Eindelijk, u heeft het gehad met sneue types

Een gedesillusioneerde John Heitinga (foto anp)

Overal in de wereld zijn mensen dol op helden. In Nederland daarentegen houden we van verliezers en martelaars. Maar het EK lijkt dat te hebben veranderd.

Toen onze oosterburen een paar jaar geleden de Grootste Duitsers Aller Tijden mochten aanwijzen, eindigde Konrad Adenauer op nummer één. Iedereen wist waarom. Want Adenauer, kanselier tussen 1949 en 1963, was de architect van de Duitse Bondsrepubliek. Een republiek gebouwd op de ruïnes van het Derde Rijk, die niettemin de meest succesvolle staat zou worden die het Europese continent ooit heeft gekend: welvarend, democratisch, vredelievend.

Korte tijd later hielden de Fransen een soortgelijke verkiezing. Hun winnaar heette Charles de Gaulle. Iedereen wist waarom. Want De Gaulle was de generaal die Frankrijk had weten te behoeden voor zowel een totale capitulatie – door nee te zeggen tegen de wapenstilstand van 1940 – als een burgeroorlog – door Frankrijk in 1958 los te kappen van Algerije en het staatsbestel om te bouwen tot een presidentieel systeem waarvan ‘Grand Charles’ zelf tot 1969 het eerste boegbeeld zou worden.

Pim Fortuyn
Ook in Nederland kozen we in 2004 onze grootste landgenoot aller tijden. Anders dan de Duitsers en anders dan de Fransen kozen we niet voor een held, maar voor een verliezer, een ‘martelaar’: Pim Fortuyn, die, zoals bekend, werd vermoord vóór hij had kunnen laten zien waartoe hij als politicus in staat was. Ook onze nummer twee was een typische verliezer annex martelaar: Willem van Oranje, doodgeschoten zonder dat hij was geslaagd in zijn missie om behalve de Noordelijke ook de Zuidelijke Nederlanden te ontrukken aan de Spaanse heerschappij.

Publicist Paul Frentrop schreef jaren geleden een artikel in HP/De Tijd waarin hij nogal een punt maakte van onze nationale voorliefde voor verliezers. Hij verwees in dat kader ook naar 5 mei, onze jaarlijkse ‘Bevrijdingsdag’. Want sneuer is bijna niet te bedenken: we herinneren ons dan een oorlog die we verloren en na afloop waarvan we ‘werden’ bevrijd.

Frentrop noemde ook nog een ander voorbeeld van onze passie voor losers: dat we zo enorm ‘houden van Oranje’, ons nationale voetbalteam. Al sinds 1905 speelt dat team wedstrijden tegen voetbalelftallen van andere landen. Maar in al die jaren werd slechts één keer een hoofdprijs gewonnen op een internationaal toernooi, te weten de Europese titel van 1988. Is dat niet een beetje weinig om zoveel Oranjegekte te rechtvaardigen?

Wanprestatie
Ik zou er nooit over zijn begonnen als er de afgelopen dagen niet iets opmerkelijks was gebeurd rond het Nederlands elftal. Op het EK in Polen en Oekraïne bleek Oranje voor de zoveelste keer een maatje te klein voor de hoofdprijs. Niets nieuws, zou je zeggen. Maar deze keer zijn veel Nederlanders echt kwaad op de spelers die deze wanprestatie hadden geleverd. Je merkt het op straat, in cafés, maar ook in voetbalprogramma’s op tv en natuurlijk op internet. Mijn eigen Oranje-herinneringen gaan niet verder terug dan het WK van 1974, maar ik geloof niet dat we in Nederland ooit iets vergelijkbaars hebben meegemaakt.

Misschien, héél misschien zijn we hier wel getuige van een soort cultuuromslag en zijn we bezig afscheid te nemen van onze nationale hang naar verliezers en martelaars. Nederland zou daar weleens enorm van kunnen opknappen.


Reacties zijn gesloten.