Vertel maar wat onze vaders in Indië uitspookten

Nederlandse patrouille trekt langs een sawah in Indonesie (foto anp)

Mijn vader was een jochie van twintig toen hij naar Indië ging als soldaat, eind jaren veertig.

In de doos met foto’s die op de zolder van mijn ouders stond zag je hem staan, voor de afvaart van het schip, op de kade in Rotterdam, in zijn legerkloffie, tussen een paar honderd andere jongens die net als hij de oorlog achter de rug hadden en hun eerste buitenlandse reis gingen maken. Naar de tropen.

In die twee jaar dat hij er was, verbrandde zijn hoofd zó dat dit altijd donkerder bleef dan de rest van zijn lichaam. Net als bij een wielrenner. En sambal eten kon hij sindsdien ook als de beste. Elke maaltijd een volle theelepel. In de vensterbank van ons ouderlijk huis stonden tientallen jaren de met kraaltjes versierde kalebassen.

Maar wat ie daar had gedaan had hij ons, zijn negen kinderen, eigenlijk nooit verteld. We hadden geen idee. Hij had wel eens reünies van oude strijdmakkers. Dat moeten emotionele bijeenkomsten zijn geweest. Want hij kwam altijd aangeslagen terug. Met een vreemd soort weemoed, ook in de verhalen over teruggevonden vrienden.

Pas toen ikzelf veel ouder werd en las over de politionele acties, over gruwel- en wandaden door onze jongens begaan, begon ik me af te vragen wat daar eigenlijk de rol was geweest van mijn vader. Nooit goed uitgezocht toch, het ging voorbij. Zoals heel Nederland zich niet echt druk maakte om ons eigen foute verleden. Want we moesten vooruit. En ze waren uiteindelijk toch onafhankelijk geworden, die Indonesiërs.

Tot ik, samen met mijn broer een boekje makend voor het veertigjarig huwelijk van mijn ouders, hem professioneel besloot te interviewen. Nou ja, zoals je dat met een vader kunt doen. Hoe hij mijn moeder ontmoet had, hoe ze die twee jaar naar elkaar brieven hadden geschreven. En hoe het daar was. En toen vroeg ik het: ‘Heb je eigenlijk wel eens iemand doodgeschoten?’

Het was een schok toen ik het vroeg. Ik zag zijn gezicht vertrekken. Ik denk dat we er daarna nog wat omheen praatten. Dat het zolang geleden was en nou ja, van die dingen. En toen, ik denk dat ik nog eens aandrong, toen zei hij alleen: ‘Het was soms hij of ik, jij of die ander.’

Tranen in zijn ogen. Reden om er niet verder op door te vragen ook. Het blijft je vader.

Maar wel verkeerde ik later steeds in het besef dat mijn vader dus daadwerkelijk oog in oog met iemand had gestaan en had aangelegd en geschoten. Iemand had gedood. En misschien wel meer. Daar in Indië. En ik probeerde me voor te stellen hoe dat was voor een jongen van twintig, met zijn eenmeterachtenzestig en zijn Twentse accent in de tropen. Hoe angstig hij misschien geweest moet zijn.

Nou ja , eigenlijk zoals je je altijd afvraagt hoe het is als jonge jongens het leger in gaan en daar moeten vechten. Voor hun land. Voor een zaak die toen een rechtvaardige leek. En een zaak die later als fout werd afgedaan, waar niemand in het land liever meer over praatte. En jijzelf ook niet, behalve onder oude kameraden. Een zaak die je ook tegenover je eigen kinderen kennelijk liever niet oprakelde. Want hoe konden die nou begrijpen wat toen speelde, wat jij en je kameraden daar hebben meegemaakt.

Enfin, het is nu 2012, mijn vader is al lang dood. Maar ik wil het wel weten wat daar precies is gebeurd. Laat die drie instituten alsjeblieft een mooi dik boek schrijven over onze oorlog daar. Hoe fout het was, hoe gruwelijk we tekeer gingen, hoe we die jongens waaronder mijn vader, een oorlog in stuurden die onrechtvaardig was. Ik wil het graag lezen. Want ik wil hem ook postuum graag wat meer begrijpen.


  • Eliane

    Wat een mooi en oprecht artikel, geschreven vanuit verwondering en nieuwsgierigheid. Ik ben blij dat je uit het morele oordeel blijft, Frank. Goed en kwaad of juist en fout kennen in oorlogsomstandigheden een heel ander kader.

  • Godefridus France

    Ja onze jongens, de mannen van toen, heb er velen leren kennen gedurende mijn diensttijd, helden met een borst vol onderscheidingen, maar er werd vooral over gezwegen, in opdracht van de toenmalige laffe regering werden zij er op uitgestuurd, geen oorlog, dat woord was in nederland taboe, “politionele acties” dat klonk beter, de handel van onze foute duitse oranje familie moest worden veilig gesteld, de nederlanders die jaren in de jappenkampen hebben gezeten werden niet gehoord, de doden moesten niet klagen, de kruidentuin moest veilig gesteld worden, de regering met medeweten van wilhelmina hebben de kluit belazerd, bij terugkomst naar nederland de militairen via een achterdeur aan land gebracht, de Molukkers werden in kampen ondergebracht, met valse beloftes waren ze naar hier gehaald, de trouwe aanhangers en strijders voor rood wit blauw, pek en veren was hun deel, soekarno was de nieuwe vriend, en de keizer van japan werd met alle egards door de oranjes ontvangen, de kampgruwelen waren vergeten, de doden en vermoorden waren geofferd, de japse moordenaars waren weer handelspartners, en daar moet zoals gewoonlijk bij de foute duitse familie en halve nsb regering alles voor wijken!!!

  • Max

    Zullen we het ook eens hebben over wat de Indonesiërs hebben uitgevreten, wat ze de Nederlandse soldaten en burgers hebben aangedaan. Daar zal wel weer over gezwegen moeten worden, dat past niet in de de Nederlander is altijd schuldig houding. De houding die zo dierbaar is onder onze elite en koningshuis.

  • luuk

    Goed om even te wachten met reageren. Niet alleen het artikel maar ook de twee reacties tot nu toe zijn uitstekend, rest alleen de opmerking dat bij documentaires vaak de milde reacties van de bevolking in Zuid-oost Azie opvalt, ook bijvoorbeeld over de oorlog in Vietnam.

  • Ray Rancuret

    Ik was daar gedurende de oorlog met Japan. De Japaners waren erg brutaal en gebruike veel geweld. ook met de vrouwen en kinderen in de verschillende kampen. Ik was daar tijdens de overdracht en ik was daar toen de eerste Oranje brigade aan kwam. Ik was daar in de tijd van de “bersiap”, de opstand die door soekarne werd aangewoekerd. Ik was in Nederland na de repatrietie, woonde in Leiden met mijn moeder en jongere zus. Wij waren allemaal onthuts en leefde in angst over onze vader die het niet heeft gemaakt. Hij stierf September 19, 1944 na dat hin was aangespoeld in Benkoelen. Het Japanse schip dat hij op was werd getorpedeerd en zonk. Met eigen ogen heb ik gezien hoe onze soldaten werden behandeld door de peloppors onder de leiding van soekarno. Ja, alle twee kanten hebben wrede dingen uitgehaald and gedaan. Maar uiteindelijk, onze soldaten werden opgeroepen en hadden geen keuze. Ik ben nu 83 jaar oud en ik heb stil momenten van verdriet en inzinkingen. Ik ben uiteindelijk naar de VS geimmigeerd met mijn nieuwe bruid. Mijn vrouw verloot har vader door de SS en een NSB veraarder. Ik dank God nog voor de kans om opnieuw te beginnen. Mijn vrouw stierf drie jaar geleden, maar wij hebben een pracht huweljk gehad en twee kinderen die onze trots zijn. Neem deze raad aan de jongere generaties van mij aan. Mijn generatie heeft heel veel geleden gedurende de oorlogs jaren. Wij willen zoveel mogelijk vergeten zo dat wij een normaal leven kunnen leven. Take it for whatever worth this is. Thanks.

  • Joost

    Vanaf 1964 tot 1970 zat ik als beroeps bij de luchtmacht.
    Gedurende de diensttijd zat ik op Soesterberg.
    Mijn adjudant die in Indie gediend had vertelde tijdens koffie pauzes ( s-morgens ) de gruwelijkste dingen die hij gedaan had en liep dan altijd hrd lachend weg.
    3 voorbeelden.
    Als een dorp omsingeld en ingenomen was mochten de bij elkaar gedreven inwoners weg lopen als zijnde “niet gearresteerd “.
    Als zij wegliepen werden zij in de rug dood geschoten.

    En deze dan: Gevangenen werden in tonnen gestopt en van een heuvel afgerold.
    Door de wand van de ton waren wel veel spijkers geslagen. Al die er levend uitkwam werd met citroensap bewerkt.

    De laatste: Het afsnijden van oogleden was kennelijk ook gebruikelijk. Dat was om iemand niet te kunnen laten getuigen omdat hij/zij blind geworden was.