Buma, Samsom en Sap: neem een voorbeeld aan Bill Clinton

Bill Clinton geeft het goede voorbeeld: gewoon handen schudden. Foto: ANP

Dit weekeinde congresseren CDA, PvdA en GroenLinks, volgens de peilingen de waarschijnlijke losers van de verkiezingen op 12 september. Voor de respectievelijke lijsttrekkers Buma, Samsom en Sap is te hopen dat zij nog een paar geweldige ideeën aangedragen krijgen van hun partijgenoten om de negatieve spiraal om te buigen.

In zijn boek The Natural beschrijft de Amerikaanse journalist Joe Klein hoe Bill Clinton begin jaren negentig campagne voert. Wekenlang reist hij stad en land af om steun te verkrijgen voor zijn verkiezing, en werkelijk geen gehucht is hem te min, geen uitgestoken hand slaat hij over. Aan het einde van zijn campagne is zijn eigen hand door het vele handenschudden zelfs in omvang toegenomen, categorie kolenschop.

Buma: stuntelen bij Gijp & Derksen
Hieraan moest ik denken toen ik afgelopen week CDA-lijsttrekker Sybrand van Haersma Buma zag stuntelen aan tafel in het voetbal-praatprogramma VI Oranje met René van der Gijp en Johan Derksen. Je vraagt je af wat de mensen uit het campagneteam van Buma heeft bezield om ‘positief’ te adviseren op die uitnodiging. Want zij zouden moeten weten dat politici en amusement een onwerkbare, contraproductieve combinatie is. Voorbeelden zijn er te over: Joop den Uyl was ergens in de jaren zeventig te gast bij André van Duin, en alleen al de herinnering aan die gênante vertoning bezorgt mij rillingen op de rug. Of, van meer recente datum, de arme, houtenklazerige Job Cohen in polonaise bij Omroep Max, vreselijk.

Buma zat eerder al bij Paul de Leeuw, en dat vlotte ook al niet erg. De CDA-lijsttrekker is weliswaar iets gevatter en losser dan Jan Peter Balkenende, die voor de televisiecamera’s steevast verkrampte. Een politicus zit echter niet in een amusementsprogramma om zijn boodschap te verkopen, die zit daar als lokaas voor de presentator of een andere gast die hem wil afzeiken en opvreten. En die presentatoren zijn allemaal hetzelfde: De Leeuw, Derksen/Van der Gijp, maar ook een quasi-serieuze presentator als Matthijs van Nieuwkerk wil scoren over de rug van politici die daarbij nog eens de makke hebben te veel tekst te gebruiken om doorgaans gecompliceerde materie uit te leggen. En een CDA’er die zich vertoont in een Vara-programma, zie Jack de Vries in DWDD, heeft een masochistische aanleg.

De vladip van Paul de Leeuw
Maar ja, denkt zo’n campagne-typje natuurlijk: tien minuten in de vladip van het kijkcijferkanon Paul de Leeuw levert meer aandacht op dan een week door het land tuffen. Over aandacht heeft men inderdaad niet te klagen, maar goodwill levert het niet op en ook geen stemmen. Eerder voedt het de antipathie, want Buma’s pogingen bij een breder publiek bekend te worden, zijn doorzichtig en gemakzuchtig. Laat de CDA-lijsttrekker een voorbeeld nemen aan Clinton, die dus niet de kortste weg via de televisie bewandelde, maar koos voor het intensieve, bewerkelijke concept van het daadwerkelijk opzoeken van de kiezers. Een aai over de bol van een tienjarig jochie langs de kant van de weg, doet meer dan welk spotje of tv-optreden ook.

Samsom: geen staatsman
Diederik Samsom heeft weer een heel ander probleem: zijn presentatie. Ik zag Samsom onlangs op de Grote Markt in Haarlem, tussen het volk dus. Hij deelde rozen uit, en dat deed hij verkeerd. Kan dat dan? Samsom wel, want hij deelde niet uit, overhandigde niet, maar hij duwde die roos zowat in de handen van de mensen, of ze nou wilden of niet. Het leek alsof hij die rotzooi liefst zo snel mogelijk kwijt was. Er zat geen hartelijkheid in, geen oprechtheid. En het aardige was, dat de ontvangers van die opgelegde rozen ook helemaal geen gesprek aangingen met de PvdA-leider. Wat volgde was een onhandig verbaal gefriemel en gestamel.

Job Cohen zou dat heel anders hebben gedaan. Als gewezen burgervader van een grote ingewikkelde stad verstond hij de kunst van het luisteren naar de mensen, van het veelvuldig geridiculiseerde troosten. Cohen zou zich op die markt eerst hebben voorgesteld en misschien nog eens gevraagd naar de naam van de man of vrouw die hij benaderde.

Cohen was geen oppositieleider, daarvoor was hij ook niet gehaald naar Den Haag, maar hij was voorbestemd premier van het land te worden. Zou het raar zijn als Samsom zaterdag op het congres aankondigt dat Job Cohen zijn running mate wordt, of lijstduwer, met het oog op de invulling van het hoogste ambt? Zo beschadigd is Cohen toch ook weer niet.

Sap: loopt voor de troepen uit
Jolande Sap wil te graag. Dat merk je aan alles. In een interview met de Volkskrant, daags na het afsluiten van het Kunduz-akkoord, sprak zij daarover in bewoordingen als ‘historische momenten’ en zei zij dat ‘GroenLinks aantoont ook te kunnen regeren’ en ‘niet wegloopt’ voor bestuurlijke verantwoordelijkheid. Op zichzelf is er niks mis met een partijleider die haar partij op wil stuwen in de vaart der volkeren, en het is zeer voorstelbaar dat je meer wil dan altijd maar vanaf de zijlijn roepen dat het allemaal niet deugt.

Maar Jolande Sap lijkt voor haar troepen uit te lopen. De partij is nog helemaal niet zo ver dat ze  regeringsverantwoordelijkheid wil dragen. En dat Kunduz-akkoord is wel erg snel en met de nodige gretigheid tot stand gekomen, terwijl daar zaken instaan die beslist nog niet overal in het groenlinkse kamp zijn ingedaald. Ondertussen vechten Jesse Klaver, Bram van Ojik en de ras-intrigant Tofik Dibi, beter bekend als Tofik Dubieus, elkaar de tent uit. Waar Jolande Sap deze personele binnenbrandjes zou moeten blussen, kijkt zij het liefste de andere kant op, naar die prachtige voorgevel van het ministerie van Economische Zaken waar zij ooit als staatssecretaris of minister terecht hoopt te komen.

Doe als Clinton, blijf jezelf
Joe Klein vertelde mij in een interview dat hij voor zijn boek soms wekenlang met Clinton op pad was. Een keer had Klein zijn dochtertje meegenomen want die zag haar vader zo weinig. Clinton, omringd door fans, ziet Klein en zijn dochter, en stapt op hen af. De toekomstige president zakt op z’n hurken en zegt tegen het meisje: ‘Sorry dat jouw papa door mij zoveel van huis is’. Volgens Klein was dit geen theater, maar pure oprechtheid.

Het illustreert dat politici geen kunstjes moeten vertonen, maar gewoon zichzelf moeten blijven: mensen die het beste voor hebben met de medemens, met de publieke zaak. Laat dat dan gewoon zien.

Volgende week is de laatste week van het parlementaire seizoen. Daarna verwachten wij dat Sybrand van Haersma Buma, Diederik Samsom en Jolande Sap het land intrekken, de bejaardenhuizen bezoeken, de Zonnebloem-boten aandoen, de campings afstruinen en desnoods een toer maken door Zuid-Europa en daar de zonnebadende landgenoten de ‘kolenschop’ reiken. Op televisie willen we hen alleen nog zien bij een van de lijsttrekkersdebatten. Vooropgesteld dat in elk geval het CDA weer gaat stijgen in de peilingen, want aan die debatten mogen alleen de vijf grotere partijen meedoen, zijnde op dit moment, VVD, PVV, PvdA, D66, SP en dus niet het CDA met zijn elf zetels.

Ondertussen sleutelt Diederik Samsom aan zijn presentatie (tip aan zijn campagneteam: let ook op zijn spraakgebruik, dat mag rustiger en duidelijker) en slikt Jolande Sap haar persoonlijke ambities even weg. Tot 12 september trekt zij geen stekkers meer uit stekkerdozen. Dit weekeinde op het congres slaat ze tijdens haar speech een keer heel hard met haar vuist op het lessenaartje waarachter zij staat.


  • Theo

    Bill Clinton oprecht noemen.
    Dit is kostelijk.

    Ik denk aan whitewater en zijn sigaar.
    Wat was hij oprecht toen het daarover ging.

    Heeft hij zich ook al ooit verontschuldigd voor de herinvoering van de wet die de banken dwong om een bepaald deel van hun leningen af te sluiten bij mensen die geen geld hadden en dus waarschijnlijk nooit in staat gingen zijn de schulden terug te betalen?
    Dat was dus gewoon de directe aanzet was tot de crisis waar we nu nog steeds van kunnen genieten, maar het is not done om de schuld daar te leggen waar hij hoort.

    • René

      Theo, hier wordt volgens mij zeer raak beschreven wat een politicus moet ZIJN, wil hij/zij het verschil maken. Geen heilige, maar vooral zichzelf. Een oprecht empathisch mens. Geen verkrampte toneelspeler met geveinsde interesse voor de burger en alléén maar bezig met zijn eigen(partij)belang.
      Clinton is heftig uit de bocht gevlogen op momenten. Maar ondanks de vele ontluisterende incidenten is hij populair gebleven. En dat wil Frans nog maar eens duidelijk maken. Hij vergelijkt dit fenomeen met de politici van dit moment in NL.
      Want, bijvoorbeeld, ondanks dat vriend en vijand Rutte een verfrissing vonden, natuurlijk vergeleken met JPB, is ook hij niet meer écht zichzelf, omdat óók hij zich bijvoorbeeld niet over zijn afkeer (over het gelijk) van Wilders of de invloeden van de CDA-mastodonten kan zetten. En dus zal ook hij in de grijze-partijen-retoriek verdrinken die al zo velen heeft verslonden.

  • Jules

    De SP lijsttrekker Emile Roemer komt geheel niet ter sprake in dit stukje, waarom?