Mag de illegale stier op het Beursplein blijven?

Bronzen stier op het Beursplein van Arturo DiModica. Foto: ANP

Zonder vergunning, mét behulp van een kraanwagen, werd er gisteren een 2,5 ton wegende bronzen stier voor de deur van Beursplein 5 gezet, het adres van Euronext

Het was het werk van de Amerikaans-Italiaanse kunstenaar Arturo DiModica en de reacties van de Amsterdamse handhavingsambtenaren was obligaat: dat beest moest weg. De stier en de beer staan in de wereld van beleggers als Bull en Bear voor respectievelijk optimisme en pessimisme op de beurs. DiModica haalde in de jaren ’80 hetzelfde kunstje uit in NewYork, bij de New York Stock Exchange. Ook zonder vergunning. Iedereen kent het inmiddels, óf omdat je je zelf er ooit bij hebt laten fotograferen óf omdat het beeld op zo ongeveer elke foto van de Exchange voorkomt. Heel bijzonder dat er bij een maandenlange ‘manifestatie’ van Occupy op het Beursplein allerlei gedoogbeleid on the spot werd ontwikkeld totdat uitsluitend het veronderstelde brandgevaar het tot een extensie van een vuilnisbelt uitgegroeide tentendorp op de knieën bracht. Verdenkt u mij er niet van dat ik geen sympathie had voor Occupy – dat had ik wel. Maar de rotzooi die ze er van maakten stak nog schril af bij de manier waarop het zich aan de overkant van de oceaan, waar Occupy als beweging werd geboren, deden. En doen.

Maar die stier moest weg en wel onmiddellijk. Geen brandgevaar, hij ziet er best aardig uit, toch moest hij weg. In de loop van de dag begonnen de ambtenaren te begrijpen dat er aan zo’n stier een dimensie is die ze misschien nog niet helemaal in beeld hadden. Waarschijnlijk zijn ze bij het komen tot dat nieuwe inzicht geholpen door bestuursvoorzitter van Euronext Cees Vermaas die juist aangenaam verrast was. Gebeurt er eens iets leuks, mag het niet. Met als voorlopig resultaat dat de stier mag blijven. En daar ben ik blij om.

Maar er is nog een heel andere reden waarom ik hoop dat er veel meer van dit soort initiatieven komen.

Een jaar of drie geleden was ik in Washington en bezocht daar – uiteindelijk wel een keer of vier binnen een paar dagen (musea zijn in de VS gratis, kom daar eens om in Nederland) – de National Portrait Gallery.

In dat museum is een speciale afdeling die is ingericht met werk dat het resultaat was van het Federal Art Project (FAP), een project dat in de VS in 1935, midden in de crisis, werd gestart en pas in 1943 werd beëindigd.

Het FAP had twee doelen:
- het scheppen van banen voor beeldende kunstenaars;
- het maken van beeldende kunst voor openbare gebouwen en de openbare ruimte.

Alleen al de afdeling die muurschilderingen stimuleerde zorgde in die periode voor meer dan 100.000 werken.

Vele duizenden kunstenaars kregen zo betaald werk en leukten met hun werken de openbare ruimten op. Want het was boter bij de vis: je moest goed werk leveren om mee te mogen doen. Iemand bij de overheid moet hebben gedacht dat de mensen in de straat minder depressief, om niet te zeggen: vrolijk, zouden kunnen worden van alom aanwezige kunst. Vrolijke mensen worden optimistisch, hun (consumenten)vertrouwen neemt toe en ze trekken eerder hun portemonnee. En dat is precies wat de economie nodig heeft.

 

Over Dr. Doom
Dr. Doom is een pseudoniem. Als belegger is hij verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Beleggingsvereniging Fibonacci. Op het moment van het schrijven van deze column heeft de vereniging posities in Ahold, Akzo Nobel, KPN, Shell en Unilever en is Short in de AEX. De positie in de AEX is kortlopend en wisselt regelmatig. Die kan dus nu al anders zijn.


Reacties zijn gesloten.