Bij de dokter hangt het onweer in de lucht

In de wachtkamer van de specialist is het even druk als stil: alle stoelen zijn bezet met zwijgende mensen. Foto: Matt Dings

In de wachtkamer van de specialist is het even druk als stil: alle stoelen zijn bezet met zwijgende mensen. Men bladert door een tijdschrift van vorig jaar, bestudeert een medische poster aan de muur, strikt de veters nog eens, inspecteert het horloge, wacht en zwijgt. Het zwijgen is drukkend, alsof er onweer in de lucht hangt. Hier hangt de lucht vol moeilijke verhalen die straks in de spreekkamer van de dokter worden herleid tot diagnoses en recepten.

Ik ken deze afdeling maar al te goed. Vorig jaar kwamen hier een paar cruciale cijfers en letters in mijn leven. Ze sloegen op een groepje cellen dat voor zichzelf was begonnen en er kwade bedoelingen op nahield. De tumor werd in een urenlange operatie verwijderd. Op een paar cellen na, die zich niet lieten pakken. Om die koest te houden, schreef dokter een buikspuit met een gemeen goedje voor.

De eerste injectie had een uitstekend resultaat. Vandaag hoor ik of de vervolgspuit eveneens effectief was. Dat is nogal een kwestie, want als de spuit niet meer werkt, moet ik overschakelen naar nog veel gemenere chemokuren, die niet lang soelaas bieden, waarna experimentele behandelingen resten. Maar bij sommige patiënten blijven de injecties al meer dan tien jaar succesvol.

De specialist drukt me de hand, wijst me een stoel, duikt onder in zijn beeldscherm, vraagt zonder op te kijken hoe het is, reageert niet op het antwoord, roffelt een poosje op zijn toetsenbord en zegt dan toonloos dat het cijfer dat niet mocht stijgen, inderdaad niet gestegen is, zelfs gedaald. Over een half jaar de volgende controle.

Met de schrik vrij voor de rest van het jaar.

Resteert het vervreemdende besef dat een paar minuten in zo’n spreekkamer beslissend zijn voor iemands toekomst. Die paar minuten vormen een luchtledig tussen vroeger en straks. De teerling is geworpen. Top of flop.

En even later staat zo’n patiënt weer buiten, met in zijn rug de prikkende blikken vanuit de wachtkamer, waar men probeert af te lezen of betrokkene een slechtnieuwsgesprek heeft gehad.

Vandaag niet, probeer ik uit te stralen. Taartjes!


Reacties zijn gesloten.