Komrij mislukte op de ‘treurbuis’

komrij

In mijn boekenkast staan Komrij en Kopland broederlijk naast elkaar. Huub Oosterhuis, de derde populaire dichter van Nederland, staat tamelijk ver daar vandaan. Op een apart plankje, bij Toon Hermans.

Komrij en Kopland zijn dood. Oosterhuis leeft nog. Waaruit blijkt dat je als dichter maar het beste in God kunt geloven.

Dat Komrij een speciale band met televisie had, is algemeen bekend. Waar Gerard Reve nog sprak over ‘de verrekijk’, gaf Komrij het televisiekijken een nieuwe dimensie met zijn kwalificatie ‘de treurbuis’. Komrij’s televisiekritieken werkten voor NRC Handelsblad als een magneet. “Elke maand honderd boze abonnees weggelopen en duizend blije abonnees erbij”, zei de toenmalige hoofdredacteur André Spoor. Later zouden Komrij’s kritieken worden gebundeld in Horen, Zien en Zwijgen.

Minder bekend is dat Komrij éénmaal zelf een televisieprogramma heeft gepresenteerd. Dat was in 1979. Over dat programma, met de eenvoudige titel VPRO Talkshow, meldt het archief van Beeld en Geluid: “Satirisch praatprogramma met publiek waarin Gerrit Komrij als Mies Bouwman door anderen vertolkte televisiepersoonlijkheden ontvangt en hen onverbloemd de waarheid zegt over hun aandeel in het aanbod van televisieprogramma’s.”

“De stumperds in het Gooi moeten elke dag de smaak van de karwats proeven”, dat was aanvankelijk het idee. De teksten van de Talkshow waren gebaseerd op wat Komrij eerder in NRC Handelsblad had gedebiteerd. Emile Fallaux, Henk Spaan, Mensje van Keulen, Rogier Proper en vele anderen hebben er als pseudo-gasten aan meegedaan.

Gerrit Komrij als Mies Bouwman, je hoeft het niet gezien te hebben om te begrijpen dat zoiets op een misverstand berust.

Bij mijn weten heeft het programma maar één aflevering geduurd. Daarna is het van de treurbuis gehaald. Komrij moet hebben ingezien dat schrijven en televisie maken verschillende bezigheden zijn en dat wie het ene goed kan, nog niet goed is in het andere. Zijn latere (relatieve) mildheid moet met die mislukking zijn begonnen.

Voor heruitzending van de VPRO Talkshow heeft Komrij altijd toestemming geweigerd. Officieel gaf Komrij geen toestemming “omdat hij niet de indruk wilde wekken ook maar de geringste aspiraties te hebben om zelf bij de televisie werkzaam te willen zijn.” Maar in april van dit jaar maakte hij ineens een uitzondering voor Cultura 24.

Geheel toevallig heb ik die uitzending gezien. Dat Komrij zich ervoor schaamde, begrijp ik wel, zo krukkig was het geheel. Maar dat hij dertig jaar later wel toestemming gaf, begrijp ik ook. De VPRO Talkshow is inmiddels camp geworden, en daarom misschien wel geestiger dan ooit. Was ik zomergast dan zou ik een fragment laten zien.

Over Zomergasten gesproken. Het moet in 1992 of 1993 zijn geweest dat ik redacteur was van Zomergasten. Het idee kwam op om Rudi van den Hoofdakker, alias Rutger Kopland, te vragen als zomergast. Als dichter én als psychiater met achtergrond in de biologie leek hij de ideale gast. Wij maakten de afspraak dat wij elkaar halverwege zouden ontmoeten en met Peter van Ingen reisde ik naar Zwolle, waar wij met Van den Hoofdakker spraken in een cafeetje bij het station.

Hij bleek een bijzonder interessante man te zijn, maar helaas. Op het Journaal na keek Van den Hoofdakker vrijwel nooit televisie. En zo keerden wij onverrichter zaken weer huiswaarts.

Een deel van de aflevering bekijkt u hieronder.

————————

Volg HP/De Tijd ook op Twitter!


Reacties zijn gesloten.