Een jongensboek

Jetro Willems Oranje EK 2012

Yo Jetro, 

Augustus 2011: twee jongens in een bus. Eén in Rotterdam, één in Utrecht. Eén ding weten ze allebei zeker: deze zomer staan zij niet in het Nederlands Elftal. Terwijl het prima zou kunnen, voetbaltechnisch en zo.

Gisteren, toen jij op het gazon van het Metalist Stadion in Charkov (Tom Egbers: ´Het gras is lang.´ Kenneth Perez: ´Veej te lang.´ Jan van Halst: ´Ze gaan het nog wel sproeien zo, maar dan blijft het lang.´ Perez: ´Te lang.´) een eerste rondje kuierde en de sfeer door de doppen van je hoofdtelefoon heen liet sijpelen, zat ik in Bus 8, biddend dat mijn diepvriespizza (die met buffelmozzarella en verse tomaatjes) nog even zou wachten met ontdooien. Denk nou niet dat je daarom beter kunt voetballen dan ik, Jetro. Tien maanden geleden zat jij ook nog gewoon met een diepvriespizza in de bus, op de terugweg van een training van Sparta.
Sparta, was dat niet ooit een bekende voetbalclub?

Das war einmal, zou Hugo Brust verdrietig mompelen.

Om kort te gaan: een halfjaar geleden was jij nog helemaal nergens. En ik, nou ja, ik ook niet. Het had ook anders kunnen lopen, wil ik maar zeggen. Dubbeltje op z´n kant vaak, zo´n loopbaan.

Vlak voor mijn halte stapte iemand in die me aan Van Persie deed denken. Niet dat ze erg op Van Persie leek – het was een dame van midden zeventig met zo´n linnen boodschappentas die drie mensenlevens meegaan – maar ze had iets van hem weg. Van de Oranje-Van Persie bedoel ik, de lieve maar ietwat onnozele tweelingbroer van de Arsenal-spits. Het was iets in de manier waarop ze een beetje schuin naar de grond keek, denk ik. Zo kijkt Oranje-Van Persie ook vaak, alsof hij zijn autosleutels verloren is en voor de zesde keer een rondje maakt op alle plekken waar hij al gezocht heeft.

Zo keek die mevrouw in Bus 8.

Ze droeg een oranje hoedje.

Thuis deed ik de pizza in de oven, zette de televisie aan (waarom ik niet met vrienden keek, gezellig, in de kroeg of bij iemand thuis? Dáárom, Jetro, daarom) en viel in een discussie over jou. Of je het allemaal wel aan zou kunnen, vroeg Jack van Gelder.

Jan van Halst twijfelde.

Kenneth Perez vond het maar wát mooi dat je meedeed. Een jongensboek, vond hij het.

(Ik ben eens voor mijn jongensboekenkast gaan staan, maar zijn er eigenlijk wel jongensboeken over jongens die zomaar opeens uit het niets in het Nederlands Elftal komen? Snelle Jelle deed er bijvoorbeeld 23 delen over, en dat was dan nog een of ander KNVB-jeugdelftal dat toevallig in oranje speelde. Een jongensboek in een jongensboek, dat ben je, vermoed ik).

En toen kwam jij zelf in beeld. Je huppelde over het veld alsof je al twee decennia over velden huppelt. Beetje de okseltjes losgooien, alsof je ieder moment aan je laatste Olympische poging met de discus kon gaan beginnen.

Als je vroeger een keertje bij een hoger team mocht meespelen, deden ze altijd een andere warming-up dan je gewend was. Is dat nog steeds zo?

Toen kwam de wedstrijd. Laten we daar niet teveel woorden aan vuil maken. Mark van Bommel vond het goed, Bert van Marwijk vond het héél goed en Bert Maalderink vond het zelfs uitstekend. Meer hoef ik niet te weten.

Over jou zwegen ze, Jetro, allemaal. Coaches en aanvoerders doen niets liever dan jonge spelers in interviews een beetje prijzen, maar soms vergeten ze dat even, bijvoorbeeld als ze het te druk hebben met hun eigen prestaties nog een beetje op te poetsen.

Neem het ze niet kwalijk Jetro, ze weten niet beter.

Iemand moet het doen. Ik dan maar.

Jetro Willems, je speelde fantastisch.

En ik was één van die types die er geen vertrouwen in had, die nog liever op z´n LinkedIn-wachtwoord vertrouwde dan op jou.

Sorry.

Toen ik de bus uitstapte en de mevrouw met het oranje hoedje me een prettige wedstrijd wenste, begreep ik even niet waarom ik daar niet stond, in Charkov. Nu wel.

Tien maanden lang hebben we een strijd uitgevochten, een strijd waar we beiden niet van wisten dat hij bestond. Gisteren, na het laatste fluitsignaal, wist ik: jij hoort op een veld in Charkov (niet goed gemaaid trouwens), en ik in een bus, plastic boodschappentas op schoot. Je hebt gewonnen.

Zou Van der Wiel nog wel eens in een bus zitten?

Spreek je later!

 

Frank

PS. Heb gister die Ronaldo zien spelen. Zit nu al in je binnenzak.


Reacties zijn gesloten.