Gerrit Komrij, een uniek zelfportret

De donderdag op 68-jarige leeftijd overleden schrijver/dichter/essayist/criticus Gerrit Komrij figureerde talloze malen in HP/De Tijd. Een heel bijzonder artikel verscheen op 17 maart 2000, kort nadat hij was benoemd tot Dichter des Vaderlands. In de regel worden mensen geïnterviewd in de fameuze rubriek Zelfportret; ditmaal nam Komrij zélf de pen ter hand om de vragen te beantwoorden.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?
Een beetje beduusd. Er overkomen je dingen waarvan je niet weet wat er precies de draagwijdte van zal zijn. Alsof je een ongeluk hebt gehad – je tintelt en je voelt je high, maar je weet nog niet dat je een arm of een been kwijt bent.

Wie zijn uw helden?
Ik ben niet zo’n heldenvereerder. Maar goed: Al Capone en de Hulk.

Aan wie ergert u zich?
Aan de meeste politici, vooral als ze trots zijn op hun gebrek aan cultuur.

Lijkt u op uw moeder?
Steeds erger. Mijn moeder was ontstellend nerveus. Elke opmerking over de dood en elke ruzieachtige sfeer brachten haar van slag. Maar in de bezorgdheid om de moeder in mij lijk ik op mijn vader.

Wat zijn uw dagdromen?
Een oliesjeik wil vanuit het niets een bibliotheek opbouwen die de wereld moet verbazen, een weerspiegeling van alles wat de mens aan moois en idioots heeft bedacht, en heeft mij aangesteld om overal ter wereld elk boek te kopen dat ik voor die bibliotheek geschikt acht.

Wat is uw grootste angst?
Dat ik tijdens een ruzie dood neerval.

Bidt u wel eens?
Schietgebedjes, ja. Tot niemand in het bijzonder.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?
Toen ik voor het eerst Venetië binnenvoer, een zekere Nederlandse schrijfster ten spijt die in haar oneindige rijkdom van geest Venetië onlangs een historisch Disneyland noemde.

Bent u aantrekkelijk?
Als ik aantrekkelijk was schreef ik niet.

Wat is uw definitie van geluk?
Het zo veel mogelijk vermijden van ongeluk.

Waar schaamt u zich voor?
Voor het feit dat ik besta.

Bent u monogaam?
Bij vlagen.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
Bij de film Underground van Kusturica. Ik huil vaak bij films, ook als het lachfilms zijn.

Lijkt u op uw vrienden?
Ik hoop het niet voor ze.

Hoe moedig bent u?
In elk geval zo moedig om te denken dat ik niet onder alle omstandigheden laf zal zijn.

Van wie heeft u het meest geleerd?
Van mijn juffrouwen van de lagere school.

Wat is uw grootste ondeugd?
Luiheid, een overweldigende luiheid.

Wanneer was u het gelukkigst?
Van mijn vijfde tot mijn twaalfde levensjaar.

Welke eigenschap waardeert u in een man?
Ernst.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?
Humor.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?
Ik zou er een derde arm bij willen hebben.

Hoe ontspant u zich?
Door te dagdromen.

Wie is uw grootste liefde?
Mijn vriend Charles. We kennen elkaar van toen we zeventien en negentien waren, dus als dat geen echte liefde is.

Van wie houdt u het meest?
Van mensen die me met rust laten.

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?
Dat ik te weinig aandacht en tijd heb besteed aan de paar vrienden die ik heb.

Gelooft u in God?
Nee.

Welk leed heeft u anderen berokkend?
Onopzettelijk leed.

Waaraan bent u het meest gehecht?
Aan een kleine, dikke Eckermann, Gespräche mit Goethe, in een simpele Reclam-uitgave, in soepel blauw leer, gruwelijk versleten, een boek dat ik als schooljongen al had.

Wat is de beste plek om te wonen?
Waar je werktafel en je muziek en je boeken staan.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?
Lelijkerds.

Hoe is ongeluk te vermijden?
Door er niet aan te denken.

Wat is uw devies?
Alles is omgekeerd.