Zó nam Bert van Marwijk afscheid bij Oranje

Scheidend bondscach Bert van Marwijk

Dag Bert,

U krijgt veel post, dezer dagen. Een beetje columnist schrijft hele open correspondenties aan u. Nou vooruit, op de valreep dan ik ook maar. En u maar zwijgen. Niet zo netjes.

Volgens De Telegraaf, de integriteit op keukentafelformaat die iedere ochtend bij u in de bus valt, bent u uw eigen lek. Dat lijkt me overzichtelijk. Wie zijn eigen lek is, is tenslotte ook z’n eigen loodgieter en dat spaart kosten.

Nu was het te laat. Het lekken was uit de hand gelopen. Johnny lekte naar Charlotte-Sophie, Charlotte-Sophie lekte naar Albert Verlinde, en aan Albert kun je het wel overlaten om van een lekje een dijkdoorbraak te kleien. Rafael lekte, Klaas-Jan lekte, Mark lekte dan weer dat er gelekt scheen te worden en Ron Vlaar vroeg zich wanhopig af of er nog wel iets voor hem te lekken overbleef.

Nou ja, uw kelder stond blank, kortom.

En nu is het afgelopen. Het Vertrek. Onafwendbaar was het, als een tornado die je in de verte ziet naderen, maar waarvoor je niet vluchten kan. Ik zal u eerlijk bekennen: ik had me er al op verheugd sinds de nederlaag tegen de Denen. Het bericht, de discussies, uw eerste verschijning in het openbaar na Het Vertrek; heerlijk. Die nederlagen daarna konden mij niet vet genoeg zijn.

Het begon al met de aankondiging.

Vond ik eerlijk gezegd wat aan de sobere kant, zo’n berichtje onder in het scherm. Beetje vergelijkbaar met een koninklijke scheiding, of een gezonken cruiseschip op het IJ. Doordeweekse rampen, die krijgen zo’n berichtje. Wat mij betreft had de uitzending van die stomvervelende wedstrijd op Nederland 1 best onderbroken mogen worden. Een extra Journaal. Gerrie Eickhof met een muts op de oprit van de KNVB, ‘waar op dit moment niet veel gebeurt’. Superslowmotions van u, op uw mooiste momenten, eindigend in een mooi portret dat langzaam grijs wordt, waaronder de woorden ‘Bert van Marwijk, 2008-2012. Dankjewel’ verschijnen.

Maar goed, dat berichtje onder in beeld was een beginnetje. Het was met name de stilte die Frank Snoeks liet vallen die het ‘m deed. Frank deed gewoon een paar minuten lang net of er helemaal geen berichtje onder in beeld was, alsof er nooit een berichtje onder in beeld was geweest en alsof er wat hem betreft ook nooit een berichtje onder in beeld zou komen.

Zo kon het volk het nieuws van Het Vertrek even in alle rust op zich laten inwerken. Zo zou je dat eigenlijk met alle slechtnieuwsberichten in het dagelijks leven moeten aanpakken: ontslagbrieven waarin alleen maar staan ‘U vliegt eruit’, sms-jes met slechts ‘Oma om zeep’ erin of een e-mail met als onderwerp ‘Ik ben bij je weg’.

Bert van Marwijk stopt als bondscoach.

Spanje en Portugal voetbalden geheel in de geest van Snoeks’ commentaar: alsof er niks gebeurd was, niks gebeurde en ze gaven ook al geen aanleiding om te veronderstellen dat er binnen afzienbare tijd nog iets zou kunnen gebeuren.

U zat waarschijnlijk ook te kijken, meneer Van Marwijk? U bent voetballiefhebber, al deed het spel van Oranje de afgelopen jaren regelmatig anders vermoeden.

Waarschijnlijk zat u thuis, eindelijk thuis na een dag lang intensief evalueren met Bert van Oostveen, de directeur van de KNVB. Ik zag Bert Van Oostveen vorige week na de wedstrijd tegen Portugal voor de camera’s van de NOS en het eerste wat ik dacht was: als ik maar nooit tegenover hem kom te zitten bij een evaluatie.

Bert van Oostveen lijkt me het soort man die je een kamer binnenlaat met een vierkant van tafels en een dorstige varen in de hoek, je hand bij wijze van begroeting vermorzelt in de zijne en je wel koffie aanbiedt, maar geen thee.

Hij stelt je niet voor aan de andere drie aanwezigen, van wie je er twee wel eens eerder hebt ontmoet – bij je aanstelling namelijk, hun namen ben je vergeten – en de derde heb je nog nooit gezien, maar dat komt alleen maar omdat hij zó hoog in de hiërarchie staat dat niemand hem eigenlijk ooit ziet.

Dan wordt er een tijdje hartstochtelijk gezwegen. Op de achtergrond loeit Bert van Oostveens espressomachine. Want Bert van Oostveen is het soort man dat zegt: ik heb maar weinig nodig, maar zonder goeie koffie kom ik de dag niet door.

Dan komt hij terug naar de tafel, een koffie voor jou en een vingerhoedje espresso voor zichzelf. En terwijl hij tergend langzaam de suiker uit een staafje in het vingerhoedje laat glijden, kijkt hij je doordringend aan, roert vervolgens in zijn suiker met koffie, trommelt met zijn vingers op het tafelblad en vuurt dan uit het niets een vraag af, als Lucky Luke die met één schot vier Daltons tegen de muur van de saloon spijkert.

‘Nou, Bert, wat vond je er zelf van?’

Een evaluatie als deze had u gisteravond achter de rug toen u thuiskwam, iets sterks inschonk en afwerend gebaarde toen uw vrouw vroeg hoe het gegaan was.

Op de achtergrond was Portugal-Spanje bezig. Tweede helft.

‘Is het wat?’ vroeg u aan uw vrouw.

‘Mwaoh,’ antwoordde ze.

En jullie zwegen en keken naar het oeverloze heen- en weer geschuif op het scherm. U viel bijna in slaap.

Tot dat bericht in beeld verscheen.

‘Stop je ermee?’ vroeg uw vrouw.

‘Hoezo?’ vroeg u, de ogen gesloten en uw eerste gedachte was: wie heeft dit gelekt? En vooral: waarom naar haar?

‘Het staat in beeld.’

U keek. Daar stond het. Nu was het echt waar.

Geen gelek meer.

Geen gezeik.

Geen post. Nooit meer post. Niemand die u nog een brief wilde sturen, geen vilein mailtje of pikant columpje.

En toen kreeg u toch nog spijt.

We blijven toch wel vrienden?

Alle goeds,

Frank


Reacties zijn gesloten.