Dag Bert

Dat was het dan. Jammer. Het viel best mee. Het voelde als een operatie waarbij onder plaatselijke verdoving een ingegroeide teennagel verwijderd wordt, tijdrovend maar pijnloos.

Die ingegroeide teennagel, dat was uw elftal. Het Nederlands team was de afgelopen maanden uitgegroeid tot een zeurende pijn. De nagel groeide almaar verder in het vlees en daaronder begon het al voorzichtig te rotten. Nu is het onvermijdelijke gebeurd en kan de genezing beginnen. Wat rotting en genezing betreft, is ons nationale team een perpetuum mobile. Iedere generatie Nederlandse voetballers gaat vroeg of laat aan zichzelf ten onder.

Ik zal u niet vermoeien met een opsomming van uw fouten, daar zijn anderen beter in. U heeft fouten gemaakt, maar het waren er, voor zover ik dat kan inschatten, in elk geval niet meer dan de bondscoaches vóór u. Maar ook iemand die vijf jaar overgaat als beste van de klas, moet in z’n examenjaar voldoendes blijven halen.

U bent vaak geprezen om uw onverstoorbaarheid. Vorige week nog mocht de trainer van het Slowaakse MSK Zilina, Frans Adelaar, u in Voetbal International een hart onder de riem steken. Frans Adelaar die Bert van Marwijk een hart onder de riem steekt, dat is als Lutz Jacobi die vierkant achter Obama gaat staan. Maar goed, het was lief bedoeld. U zult het ongetwijfeld gelezen hebben, want u houdt consequent vol dat u niets leest, en dat zijn de echte lezers.

Uw onverstoorbaarheid heeft u tot nog toe altijd gered. Het was het wapen waarmee u alle critici het zwijgen kon doen opleggen. Maar de grens tussen onverstoorbaarheid en starheid is dun, en die grens bent u gisteravond zonder voor de douane te remmen gepasseerd. Uw onverstoorbaarheid heeft u ten val gebracht, daar kon geen steunbetuiging van Frans Adelaar wat aan doen.

Volgens mij ging het definitief mis toen Mark van Bommel na de wedstrijd tegen Bulgarije opmerkte dat ‘wie romantiek wilde zien, maar naar Titanic moest kijken’. Ik neem aan dat dit een opvatting is die u deelt, al zou u misschien een andere film hebben gekozen. Van Bommel stamt uit de tijd dat je verplicht met je vriendinnetje mee naar Titanic moest. U schat ik in op een incidenteel filmhuisbezoekje. Gone with the wind? Of toch meer Notting Hill?

Verder getuigt zo’n opmerking natuurlijk van een nogal stupide visie op een sport die al zijn succes, roem, financiële winst en historie te danken heeft aan de kijker. Alsof George Clooney zegt: ‘Als je goed acteerwerk wilt zien, ga je maar naar het theater. Ik ben niet verantwoordelijk voor jullie plezier.’ Wie tóch naar die film gaat, is niet goed snik of masochistisch en waarschijnlijk beide.

Bij de volgende wedstrijd van het Nederlands Elftal zat het stadion echter gewoon weer afgeladen vol. Waarom? Wat zoeken mensen bij een wedstrijd van een team dat zich slechts om het resultaat bekommert? Het resultaat is tenslotte niet meer dan een truc van een getalenteerde illusionist, cijfers zijn het, cijfers die naar niets anders verwijzen dan zichzelf. De werkelijkheid bevindt zich in het spel, in de lol, die van het kijken en die van het doen. Wie alleen maar goede resultaten wil en verder niets, kan zich beter gaan toeleggen op het fulltime controleren van de zwaartekracht.

Kennelijk heeft bij u – en niet alleen bij u trouwens – het wonderlijke idee postgevat dat ’t het winnen is dat voetbal mooi maakt. Fout. Winnen, meneer Van Marwijk, betekent pas iets als er iets verdedigd wordt, als er iets op het spel staat. Een opvatting, een idee, spelvreugde voor mijn part. Het Nederlands Elftal (en met Oranje ook talloze andere teams) is de laatste jaren een elftal geworden dat doet denken aan de schrijver die schrijft wat zijn lezers willen lezen, aan de politicus die met marktonderzoeken de meningen van de kiezers peilt en zijn verkiezingsprogramma daarop aanpast, aan de filosoof die plots aan het relativeren slaat, aan Miguel Indurain die berekende dat hij beter geen etappe kon winnen om de Tour op zijn naam te schrijven. Kortom, aan hen die weigeren iets wezenlijks op het spel te zetten als gevolg van onversneden angst voor de nederlaag.

Het gaat niet om het verlies an sich, mensen die teleurgesteld zijn vanwege een nederlaag louter om het feit dat het geen overwinning is, kun je beter mijden.

Opportunisme is mooi, maar je kunt het ook overdrijven.

Uw realisme blijkt al die tijd niet meer te zijn geweest dan een zorgvuldig gecamoufleerd opportunisme. Natuurlijk, u had een idee en aan dat idee hield u vast, maar het was een idee dat slechts gebaseerd was op winst, nog net niet ten koste van alles, maar wel ten koste van te veel.

De enige conclusie kan zijn dat u winnen al die tijd schromelijk heeft overschat. Willen winnen ten koste van te veel getuigt van een gebrek aan fantasie.

Winnen is maar winnen. Al zou een overwinning zondag welkom zijn, dat snap ik ook nog wel.

Dinsdag zag ik u opeens weer eens lachen. Het was tijdens een of ander spelletje op de training. Gewoon, een spelletje voor de lol. Die tien seconden vrolijkheid waren honderd keer mooier om naar te kijken dan drie uur Titanic.

Er is nog een kans, een kans ter grootte van het altruïsme van Arjen Robben. Mijn tip: laat schieten die kans, laat hem gaan. Nu nog de kwartfinale halen zou nergens op slaan, een vernedering zou het zijn. Uw spelers moeten opnieuw leren lachen, dat gaat niet in vier dagen. Zelfs de wonden van een vernedering kunnen helen, maar vier dagen is te kort. Vier dagen, dat is net niet te kort voor een avondvierdaagse.

Een lang weekend. Een lang weekend is niks. Laat toch gaan, die wedstrijd tegen Portugal, bel af, ga met z’n allen naar een pannenkoekenhuis en laat de tijd zijn werk doen.

Wat u ook doet: vergeet niet te lachen. Winnen om het winnen is voor de simpelen van geest,

Veel succes, over twee jaar in Brazilië, en vooral: heel veel plezier. Lach ze.

 

_________________________
Volg HP/De Tijd op Twitter!