Wie is de Mol?

Foto: ANP

Ha Mol,
We zitten nu drie dagen na de uitschakeling. Het Demasqué. Het Echec. Het Grote Afschminken. De Vernedering. Drie dagen en nog altijd zwijg je. Excuseer me dat ik het vraag, maar: je bestaat toch wel?

Ik had veel verwacht van de dinsdagkranten. De inhoud van de maandagartikelen was nog geheel volgens verwachting: met een enthousiasme een betere zaak waardig werden de roestigste messen tevoorschijn gehaald en vol overgave geplant in de resten van wat eens een succesvol elftal moest zijn geweest.

Van Persie acteerde wekenlang angstaanjagend waarheidsgetrouw een ontevreden kleuter, Sneijder bleek de buurman die zijn rotzooi bij je over de schutting gooit om zich daarna te beklagen over de rommelige tuinen in de straat, Robben was het meisje dat auditie doet voor de hoofdrol van de toneelavond en driftig wegloopt als ze met een bijrolletje wordt afgescheept en Van der Vaart de monkelende oom die best nóg een stukkie taart had gelust als iemand het hem tenminste gevraagd had.

En Van Marwijk? Zijn rol was die van de opa, de opa die de erfenis moet verdelen onder zijn etterende, elkaar de schedels inmeppende kinderschaar, terwijl hij zucht dat vroeger alles beter was.

En er was dus een Mol, maar niemand wilde zeggen wie dat was. Zelfs de Mol zelf niet, maar dat is dan ook het spel, het spel van de mol. Wie de Mol wil zijn, moet het spel tot het eind vol blijven houden.

Goed, maandag werd Oranje dus in de kranten tegen de muur kapot gesmeten als een goedkoop bord op een Griekse bruiloft. Het wachten was nu tot de scherven elkaar te lijf zouden gaan.

De verwachtingen werden opgevoerd, zondagavond al. Van der Wiel had het over ‘iets tussen hem en het team’ (waarmee hij zichzelf ook letterlijk buiten het team plaatste, al had hij dat zelf waarschijnlijk niet door), Arjen Robben over ‘dingen die intern moesten blijven’ en Nigel de Jong over ‘berichten die onderschept hadden kunnen worden’. Thrillerschrijvers die om inspiratie verlegen zitten, kunnen zich kortom vervoegen bij de heer Kees Jansma, die helpt u graag verder.

Onderschepte berichten…

De Belgische commentator Filip Joos begon zondag zijn verslag van de wedstrijd met de opmerking dat er een legertje Nederlandse journalisten klaar stond om alle rotzooi naar buiten te brengen als Nederland eruit zou vliegen.

Nederland werd als een elftal overmatig zwetende veteranen uit het toernooi verwijderd, maar de rotzooi bleef tot nog toe binnenskamers. De toespelingen beloofden desalniettemin veel: Johan Derksen had wat mensen off the record gesproken, Jack van Gelder wist te melden dat Klaas-Jan Huntelaar zó had lopen zieken dat hij op een haar na uit de selectie was verwijderd en zelfs Tom Egbers wist wel ‘het een en ander’.

Youri Mulder riep: “Het was een puinhoop!” En Youri Mulder heeft zelf het EK van 1996 meegemaakt, dus dat is een expert op het gebied van puinhopen.

In het Algemeen Dagblad schreef chef sport Chris van Nijnatten dat ‘als je Huntelaar een gluiperd vindt, dan moet je hem naar huis sturen en gauw’. Er stond niet: Huntelaar is een gluiperd en had naar huis gestuurd moeten worden. Dat was jammer. Nog mooier was geweest: Van Persie vond Huntelaar een gluiperd en vond dat hij naar huis gestuurd had moeten worden.

Verrukkelijk woord trouwens, gluiperd. Gluiperdgluiperdgluiperd. Grote glibberige glanzende gluiperd. Gluiperige gluiperd.

Klaas-Jan, de Bruin Boon van de Oranjeselectie. Gluiperd, geweldig.

Ik hoop dat het de komende dagen nog vaak gebezigd gaat worden.

De dinsdagkranten stonden vol met hints, toespelingen, halve en hele waarheden, maar de vuile was bleef nog een dagje binnenboord.

Langzamerhand kreeg ik het idee dat iedereen wel wist welke onverkwikkelijkheden zich in het Sheraton van Krakow hadden afgespeeld, wie met wie over de gang had gerold, wie de vrouw van wie had beledigd en wie nu precies tegen wie had gezegd dat hij zijn bek kon houden. Iedereen, behalve ik. Ik zat thuis, keek het aan en kon eigenlijk geen verschil ontdekken met twee jaar geleden, toen op het oog hetzelfde clubje gluiperds tweede van de wereld werd.

Het Nederlands Elftal is als een beroerd georganiseerde onderafdeling van de maffia: de omertà lijkt heilig, maar is in werkelijkheid slechts van tijdelijke aard, een hypothese waarvan na ieder slecht verlopen toernooi het tegendeel bewezen wordt. De pentiti worden de komende weken netjes verdeeld over de media die geduldig hun kans hebben afgewacht: hun verhalen van teleurstelling en ontevredenheid, misstanden en met eigenbelang versneden verdriet worden over meerdere pagina’s uitgesmeerd, ze zullen allemaal op punten overeenkomen en op andere punten verschillen. De spelers zullen eerlijk zeggen dat ze in de spiegel hebben gekeken. De grote beperking van spiegels: ze reflecteren slechts de buitenkant.

De verhalen zullen een horrorbeeld schetsen, een beeld van decadentie, schaamteloosheid, narcisme en onvrede.

Over een maand zal het lijken alsof Bert van Marwijk met 23 Balotelli’s op expeditie is geweest.

Ik verheug me op die verhalen, ik kan nauwelijks wachten op de conclusie die in ieder interview dezelfde zal zijn: de spiegel was duidelijk, aan mij heeft het niet gelegen. Het zat ‘m in de anderen. Dat waren gluiperds.

Misschien kun jij de eerste zijn, Mol, je bent het eigenlijk wel aan je stand als oppergluiperd verplicht, en ik gok dat je met meer dan één bent.

Succes ermee.

_____________________

Volg HP/De Tijd op Twitter!


  • Hank Rees

    Als je als land aan een Europees of mondiaal toernooi meedoet, dan doe je dat als Landenteam. Niet alleen samenspelen is belangrijk maar ook samenzang. Het zingen, maar vooral meezingen van ons volkslied, het Wilhelmus, is een onderdeel van het teamverband en het respect wat je hebt voor het land waarvoor je uitkomt.
    Wat mij al enkele jaren opvalt is dat er bepaalde spelers, ik noem geen afkomst, hun mond nog niet bewegen als het Wilhelmus wordt gespeeld. Ze staren stoïcijns voor zich uit alsof ze willen zeggen: “Wij horen er niet bij”.
    Je geeft daarmee aan dat je schijt hebt aan het land waar je voor speelt. Het getuigd tevens van weinig teamgeest.
    Daarom wil ik pleiten voor een verplichting voor de spelers van het vernieuwde Oranje. Zing het volkslied uit volle borst mee ook al hebben wij een minder mooi volkslied dan sommige andere lande. Wens je niet mee te zingen, enkel je mond bewegen mag ook, dan geen opstelling in Oranje.