Onze schaamteloze badkamermanieren

Foto: ANP

Toen de koers dit weekend na een enorme valpartij eerst geneutraliseerd en daarna even helemaal stil gelegd werd, zeeg de renster voor me plassend op het asfalt neer. Middenin het stilstaande peloton trok ze haar pijp opzij, hurkte tussen de fietsen en liet haar water lopen. De wielen om haar heen, waaronder de mijne, kwamen in een plasje pis te staan.

Tijdens de korte neutralisatie had ze al een paar keer zenuwachtig tegen me gezegd: “Marijn! Ga opzij! Ik wil eruit! Ik moet plassen!” Maar we reden zo dicht op elkaar, dat ik onmogelijk opzij kon, tenzij ik de berm in reed. En dat was ik, hoe hoog haar nood ook was, niet van plan. Ik had de valpartij overleefd en was niet van plan alsnog onderuit te gaan in de blubber naast de weg.

Terwijl haar plas op straat klaterde, waren de kreten niet van de lucht. “Getverdemme!” “Dat doe je toch niet!” “Had je niet even in de berm kunnen gaan zitten?!” Want hoewel we wat lichamelijke behoeftes in de meest brede zin des woords de preutsheid ver voorbij zijn, is plassen middenin het peloton voor veel van ons echt over de rand. Er maakten heus wel meer rensters van de gelegenheid gebruik, maar die zaten allemaal een paar meter verderop in het gras.

Verder zijn wij volstrekt schaamteloze vrouwen. De nu volgende informatie kan daarom als schokkend worden ervaren. We lopen naakt rond in onze hotelkamers. We poetsen rustig onze tanden als de ander staat te douchen. We zitten op de wc terwijl onze kamergenote zich afdroogt. We laten boeren in elkaars bijzijn. En scheten. En ondertussen wordt er gewoon door gekletst, natuurlijk, alsof we niet allerlei handelingen aan het verrichten zijn die de meeste mensen liever volledig voor zichzelf houden.

Nu is het misschien niet gek dat je je preutsheid verliest als je zoveel met elkaar optrekt, onder de omstandigheden die bij ons vak horen. Kom je nat, modderig en volledig verkleumd aan in je hotelkamer, dan is het eerste dat je wilt doen: alles uittrekken en warm worden. Dat wil je allebei. Dus dan ga je niet op elkaar staan wachten, maar ruk je je wielerbroek van je kont en ga je in bad zitten als de ander zich de douche al heeft toegeëigend. Als er alleen een douche is, kom je er gezellig bij staan, want door de stoom die van het hete water af slaat is de badkamer het warmste plekje in de hotelkamer.

Doordat we veel eten en drinken, is onze stofwisseling snel. We moeten dus vaak naar de wc. Wachten tot de ander klaar is in de badkamer kan natuurlijk, maar ophouden is vervelend. Dan gaan dingen maar in de weg zitten. Hetzelfde geldt voor boeren en scheten: eruit is eruit, dan kun je er ook geen last van krijgen. Een dwarse wind kan de vorm van de dag namelijk behoorlijk beïnvloeden.

Maar geen zorgen: zo gauw de koers is afgelopen en we de bewoonde wereld betreden, trekken we ons beschaafde jasje weer aan en worden we zoals fatsoenlijke vrouwen geacht worden te zijn. Zelfs die ene die dit weekend op straat plaste.


Reacties zijn gesloten.