De schaamteloze ijdelheid van Victoria Koblenko

Victoria Koblenko, in te huren als tv-decor

Lieve Victoria,

Voetbal is entertainment. Wisten we al een tijdje. Maar dat voetbal entertainment van de onderste plank van een vergeten archiefkast in de hoek van de vochtige kelder van het entertainment is, dat was toch nieuw voor me.

Ik zat er weer helemaal klaar voor, gister. Bleken Jack en zijn programma zomaar opeens vertrokken. De plotselinge komst van Meesterinterviewer ‘Frénk’ van der Linden had ze waarschijnlijk doen twijfelen. Aan alles.

Nu zond Studio Sportzomer uit vanuit een steriele Hilversumse studio in plaats van vanaf het dak van een opgekalefaterd Oostblokhotel. Er was geen wedstrijd geweest en dus was er alle kans het weer eens níet over voetbal te hebben. Helaas: jij was er niet. En dan hoeft het voor mij dus niet, die glimmende kop van Jan van Halst, daar heb je na tien dagen EK ook alle bijzonderheden wel in ontdekt.

Mijn vraag: waar was je?

Ik heb je gezien bij Jack hoor, alle keren. De eerste keer was het best, vond ik.

Je zat te midden van een paar chagrijnige oud-voetballers (het Oostblokhotel viel denk ik tegen) en wachtte op je beurt. Ik vond dat je wat ongemakkelijk zat, maar dat bleek de telefoon die je onder je jurkje had gefrommeld. Terwijl de mannen over voetbal praatten, twitterde jij met je ruim veertigduizend volgers over het feit dat je bij Jack in de uitzending zat.

Dat wisten die volgers, ze keken al.

Dat twitterden ze naar je.

Fijn, twitterde jij terug.

En dan stopte je je telefoon weer even onder je jurk, tot een van je veertigduizend volgers dan weer twitterde dat hij je had zien twitteren en zich afvroeg waar je je telefoon toch bewaarde, er zaten toch geen zakken in dat jurkje?

Daar moest je toch even op reageren.

Af en toe dreigde het gesprek aan tafel jouw richting op te wapperen, per ongeluk, als een blaadje in een herfststorm.

Op die momenten zat er voor Jack niets anders op dan jou om je mening te vragen.

En jij gaf antwoord. Glimlachend, charmant, lieflijk.

Het leek steeds een ander antwoord dat je gaf, maar het waren alleen maar andere woorden die steeds hetzelfde zeiden: ‘Ik weet van niks. Ik ben een vrouw.’ Waarna het gesprek weer een andere kant op strompelde en jij je iPhone weer ongezien tevoorschijn kon halen.

Negen nieuwe mentions. Lekker.

Ik denk dat je ergens halverwege de straat van de niet-onsympathieke ijdelheid een verkeerde afslag hebt genomen en dat je plotseling op de eenbaansweg naar de opportunistische schaamteloosheid bent beland, en probeer daar dan maar weer eens vanaf te komen.

Het EK versoapiseert, zoals de hele sport dat doet. En wij krijgen er maar geen genoeg van.

Ergens onderweg is het idee ontstaan dat alle sportliefhebbers debiel of dement zijn, en misschien beide, en dat idee begint steeds vastere vormen aan te nemen.

Misschien is het ook wel zo. Misschien zijn we wel gek.

Misschien ziet niemand dat jij jezelf als goed uitziend decor uitleent aan een oenige omroep die zich heeft voorgenomen te concurreren met de commerciëlen.

Misschien vindt niemand het gek dat onderzoeksjournalist Frits Barend een dociele internetversie van zijn sportpersonalityglossy vol kalkt en zich vol overgave onderdompelt in de zinderend lege levens van de toekomstige exen van de Oranjespelers.

Misschien is niemand zo cynisch te denken dat de uitgesproken teleurstelling over Het Échec van Jack, Johan, Tom en al die anderen een gevolg moet zijn van een ijdelheid die slechts bevredigd kan worden in de slipstream van het succes.

Dicht bij het vuur is het lekker warm. Vorm als inhoud, vorm als enige doel.

Het is een spel, een spel waarbij je je eigen imago kunt winnen. Schakel je eigen gedachten uit, gum je persoonlijkheid weg en twitter wat de mensen willen dat je twittert. Wees geen individu.

Populariteit is de nieuwe religie, een scheutje hypocrisie is slechts het bescheiden offer dat je geacht wordt te brengen.

Hierbij een bericht aan jou, en aan alle mensen voor wie de bochten waar ze zich in moeten wringen om in de gunst van de meerderheid te komen niet scheef genoeg kunnen zijn, misschien waren er jullie nog niet van op de hoogte, maar:

WIJ ZIJN GEK. WIJ WILLEN BELAZERD WORDEN. GEEF ONS MEER VAN JULLIE ONZIN, ZOLANG DE LUCHT TRILT EN HET BEELD BEWEEGT EN BN’ERS ONS TOESPREKEN ALSOF WE ZWAKZINNIG ZIJN, ZIJN WE TEVREDEN. WIJ KUNNEN GEEN SECONDE MEER ZONDER JULLIE. MEER! MEER! MEER!

Groetjes aan Bas Muijs, hij was veruit de beste stadionspeaker sinds, nou ja, een tijdje. En laten we hopen dat ‘onze jongens’ het dan maar goed gaan doen op de Spelen, toch? ‘We’ kunnen wel wat gouden plakken gebruiken nu.

Dikke kus voor al je tweeps!


Reacties zijn gesloten.