Rinnooy Kan onthult: Europa = god

Vertrekkend SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan zei zaterdag in het AD dat we “offers moeten brengen” voor Europa. Dat is een zéér onthullende quote.

Als er lijstjes worden gemaakt van de machtigste of meest invloedrijke Nederlanders, kun je er donder op zeggen dat mensen als Alexander Rinnooy Kan, Bernard Wientjes, Hans Wijers, Herman Wijffels en Jeroen van der Veer steevast zeer hoog eindigen. Ik heb dat altijd een beetje zorgelijk gevonden.

Nederland heet immers een democratie te zijn. Maar wat voornoemde prominenten gemeen hebben, is nu juist dat hun macht of invloed op geen enkele wijze democratisch is gelegitimeerd. U en ik hebben namelijk helemaal nooit op Rinnooy Kan, Wientjes, Wijers, Wijffels of Van der Veer kunnen stemmen. We kunnen ze (dus) ook niet naar huis sturen. Tóch trekken ze in ons land aan de belangrijkste touwtjes. In dit opzicht lijkt Nederland vermoedelijk méér op het Vaticaan of de vroegere Sovjet-Unie dan we soms beseffen. Dat we al evenmin naar de stembus mogen om ons staatshoofd, onze minister-president, onze senatoren, onze commissarissen van de koningin en onze burgemeesters te kiezen, laat ik hier kortheidshalve maar buiten beschouwing.

Want eigenlijk wilde ik het hebben over een zeer recente uitspraak van Alexander Rinnooy Kan. Zaterdag zei hij in een interview met het Algemeen Dagblad: “Het behoud van de euro is de beste optie. Daar moeten we ons offers voor getroosten.”

Eerst las ik er overheen. Maar toen bleef ik alsnog hangen bij dat woordje ‘offers’. Tezelfdertijd begon ik iets te vermoeden. Maar omdat ik dingen graag zeker weet, besloot ik eerst de zevende druk van Van Dale’s Nieuw Groot Woordenboek der Nederlandse Taal te raadplegen. Dat prachtboek heb ik altijd paraat. Over ‘offer’ lezen we daar het volgende:

  1. elke gave die men aan de of een godheid toewijdt en welke haar wordt opgedragen;
  2. (R.K.) het lichaam en bloed des Heren dat in de gedaante van brood en wijn bij de mis aan God wordt geofferd;
  3. (R.K.) ten offer gaan, onder een begrafenismis de pateen gaan kussen en geld op de offerschaal leggen;
  4. (ongew.) slachtoffer;
  5. (fig.) alles wat men met zelfverloochening afstaat.

En toen wist ik het dus zeker: Europa is, althans in de zeer machtige en zeer invloedrijke ogen van Rinnooy Kan, een religie. Vergeet dus het idee dat we als Nederland geld afdragen aan de EU. Dat geld wordt niet afgedragen, dat geld wordt opgedragen. Daarom houdt de plicht tot offeren voor eurofielen als Rinnooy Kan ook nooit op: je doet het immers niet om een doel te bereiken, maar om een doel te heiligen. Hoe méér je offert – lees: hoe kleiner je jezelf maakt – hoe groter en goddelijker wordt dat doel. Want zo werkt dat bij offers en bij religies.

U begrijpt: ik ga dat interview met Rinnooy Kan goed bewaren. Het lijkt me van grote theologische én van grote financiële betekenis. Mooier kun je niet hebben.