Weg met de stadsduif

Er is wel meer om je over op te winden dan voetbal. Duiven bijvoorbeeld. Ik heb het he-le-maal gehad met duiven. Meer speciaal: met de hout- en stadsduiven. Postduiven die zonder TomTom op en neer reizen naar Barcelona zijn nog wel boeiend, maar de schommelende sullen die onze steden onderkakken en het akoestische milieu verstoren met hun stomvervelende gekoer, die wens ik een grondige epidemie toe.

Waar zijn duiven nou helemaal goed voor? De meeste vogels zijn aantrekkelijk door hun uiterlijk en/of hun zangkunst, maar op die twee belangrijkste punten vallen duiven al meteen door de mand. Hun figuur is een ernstig geval van obesitas, de manier waarop ze rondwaggelen een affront vergeleken met de elegante balletsprongetjes van andere stadsvogels. En als ze zich met heel hun overgewicht losmaken van de grond, maken hun vleugels ook nog eens een irritante herrie.

Toegegeven: eenmaal aan het vliegen, ziet het er goed uit. Bléven ze daar maar, hoog aan de hemel, ver van ons weg. Maar nee, ze trekken een lijntje door de lucht en gaan vervolgens weer zitten lijntrekken op een daknok of een schutting. En maar zwakhoofdig door de mooiste concerten van andere vogels heenkoeren: roekoéhoehoe, roekoéhoehoe.

Het ziet er niet uit, het klinkt stuitend, maar het geneert zich niet om veertien kilo stront per duif per jaar achter te laten op onze monumenten, balkons en terrassen. Allemaal uitgescheten vraatzucht. Zie maar eens wat er gebeurt als je wat broodkruimels uitstrooit: er landen zes mussen en een merel, gevolgd door een duif die dermate gulzig in het rond pikt dat de andere zeven het met een fractie van zijn portie moeten stellen.

Onbegrijpelijk dat zo’n ornithologisch fiasco toch nog goede papieren heeft. De dikzak staat symbool voor vrede, liefde en de Heilige Geest. Dat moet allemaal op een misverstand berusten. Vrede? Ik denk eerder aan een oorlog tegen de duiven. Liefde? Ze wekken haat op. En de Heilige Geest? De duif is met afstand de minst spirituele vogel uit de hele fauna.

De hele geschiedenis door, zei Theo Maassen eens, heeft de mens ervan gedroomd te kunnen vliegen. “Zoals duiven. Die hebben vleugels, die kunnen vliegen, in vijf minuten zijn ze in een park, in tien minuten in een bos. Maar wat doen ze? Ze gaan op het afdakje van cafetaria De Bus zitten wachten tot er iemand een stukje frikadel laat vallen.”

Dus of een denktankje van een paar biologen en chemici alsjeblieft snel een middel wil bedenken waarmee we die lawaaiige smeerlappen massaal onvruchtbaar kunnen maken, dan komt het vanzelf goed.

 

_________________________
Volg HP/De Tijd op Twitter!