Buongiorno signore Trappatoni

Ciao Trap,
Even dacht ik dat ik naar een historisch voetbalfilmpje zat te kijken. Foutje van de regie

bandje ingestart met een Spanje-Ierland van een tijdje terug, uit de tijd dat u nog coachte. Het bleek live. U coacht nog. U leeft dus ook nog. Wist ik niet.

Sorry.

Met iedere nederlaag van de elf van Van Marwijk wint het verleden terrein op de Nederlandse tv. Nou waren ze in Hilversum al nooit echt terughoudend in het uitnodigen van spelers uit de krochten van de voetbalhistorie, maar dit EK zijn echt álle remmen los: iedere oud-voetballer met een houdbaarheidsdatum die ergens in de jaren negentig verstreken is, krijgt een microfoon op zijn jasje gegespt, voor het geval hij er iets in wil mompelen.

En tussen het gemompel door zijn er filmpjes, altijd maar weer filmpjes. Filmpjes van toen de oud-voetballers hun eigen haarkleur nog hadden en nog oranje konden dragen zonder dat het pathetisch was.

Ik kijk naar Willem van Hanegem en ik denk: bejaard. Daar helpt geen smaakvolle spencer aan. Ik zie Wim Kieft en bereken dat hij, ondanks alles, onmogelijk veel ouder dan vijftig kan zijn. Ik luister naar Mark van Bommel en besef dat hij nog helemaal niet zo lang geleden met voetballen gestopt moet zijn.

Gerd Müller – de grote Duitse spits van niet zo vreselijk lang geleden – is nauwelijks pensioengerechtigd. Hij ziet eruit alsof hij vorige week 140 is geworden.
Oud-voetballers, oude mannen zijn het. Bij de NOS hebben ze nog een paar patente veertigers (Mulder, Van Halst, Perez), die geef ik nog vier jaar. Bij het volgende EK heeft geen van hen zijn eigen tanden nog. Het verschil met Tom Egbers – eeuwig een jongetje van veertien – zal alleen maar toenemen.

Misschien komt het omdat oud-voetballers zo eindeloos lang gepensioneerd zijn. De herfst van het leven begint op bij hen bij 35, het hoogtepunt is onherroepelijk achter de rug, zo mooi als toen wordt het toch nooit meer. De melancholie ligt op de loer. Het enige wat je dan nog rest is aan een tafel in een niet overdreven secuur tot stamkroeg verbouwde tv-studio. En als je daar eenmaal zit, dan kun je er eeuwig blijven zitten. Drie keer langer dan je ooit zelf gespeeld hebt.

René van der Gijp, kent u hem nog? Ik weet zeker dat u hem zou mogen. Hij is de uitzondering die in z’n eentje de regel bevestigt. Zijn hele voetbalcarrière blijkt in retrospectief niet meer dan een voorzichtig aanloopje tot een allejezus vrolijk heden te zijn geweest. Zijn grootste prestaties zijn nu, aan een tafel, wanneer hij haarscherpe analyses afwisselend met anekdotes over naast hem zittende teamgenoten van weleer, die dus van dezelfde generatie moeten zijn, maar dat zie je er niet aan af. Wanneer Van der Gijp zo’n ouwe strijder van pure pret op zijn schouder ramt, hoop je vooral dat het gebit van de ander blijft zitten. Van der Gijp schijnt te leven als een bejaarde, maar hij lijkt jonger dan toen hij voetbalde.

Maar terug naar u.

U bent 73, las ik. Ook nog jong, maar toch minstens tien jaar ouder dan de mevrouw die iedere ochtend bij ‘Nederland in beweging’ wordt verteld dat ‘ze deze oefening ook heel goed zittend op een stoel kan doen’. 73, dat klinkt naar een wekelijks klaverjasavondje, een computercursus en kleinkinderen die je liever zien gaan dan komen omdat je muf ruikt en hun namen door elkaar begint te halen. De Italianen van 73 die ik ken, schuifelen iedere ochtend naar een bankje op het dorpsplein, om daar tot de lunch begint met andere 73-jarigen te roddelen en op toeristen te schelden.

Italianen worden gemiddeld ouder dan Nederlanders, naar het schijnt omdat ze overal olijfolie overheen mikken. Hoeveel olijfolie moet u wel niet gebruiken, signore Trappatoni? Zeg eens eerlijk: gaat de fles wel eens ineens aan de mond?

Ik heb u gisteren eens bestudeerd, langs de lijn. En ik moet zeggen: ik was onder de indruk. Uw inzet is even hartverwarmend als zinloos: Ieren hebben evenveel talent voor voetbal als Nederlandse voetballers voor zelfkennis. Zelden iemand zo ontroerend waardig zien vechten tegen de bierkaai als u gisteravond.

Als ik uw dokter was, zou ik hebben gezegd: doe toch kalm, ga eens op tijd naar bed. Maar ik ben uw dokter niet, en ik heb ook geen enkele ambitie het te worden. Daarom zeg ik: doe zo voort, tot in de eeuwigheid liefst.

Na de wedstrijd zocht ik op Youtube naar het filmpje dat uw nalatenschap aan de wereld zal zijn, de persconferentie die uw postume herinnering gaat worden. Van Gogh had zijn zonnebloemen, Van Basten zijn goal in ’88 en u uw persconferentie: STRUNZ!

Het is nu vijftien jaar later en u bent nog exact even oud. Knap. De Spanjaarden mogen dan te sterk te zijn geweest, de tijd heeft u toch maar mooi verslagen. Ik zag u gister zitten, op zo’n vliegtuigstoel in de dug-out, en ik dacht: waarschijnlijk zit u over twintig jaar nog steeds in een dug-out of op een vliegtuigstoel, of op een krukje, waar ook ter wereld. Bidon met olijfolie naast u op de grond.

Naast u zat een man die me vaag bekend voorkwam.

Toch even opgezocht.

Die man bleek Marco Tardelli te heten. Ook al zo’n figuur die leeft met de zekerheid na zijn dood herinnerd te worden. Bij hem waren er slechts tien extatische seconden voor nodig, exact dertig jaar geleden.

Ook hij was nauwelijks veranderd, terwijl hij toch minstens zo oud moest zijn als Kieft – die het met oog op de eeuwigheid trouwens ook goed gaat doen met beelden die door Eddy Poelmann zo vriendelijk zijn omlijst met de zin: ‘Kieft, een lucky, maar wat geeft dat?’.

Mijn vraag is: wat zouden u en uw assistent de volgende generatie Nederlandse oud-voetballers aanbevelen? Toch maar olijfolie? Hoeveel liter per dag om mee te beginnen?

 

All the best en doet u het toch maar een beetje rustig aan, gewoon voor de zekerheid.

 

PS
Bij de BBC wordt het EK geanalyseerd door oud-voetballers die er zelfs jonger uitzien dan toen ze voetbalden. Lineker, Shearer, Hansen; je zou ze zó opstellen. Gaat er in zo’n ontbijt met witte bonen ook olijfolie, dat u weet?