Met z’n allen naar de kosmische vuilnisman

De Voyager, op weg naar de sterren (foto nasa)

In 1982, ik was veertien jaar oud, sloot ik het deksel van een grote plastic doos. ‘Pas openen in het jaar 2000′ schreef ik erop met een dikke viltstift.

Het idee voor de tijdcapsule kwam van een ruimtesonde die nu op het punt staat het zonnestelsel te verlaten.

Achttien jaar lang wist ik mezelf te beheersen: volgens de afspraak met mezelf ging de doos inderdaad in het jaar 2000 open. Ik was allang vergeten wat ik erin had gestopt. Ik vond voorpagina’s van de lokale krant, een schoolrapport, playmobil, speelgoedautootjes, ansichtkaarten en munten. Maar ook de broodtrommel die ik destijds meenam naar school en een plastic zakje met verdord gras uit de tuin. Eigenlijk viel het een beetje tegen, maar dat kwam vast doordat verwachtingen nu eenmaal groter worden naarmate de verrassing toeneemt omdat je dingen domweg vergeet.

Het idee voor mijn persoonlijke tijdcapsule had ik van een Amerikaanse ruimtesonde. Die Voyager-1, zoals het apparaat heette, was in 1977 gelanceerd om langs enkele verre planeten in ons zonnestelsel te vliegen. In de jaren tachtig werden we verwend met prachtige foto’s van Jupiter en Saturnus, waar ik als jonge ruimtevaartfan van smulde. Maar de Voyager-1 zou ook bekend worden om de tijdcapsule die hij aan boord had: een koperen grammofoonplaat met aardse geluiden en beelden (plus een eenvoudige afspeler). Want stel je voor dat buitenaardse wezens het ruimtevaartuig in handen zouden krijgen – dan zou het een gemiste kans zijn wanneer we niet even een visitekaartje zouden achterlaten.

Onmogelijke opgave
Dat visitekaartje werd dus een grammofoonplaat – cd’s bestonden in 1977 nog niet. Wat erop kwam, werd bepaald door een speciale commissie onder aanvoering van de bekende astronoom Carl Sagan. Die stond voor een onmogelijke opgave: hoe vang je het wezen van de menselijke beschaving in een beperkte selectie geluiden?

Dat lukt natuurlijk niet. Dus werd gekozen voor een tamelijk obligaat begin: begroetingen in 55 talen, van het zesduizend jaar oude Akkadisch tot het Nederlands (‘hartelijke groeten aan iedereen’). Waarbij er gemakshalve van uit werd gegaan dat buitenaardse wezens de vriendelijke boodschappen als zodanig zouden herkennen – en niet opvatten als een oorlogsverklaring.

Na de begroetingen volgde anderhalf uur muziek. Het werd een allegaartje van Bach en Mozart, een Pygmeeënlied, Peruaanse panfluiten, Azerbeidzjaanse doedelzakken en Javaanse gamelans. Als een van de weinige eigentijdse artiesten staat Chuck Berry erop, met Johnny B. Goode. Ook waren er natuurlijke geluiden opgenomen, zoals wind, bliksem en walvisgeluiden, maar ook babygehuil. Daarnaast was er ruimte voor 115 analoog vastgelegde beelden: onder meer van DNA, landschappen, architectuur en voedsel. En natuurlijk voor een vriendelijke boodschap van de toenmalige Amerikaanse president, Jimmy Carter, en de secretaris-generaal van de VN (destijds Kurt Waldheim, later omstreden wegens zijn oorlogsverleden, maar toen was de Voyager al miljoenen kilometers ver weg).

Op weg naar de sterren
De Voyager-1 is het verst van de aarde verwijderde object dat door mensenhanden is gemaakt: het ding suist inmiddels op 17,8 miljard kilometer afstand door de kosmos. Om een idee te geven: de maan staat op 384.000 kilometer afstand. De signalen van het toestel – want sommige meetinstrumenten werken nog steeds – doen er bijna zeventien uur over om de aarde te bereiken. Het zal niet lang meer duren, zo schreven onderzoekers recentelijk in het wetenschappelijk tijdschrift Nature, of de Voyager-1 zal het zonnestelsel helemaal hebben verlaten en de interstellaire ruimte betreden. Daar kan het dan als intergalactisch schroot worden opgepikt door een buitenaardse vuilnisman. Over duizend jaar. Of honderdduizend. Of een miljoen. (Of meest waarschijnlijk nooit, maar we doen graag aan wishful thinking.)

Ik kan me herinneren dat ik ten tijde van mijn eigen tijdcapsule fantaseerde over wat er vervolgens zou gebeuren met de plaat. Hoe hij naar een intergalactische Attila de Hun werd gebracht, die vervolgens onverwijld tot een invasie overging. Hoe de plaat werd omgesmolten om als een lekkernij te worden verorberd door een koper-etende beschaving. Hoe een groepje ET-kinderen ermee ging frisbeeën. Enfin, de gewichtigheid en de goede intenties die wijzelf eraan meegaven zouden weleens volledig teniet kunnen worden gedaan. De Voyager-plaat is misschien vooral interessant studiemateriaal voor aardbewoners zelf, wanneer ze willen weten wat de mensheid in de jaren zeventig representatief achtte voor zichzelf. Ik kan hem hier van harte aanbevelen. Tijdcapsules maken, dat is misschien iets wat mensen gewoon voor zichzelf moeten doen.

 


Reacties zijn gesloten.