Seks, drank en drugs in de Tweede Kamer

Seks, drank en drugs in de Tweede Kamer

Vertrekkend D66-Kamerlid Boris van der Ham heeft een boek geschreven met een prikkelende ondertitel.

Er verschijnen de laatste maanden nogal wat D66-boeken. Eerst, in februari, was er Henk, Ingrid en Alexander waarin D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold in gesprek ging met een aantal PVV-stemmers. Daarna, in maart, verscheen Een krankzinnig avontuur, een lijvige bundel met de verzamelde politieke, culturele en literaire beschouwingen van wijlen Hans van Mierlo, de founding father van D66. De nieuwste aanwinst voor de Democratische boekenplank ligt sinds donderdag in de winkel en is geschreven door vertrekkend D66-Kamerlid Boris van der Ham. Het boek heet De vrije moraal en heeft als ondertitel Seks, drank en drugs in de Tweede Kamer (uitgeverij Bert Bakker).

Hoewel Van der Ham zich op de cover van zijn boek heeft laten afbeelden met lipstickresten op zijn voorhoofd – ook dat nog – is het niet zo dat de ondertitel verwijst naar een exposé over uitspattingen in de plenaire vergaderzaal van onze volksvertegenwoordiging. We hebben hier slechts te maken met een grapje, dat overigens slecht aansluit bij het toch behoorlijk serieuze échte thema van De vrije moraal, te weten ‘de ontstaansgeschiedenis van onze vrijheden rond seks, drank en drugs’. Van der Ham probeert die geschiedenis in kaart te brengen door verslag te doen van de Kamerdebatten die de afgelopen honderdvijftig jaar zijn gevoerd over onderwerpen als prostitutie, pornografie, voorbehoedmiddelen en drank- en drugsmisbruik.

Pamflettist
Dat dit ambitieuze voornemen heeft geresulteerd in een boek van slechts 132 pagina’s doet al meteen bevroeden dat Van der Ham geen standaardwerk heeft geschreven. Misschien was dat ook wel niet de bedoeling, want behalve als geschiedschrijver profileert de auteur zich in zijn voorwoord ook als pamflettist. ‘In dit boek,’ zo kondigt hij namelijk aan, ‘omarm ik de term “de vrije moraal” als geuzennaam en wil ik omschrijven wat er volgens mij onder verstaan moet worden.’ Van der Hams poging tot geschiedschrijving, zo ga je dan vermoeden, zal wel ingezet worden om zijn omarming van ‘de vrije moraal’ plausibel te doen lijken. En inderdaad: dat is in grote lijnen waar zijn boek op uit is gedraaid.

Maar toch. Dat Van der Ham zich bij zijn trektocht door de Handelingen van de Tweede Kamer regelmatig misprijzend uitlaat over politici uit vroeger tijden die andere opvattingen over moraal koesterden dan hijzelf, daar valt op zich nog wel mee te leven, zelfs voor lezers die vinden dat partijgangers per definitie uit de hof der historie geweerd dienen te worden.

Veel storender is dat Van der Ham nauwelijks een poging lijkt te hebben gedaan zich te verdiepen in de merites van het begrip vrijheid. Dat wil zeggen: zonder dat hij het (waarschijnlijk) in de gaten heeft, hangt Van der Ham op dit punt een visie aan die eigenlijk pas in de twintigste eeuw gemeengoed is geworden en waarin vrijheid in de eerste plaats lichamelijk is. Bevordering van menselijke zelfontplooiing wordt in die visie het beste bereikt door het lichaam de grootst mogelijke vrijheid toe te staan.

Afgeserveerde politici
Voor nogal wat politici die door Van der Ham worden afgeserveerd vanwege hun ‘ouderwetse’ standpunten inzake seks, drank en drugs gold echter het adagium dat het lichamelijke bedwongen diende te worden – door de geest. Precies om die reden vonden die politici dat het beperken van – bijvoorbeeld – seksuele vrijheid niets te maken had met een gebrek aan tolerantie. De verdraagzaamheid kwam pas in het geding als de geestelijke vrijheid werd aangetast, dus wanneer het ging om zaken als geloven, denken en publiceren.

Als auteur van een boek over ‘de vrije moraal’ sta je een klein beetje voor aap als je niet beseft dat deze premoderne visie op vrijheid ten grondslag ligt aan het gros van de afkeurenswaardige opvattingen over seks, drank en drugs die je in honderdvijftig jaar Handelingen hebt weten te spotten. Daarom is de pennenvrucht van Van der Ham vooralsnog het minst geslaagde D66-boek van 2012. Maar gelukkig is het pas juni.

 

 


  • boris van der ham

    Beste Roelof,

    Ik las je recensie, en ik ben toch maar eens gaan kijken in mijn boek.

    Je beweert dat ik steeds mensen uit een ver verleden als ‘ouderwets’ neerzet. Of dat ik misprijzend over hen spreek. Dat is niet het geval. Ik probeer te laten zien welke overwegingen er bij verschillende partijen waren. En dat juist tussen de christelijke en de ‘vrije moraal’ er zoveel verschillen maar ook overeenkomsten waren. Juist niet misprijzend, maar constaterend. Natuurlijk doe ik dat wel met de bril van iemand uit 2012, maar dat zeg ik er ook steeds bij. Dat doe ik ook bijvoorbeeld bij de soms wel erg naieve gedachten die linkse en liberale politici hadden in de jaren ’60.

    Dat gezegd hebbende, de laatste opmerkingen die je maakte doet me vermoeden dat je het boek niet helemaal gelezen hebt. In het tweede deel ga ik juist uitgebreid in op de dilemma’s van vrijheid voor een liberaal, en in hoeverre de wet hierin iets vermag. En waar zelfbeheersing noodzakelijk is.

    Ik begrijp eigenlijk uit je recensie: je had zelf dit boek graag willen schrijven, en had het natuurlijk heel anders gedaan. ;-) Nou wat let je!

    Boris van der Ham