Spacecake met Pink Floyd

spacecake

Het is bijna acht jaar geleden dat ik na een kwart miljoen sigaretten ophield met roken. Voor mijn luchtwegen rijkelijk laat, maar beter ooit dan nooit. Ik ben nog steeds blij dat ik die stap gezet heb.

Alleen: een nadeel van ophouden met roken is dat het blowen daarmee ook afgelopen is. Hoewel een heel matige blower – nu en dan één tweepersoons jointje – beleefde ik er genoeg plezier aan om het een beetje te missen toen het wegviel. Ja, ik kon met een hasjpijpje aan de gang, maar met mijn lastige longen haalde ik mijn inhalaties liever bij de apotheker dan bij de coffeeshop.

We moeten eens spacecake proberen, zeiden we tegen elkaar, maar zoals veel overwegingen waar het woordje ‘eens’ in zit, kwam het daar maar niet van. Tot we het er met een bevriend stel over hadden en een etentje planden met spacecake na. Vriend P zou de lekkernij zelf bakken.

Gisteravond was het zover. De sushi’s waren heerlijk, de droge witte Verdicchio eveneens, en toen volgde het plechtig aansnijden van de cake, die er geruststellend ouderwets uitzag. Ik zette een cd van Pink Floyd op. Ik doofde een lamp en stak kaarsen aan. We namen alle vier een plak, en daarna nog een halve, en wachtten af.

Na drie kwartier zei J dat ze iets begon te voelen, alsof ze een beetje tipsy was. Zelf merkte ik dat mijn hoofd lichter werd en mijn motoriek onzekerder. Ik dacht dat het bij haar nog niets deed. P begon iets te vertellen, maar raakte de draad kwijt en schoot in de lach.

Toen ging het snel. Associaties en gedachtesprongen volgden elkaar op en vlogen alle kanten uit, waarbij het vreemde was dat we elkaar moeiteloos volgden. Ik wilde steeds iets over een aapje uitleggen, maar strandde elke keer in een lachbui. Aápie, zei P, aápie, en hij schaterde het uit, waarna ook I en J proestten dat het een aard had. Regelmatig vroeg iemand waar het eigenlijk over ging en dan hielden we het niet meer, sloegen ons op de dijen van de pret en veegden de tranen uit onze ogen.

Dat hebben we tot middernacht volgehouden: uren van onbekommerd en onbedaarlijk plezier.

Je moet ermee oppassen, ik weet het, voorlopig niet meer, maar jongens, jongens, wat een spul.


  • Vriend P

    Goh, was ik daarbij? ;-)

    Jaren niet zo uitbundig gelachen!