Truus van Gaal krijgt drie keer telefoon

Louis van Gaal

Vrijdag 6 juli 2012, omstreeks 12:00.
“Met Truus. Heeee, dag scheet. Sta je lekker op de golfbaan?”

(…)
“Hoezo : je werd gebeld?”
(…)
“Ik ken geen Bert van Oosterveen.”
(…)
“O, Oostveen. Ken ik ook niet.”
(…)
“Louis van Gaal, heb het hart niet mij te vertellen dat je weer aan het werk gaat! Ik zit net een vakantie uit te zoeken!”
(…)
“Daar ben je toch al eens trainer van geweest?”
(…)
“Stop, Louis, stop! Nee, STOP! Niet gaan rijmen nou!”
(…)
“Maar dan ben je 65! Dat vind ik oud ja. Jij niet? We zouden nog naar Madagascar, en naar Peru en naar Marken. En ik weet hoe dat gaat: jij tot diep in de nacht op de bank video’s van wedstrijden kijken en ik boven met een film met die ene acteur, die ik zo leuk vind…”
(…)
“Dépp, heet-ie. Niet Pep. En ik wil het niet. Je bloeddruk. Je heup. Je hart. En wat moet ik dan?”
(…)
“Toch niet de hele dag? Niemand wil dat de hele dag doen.”
(…)
“In zo’n goor trainingskamp? Met al die jochies? Ik moet er niet aan denken.”
(…)
“Dan pak ik vandaag nog m’n koffers en dan zoek je het verder maar uit.”

Vrijdag 6 juli 2012, omstreeks 13:30.
“Met Truus! Truus van Gaal!”
(…)
“Ivonne? Zegt me niks.”
(…)
“Van Danny? Nee, sorry. Ik denk dat u mijn man moet hebben.”
(…)
“Aaaaah, Blind. Met de B. Sorry, ik verstond het helemaal verkeerd. Dag Ivonne! Wat leuk dat je belt! Hoe is het met je, scheet?”
(…)
“Jouw man ook al???”
(…)
“Oh, als assistent.”
(…)
“Ik moet zeggen dat ik ook niet stond te springen, Ivon. Maar wat doe je eraan?”
(…)
“Dat is ook wel weer drastisch. Maar ik neem het in overweging. Hahaha, en toch houden we van ze, wat ze ook doen.”
(…)
“O. Sorry.”
(…)
“Ik denk dat dat inderdaad het beste is.”
(…)
“Ja, dat was een grapje. Zeg, Ivon, ik krijg een wissel. Doe je Bennie de groeten?”
(…)
“Dat zei ik. Lijn is slecht. Ivonne, we bellen snel weer. En we gaan elkaar ook weer veel zien, geloof ik. Hoi, hè! Hooooooiiiiii!”

Vrijdag 6 juli 2012, 13:33
“Hoi.”
(…)
“Ivonne.”
(…)
“Nee, die was ook niet blij nee.”
(…)
“Dat zei je daarstraks ook al. Ik vind twee jaar lang, Louis. Twee jaar, weet je hoeveel dagen dat is? Zevenhonderdzoveel! Ik vind één middag soms al lang.”
(…)
“Dat heb je ook al gezegd, ja. Je hoeft toch niet altijd iedere cirkel rond te maken? Die maken zichzelf wel rond. Daar zijn het cirkels voor.”
(…)
“Ik dacht gewoon dat we een afspraak hadden…”
(…)
“Ik huil niet!”
(…)
“Niet zo klef, Louis, alsjeblíeft! Ik sta bij de vleesboetiek.”
(…)
“Gehakt. Mager. Drie ons.”
(…)
“Nee, dat was niet tegen jou. Ik zei toch al dat ik bij de vleesboetiek stond? Heb je nog iets anders nodig van het dorp?”
(…)
“Je hebt nog zát oranje stropdassen. Van tien jaar terug.”
(…)
“Ik ben niet boos. Niet écht. Wel teleurgesteld, zeg dat maar tegen die Oosterveen. Zullen we dan maar uit eten gaan vanavond? Om het te vieren? Bewaar ik dat gehakt tot een volgende keer.”
(…)
“Nou heb ik het al gekocht. Jezus, zeg dat dan eerder. Nou ja. Waar is dat WK eigenlijk?”
(…)
“En in welke maand is dat?”
(…)
“Nee, ik ben niet boos meer. Ben je een beetje op tijd thuis straks?”
(…)
“Ja, schat, je bént de beste van Noordwijk. En van Zeist. En van Amsterdam. Van alle plekken. Kom nou maar snel weer naar huis, hè.”


Reacties zijn gesloten.