Een ode aan de wasknijper

Foto: ANP

Zo’n drie of vier keer per week hang ik de was op. Aan een wasrekje inderdaad of aan een waslijn op de zolderoverloop, in geval van lakens. Ik heb wel een elektrische wasdroger, maar die gebruik ik zelden of nooit. Hooguit als we van twee weken vakantie terugkomen en ik snel een paar ladingen wil verwerken.

Dat ik geen wasdroger gebruik is natuurlijk goed voor het milieu en dempt de energierekening, maar de ware reden voor het droogrekje is dat ik het een fijnere methode vind. Eenmaal droog komt de was naar mijn idee schoner geurend en beter gesteven van het rek af dan uit de droogtrommel. Het taakje van het ophangen vind ik niet onplezierig: bij elkaar horende sokken naast elkaar, T-shirts netjes zonder kreukels uitgevouwen, het geheel biedt een ordelijke aanblik.

Om het drogen sneller te laten verlopen moeten kledingstukken zo veel mogelijk uitgestrekt naar beneden hangen (dus niet dubbel gevouwen) en de wasknijper vormt hiervoor een onontbeerlijk hulpmiddel. Zonder wasknijpers ligt het wasgoed in lelijke knoedels over het rekje gedrapeerd en neemt het drogen meer tijd.

Het Openluchtmuseum in Arnhem heeft ter gelegenheid van zijn honderdjarig bestaan een oproep geplaatst om alledaagse voorwerpen te nomineren voor het museum van de toekomst. Na de inventarisatie konden sitebezoekers stemmen op de voorwerpen, waarvan ze dachten dat die er nu nog helemaal bijhoren, maar waar in de toekomst geen emplooi meer voor zal zijn. Op nummer vijf van deze top-tien figureert tot mijn ontzetting de wasknijper. Hoe nu? Zou het gebruik van elektrische wasdrogers over pakweg honderd jaar soms verplicht zijn? Zouden mensen nooit meer gaan kamperen en snel in de Mediterraanse zon een handwasje willen laten drogen, dat ze met wasknijpers aan de scheerlijnen van de tent hebben bevestigd?

In zijn eenvoud is de wasknijper, net als de paperclip, een wonder van gestroomlijnde multifunctionaliteit. Je kunt er de was mee ophangen, maar ik gebruik hem ook om aangebroken zakkken chips of pasta dicht te klemmen, waardoor de inhoud vers blijft. Toen mijn jongste zoon klein was, ging hij door een periode van Superman. De vermomming voor SuperMichael (een en ander speelde zich af in Amerika) was in een oogwenk gepiept. In een strook zwart crepepapier van ongeveer zeven centimeter knipte ik twee gaten voor de ogen, legde op zijn achterhoofd een knoop in de strook en klaar was het masker. Bij wijze van cape wapperde er een handdoek in de lengte over zijn rug, die in zijn hals werd vastgemaakt met een wasknijper. Kwamen er vriendjes spelen, deelde ik meer handdoeken en meer wasknijpers uit. Hours of fun!

Nee, die wasknijper zie ik niet zo snel obsoleet raken. Hetzelfde geldt trouwens voor andere objecten op die top-tien. De sleutelbos, de wegenkaart, de spellinggids zullen ongetwijfeld nog in lengte van dagen hun diensten bewijzen, omdat fysieke hulpmiddelen zo veel simpeler en betrouwbaarder zijn dan virtuele. Als mensen zich de toekomst voorstellen, schieten ze automatisch in de Jetsons-verbeelding: die tegenhangers van de Flintstones die zich per individueel ruimtescheepje door de lucht verplaatsen en een robot in huis hebben om hun veters te strikken. Maar dergelijke fantasieën zeggen altijd meer over de werkelijkheid van nu dan over de toekomst zelf. Die blijft een verrassing.


Reacties zijn gesloten.