De opheffingsuitverkoop van de homeopathie

Vanaf maandag mag op de verpakkingen van homeopathische middelen alleen nog staan waarvoor ze specifiek dienen wanneer hiervoor wetenschappelijk bewijs is. Tot dusver, zo meent minister van Volksgezondheid Edith Schippers en mét haar vrijwel de ganse serieuze wetenschappelijke wereld, is dat sluitende bewijs er niet. De makers van homeopathische middelen schreeuwen moord en brand: het zou allemaal een complot zijn van de reguliere farmaceutische industrie. Als op de flesjes niet langer mag staan voor welke klachten ze dienen, dan zakt de verkoop ongetwijfeld in.
Dat is spijtig voor de sector. Maar los van de wetenschap zegt alleen het gezonde verstand al dat homeopathie gewoon onmogelijk kan baten door wat er in het potje zit: daarvoor is de werkzame stof bijvoorbeeld echt veel te veel verdund. Wie er toch van opknapt, was zonder het middeltje ook beter geworden – omdat de meeste aandoeningen nu eenmaal vanzelf overgaan. Maar onze genezing schrijven we graag toe aan iets dat we zelf hebben gedaan, en dat is in dit geval een potje geschud water kopen. En dat is dan weer een zeer menselijke eigenschap waarover menige criticus zich graag vrolijk maakt: