dat het verschil miniem is.

Als Groot Brittannië niet lijdt onder een mysterieuze ineenstorting van de productiviteit, dan lijdt het, veel meer dan tot nu toe werd gedacht, aan een gebrek aan vraag. Dit leidt direct tot de conclusie dat de budgettaire problemen veel kleiner zijn dan de regering beweert. Misschien halen de Britten hun eigen economie wel naar beneden en creëren ze zo een selffulfilling prophecy: het overdreven pessimisme over hun mogelijkheden leidt tot een politiek die het land in de armoede stort.

Is dit de waarheid? Dat kan ik niet met zekerheid bevestigen. Maar het is een stuk waarschijnlijker dan het officiële standpunt. De politiek zou niet alleen rekening moeten houden met het, tot nu toe geheel hypothetische, risico van een verlies aan vertrouwen door de aandelenmarkt. De politiek moet zich realiseren dat er een zeer reële kans is dat de productie wordt belemmerd door een overdreven pessimisme. En dan hebben we het nog niet eens over de toekomst….

Het Probleem met IJdelheid
Martin Wolf slaat de spijker op zijn kop in een recent blog in de Financial Times: Premier Cameron en zijn ministers hebben een vreselijke fout gemaakt door totaal voor de bezuinigingsmaatregelen te gaan. De koers wijzigen wordt nu wel heel moeilijk, al was het alleen maar omdat ze dan hun fout toe zouden moeten geven.

Op 28 mei schreef Wolf: ‘Het zal best vernederend voor de regering zijn om nu de koers te veranderen, maar dat is nog geen reden om het volk van de U.K. voor altijd onder die fout te laten lijden.’

Maar natuurlijk is er nog een reden: de ambitie en ijdelheid van politici.