Andres, we smachten naar meer!

Vergeef me de woordgrap: je toernooi is wat bleekjes, tot nog toe. Af en toe toon je iets van je onvoorstelbare talent. Luister Andres, het is te weinig, te mager. Je bent ons meer verschuldigd.

Tegen Portugal deed je het weer, dat wat je altijd doet. Miljoenen mensen laten smachten naar meer.

Terwijl Ronaldo en Nani zich een slag in de ronde pingelden, Xavi de bal een keer of duizend achteloos opzij passte, Jordi Alba tussen twee achterlijnen heen en weer draafde als een knikker in een knikkerbaan, Pepe en Bruno Alves ijverig hun eerlijke afbraakwerkzaamheden voortzetten en Jesus Navas steeds maar voorzetten bleef indraaien naar een spits die er niet was, stond jij ergens aan de linkerzijkant. Echt ongeïnteresseerd kon je het moeilijk noemen, want je gaf de indruk je best te doen. Wie weet hoe goed je bent, wist wel beter: dit was halve kracht.

Af en toe, als je je verveelde, pakte je de bal en deed er iets mee dat ik eigenlijk nooit eerder iemand anders heb zien en dat ik onmogelijk anders kan omschrijven dan: glijden.
Glijden was het wat je deed, die paar keer dat je de bal kreeg en begon aan een dribbel die langzaam vloeibaar werd. Niet als water, maar als honing. Zachte, zoete, kleverige honing die geruisloos over het veld vloeit.

Als de bal eenmaal aan jouw honingkicksen kleeft, rolt hij niet meer. Nee, hij wordt voortgestuwd, meegevoerd als een meeuw die op een golf plaatsneemt en verder maar ziet wat er gebeurt. Aan het eind van de dribbel is er geen bal meer, alleen nog een schoen met een rond uiteinde.

Als jij begint te glijden Andres (het klinkt onsmakelijker dan ik het bedoel), valt pas op hoe onpraktisch lopen eigenlijk is. En hoe onesthetisch ook, allemachtig, het is werkelijk geen gezicht. Zelfs Xavi krijgt iets houterigs als jij vanaf links naar binnen glijdt en hij naast je komt strompelen. Fernando Torres wordt helemaal zielig. Je zou hem een stuiver geven, op voorwaarde dat hij zijn haar er weer normaal van zou laten kleuren.

In mijn keukenkastje Andres, staat een potje honing. Ik eet geen honing, dus het staat er al een tijdje onaangeroerd, op een plek waar ook prima een noodvoorraad pindakaas zou kunnen staan.
Die honing wordt de laatste tijd in hoog tempo oud. Een kleverige, harde massa is het, maar ik weiger het potje weg te gooien, uit angst dat er een keer iemand bij me op bezoek komt die honing in zijn thee MOET, ongeacht of die honing nu een aangekoekte klont zoete troep is of niet.
Iedere dag kijk ik er even naar, en iedere dag zie ik meer op tegen het moment dat ik dat wat eens honing was uit de pot zal moeten bikken, om aan mijn afvalscheidingsplicht te kunnen blijven voldoen.

Andres, word niet als de honing op mijn keukenkastje.
Je kunt niet twee keer per wedstrijd vloeien, om de rest van de tijd bij de zijlijn te staan mijmeren over de nieuwe Spider-Man-film – ik zag dat je de trailer op je Facebookpagina had gezet (“ 1.345.789 mensen vinden dit leuk”) .

Een schot is genoeg, daar niet van. Een schot kan ervoor zorgen dat je vanavond wordt bijgezet in het Pantheon van Sluipmoordenaars. Maar wij, wij kijken niet voor dat ene schot. Wij zitten voor de televisie en kunnen alleen maar bidden dat je niet eenzaam op je plank in het keukenkastje blijft staan, als honing die niemand hoeft.

Voor wie zo moeiteloos de beste kan zijn als jij, moet het toch geen moeite zijn om dat wat vaker te zijn. Gewoon, glijden en maar zien waar je uitkomt. Liever dat dan zoiets ordinairs als de winnende goal. Dat weten we nou wel, iedereen maakt wel eens een winnende goal. Je kunt geen doordeweekse voetballer-van-niets verzinnen of hij heeft wel eens de winnende goal gemaakt. De winnende, dat is iets voor beginners. De winnende in de EK-finale, nou vooruit, da’s voor gevorderden.

Jij speelt op een ander level.
Jij hoeft alleen maar te glijden.

Succes straks,
Frank