Lieve supporter met je Pippi-pruik

EK Voetbal Nederland vs Duitsland

Een uur na het eindsignaal stopte mijn trein gisteravond op Utrecht Centraal. In de stationshal liepen twee jongens in oranje shirts. Ze hadden het over de Tour de France. Nog maar 13 dagen, zeiden ze tegen elkaar. Ze dronken hun blikje bier leeg en holden naar hun trein. Ze leken hoopvol, die jongens. Zij wel.

De wedstrijd was bijna afgelopen toen de Oekraïense regisseur het moment rijp achtte om jou –volwassen man met een Pippi Langkous-pruik, roodwitblauwe bril, een gezicht waarop de roodverbrande huid langzaam door de door zweet weggewassen oranje schmink heen kwam en een kanten kaasmeisjesmutsje op je pruik – in beeld te brengen.

Nietsziend staarde je in de verte.
Je gekke bril stond een beetje scheef.

De Pippi-vlechten stonden schuin omlaag.

Je mutsje was gekreukt.

Thuis zaten ze vast allemaal te kijken. En ze zagen je. Zij wel.

Een bescheiden gegrinnik zoemde door je stamkroeg, Café Het Nipje in Hazerswoude. Bij je ouders thuis, in Dongen, juichte je vader om je verschijning, terwijl je moeder net op de wc zat en tante Henny (die een beetje mistig wordt) vroeg verbaasd of Nederland nu toch nog gewonnen had.

Zij zullen de enige mensen in Nederland zijn geweest die je vijf seconden van eerlijk verdiende roem hebben opgemerkt. De rest van de wereld had het te druk, te druk met het eigen verdriet over de nederlaag, en het ontkennen ervan.

Speciaal voor die mensen: je keek alsof je net had aanschouwd hoe je vrouw en haar minnaar (tevens jouw beste vriend) ieder met een bijl op je zelf opgeknapte oldtimer stonden in te hakken, terwijl je dochter een spandoek ontrolde waarop stond dat ze al haar respect voor je al lang en breed verloren was en je zoontje van elf je collectie zeldzame modeltreinen uit het zolderraam gooide om ruimte te maken voor de uitbreiding van zijn wietplantage.

Maar dat was allemaal niet waar.

Het was veel erger.

Nederland stond op het punt te verliezen van Portugal.

Ik moest aan je denken toen ik in de trein op weg naar huis zat. De coupé was leeg, op een meisje met een oranje strik in haar haar na. Het meisje las een boek en neuriede zachtjes mee met de muziek op haar iPod.

De conducteur riep de stations af, alsof er niets gebeurd was.

En ik dacht aan jou, hoe je met je Pippi-pruik door Charkov slenterde. Geen zin om nu al terug naar het hotel te gaan, geen zin om een café binnen te wandelen, nergens zin in. Gewoon: lopen en nadenken. Verwerken.

Rouwen.

Ondertussen stroomden de sms-jes van het thuisfront binnen: of het nog wel leuk was. Wanneer je thuiskwam. Je moeder belde om te vragen hoe het weer daar was. Dat er in Nederland de geruchten de ronde deden over ruzies binnen de selectie. Over een mol ook. Iedereen leek er al van te weten, alleen jij niet. Jij liep daar maar, door het centrum van Charkov. Links, rechts, links, rechts, een Robben in topvorm slalommend door steeds stiller wordende straten.

Je zette je telefoon uit.

En opeens wist je niet meer waar je was.

Terwijl de nacht viel en in Nederland de mensen zich al met het onvermijdelijke hadden verzoend, belandde je in de buitenwijken van Charkov.

Je krabde onder je vlechten en ging op de stoep zitten.

Die goal van Van der Vaart… Je had joelend over de reling van de tweede ring gehangen, misschien was je nog nooit zo blij geweest. Je kaasmeisjesmutsje viel ervan van je hoofd.

In de rust bij de pisbakken had je je mutsje weer teruggekregen, van een vent uit Oldenzaal die al twintig jaar lang met een bos wortels op zijn hoofd alle wedstrijden van het Nederlands Elftal bezocht. Dit was de laatste, mompelde de Wortelman. Hij was het zat.

Iedereen leek het wel zat te zijn. De kranten waren het al weken zat, de mensen op de Oranjecamping waren het zat en zelfs Jack van Gelder leek het soms even zat.

Jij niet, jij was het nog lang niet zat. Je was fan. Fans zijn het nooit zat, nooit écht.

Je had gewild dat je het zat was, dat je net als al die andere miljoenen Nederlanders je alleen maar in het oranje kon hullen gewoon omdat je zin had in een feestje. Dat je teleurgesteld zou kunnen zijn in een nederlaag, alleen omdat het feestje dan niet door zou gaan.

Dat je Cristiano Ronaldo niet had uitgelachen om zijn kapsel.

Dat je die jeukende Pippi-pruik nooit voor je verjaardag gekregen had.

Dat er geen lek in de groep was, dat er nooit lekken in groepen meer zouden zijn.

Dat je een normale vakantie had geboekt.

Dat je nooit ergens fan van was geweest.

Dat had je allemaal best gewild.

Daar dacht je aan, op die stoep, ergens aan de rand van Charkov, ver buiten bereik van de Oranje massa die het kilometers verderop vast al op een opgewekt zuipen had gezet, buiten bereik van de meisjes die door de stad krioelden en aanboden ieder te troosten die maar getroost dacht te moeten worden.

Buiten bereik ook van je Facebook-vrienden, aan wie je foto’s van jezelf en je veelbesproken outfit had beloofd.

In de goot lag een colablikje. Je schopte ertegen, eerst verveeld, daarna enthousiaster. Je speelde dat je de bal kreeg van Van der Vaart en dat je de 2-0 binnentrapte. Dansende oranje vlechten. Je trapte en trapte en trapte en met iedere trap trapte je een deuk in je verdriet.

En zo geschiedde het wonder van Charkov alsnog, drie uur te laat.

Ik moest aan je denken toen ik door de plotseling uit z’n hypnose ontwaakte stad naar huis fietste. En ik dacht weer aan je, toen ik Bert van Marwijk op televisie de tranen uit zijn wallen zag vegen. En terwijl de status van Sneijder, Van der Wiel, Robben, Van der Vaart en al die anderen als een te enthousiast opgeblazen ballon live op tv dreigde te ontploffen, dacht ik aan jou, man met je Pippi Langkous-pruik. Ik hoop dat je vandaag wakker word in je hotel, met een kater, een kussen vol schmink, wat vage herinneringen aan de nacht en een gevoel dat er iets is vandaag. O ja, je weet het alweer.

Vandaag ging je een nieuwe hobby zoeken.

Goeie reis naar huis, groet.

________________________

Volg HP/De Tijd op Twitter!


  • Onbelangrijk

    Ik was ook op weg naar huis maar dacht aan iets veel ergers. Aan de ouders van het jongetje wat dit weekeind begraven is. Het kindje was de week ervoor door de beschermingslatten aan het hoofdeind van zijn op die dag door zijn vader opgebouwde nieuwe hoogslaper gegleden, maar zijn hoofd pastte er niet door. De ouders kwamen er pas achter na de wedstrijd NL-DU. Niets gehoord. Te laat… Wat stelt dan nog het EK voor? Een korte tijd van rouw, maar wel voor anderen……

  • Janah

    Het EK was een nationale oefening in nederigheid, Nederland was er aan toe!

  • Dennis

    Jammer dat een ‘onbelangrijk’ een leuke column teniet weet te doen.