Het ‘Nieuwe Wielrennen’, Herbert?

tour 2012

‘Goedemorgen, dames en heren, vanuit een bewolkt Bagneres de Luchon. Bij u in Nederland schijnt de zon, wij zitten hier in onze… Nou Maarten, waar zitten we in?’

‘In onze truien, Herbert, en we hebben er allebei maar één bij ons.’
‘Ik twee.’
‘O.’

‘Mag je zeggen dat het hier ronduit koud is?’
‘Ja Herbert, dat mag je zeggen. Maar we hebben net de Peyresourde beklommen. Met de auto hoor, dat wel. En toen keek ik op het thermometertje, Herbert en die tikte met moeite de vijf graden aan. Dat worden apocalyptische toestanden als de renners daar straks naar boven moeten.’

‘Ja, want we zijn hier natuurlijk voor de zestiende etappe in de Tour van dit jaar, de etappe die de NOS in zijn geheel zal uitzenden, de koninginnenrit, denk ik. Mag je dat zo zeggen, Maarten?’
‘Dat mag je zeker zeggen, Herbert. En wat ik zo mooi vind: nu kunnen de mensen eens zien hoe godsgruwelijk zwaar dat is, zo’n start.’

‘Mag je zeggen dat de start misschien wel het moeilijkste is van zo’n hele etappe?’
‘Nee.’

‘We zien beelden van de renners die klaarstaan. Valt je iets op Maarten?’
‘Nou, ik zie daar een jongen van de Rabo-ploeg vooraan. Is dat Ten Dam?
‘Het is Sanchez, denk ik. Of Kruijswijk.’
‘Het is in elk geval een Raboman.’

‘Nou ja, wie het ook is: dat duidt op ambitie. Als ik vroeger vooraan stond bij de start, dan wilde ik erbij zijn, dan wilde ik in die eerste ontsnapping zitten. Dan stond ik daar vaak in m’n eentje. Had verder niemand zin. Dat is allemaal anders nu. De belangen zijn zo veel groter.’

‘Is dat dan Het Nieuwe Wielrennen?’
‘…’
‘Het verhaal is bekend: iedereen wil vooraan zitten, iedereen heeft belangen. Want als je vooraan zit, dan zit je kopman op rozen.’
‘Precies. Al blijft het natuurlijk man tegen man.’
‘Ploeg tegen ploeg.’

‘Néééé, Herbert! Hou toch eens op met dat tekentafelwielrennen!’
‘Dat is het wielrennen van vandaag, Maarten!’
‘Ik kan daar niet tegen, ik geloof er niet in. Ik wil het niet.’
‘Mag je zeggen dat alle aanvallen die we zo gaan zien aanvallen-in-dienst zijn?’

‘Toevallig sprak ik vanochtend Pietertje Weening, ons klimmertje uit het Friese Harkema. De springveer. Dat manneke daar. Die belhamel die ons de laatste Nederlandse touretappe bezorgde. Die wilde wel mee zijn vandaag. Ik vroeg hem of dat in iemands dienst zou zijn. Weet je wat ie zei?’
‘Nee.’
‘Dat zei Weening dus ook.’

‘Heel benieuwd wat dat gaat geven straks. Zie ik daar ook Karpets staan, die lange Rus, de Tsaar? Met die blonde manen?’
‘Já, verdómd, dat is Karpets. Wat doet die nou daar? Dit is héél vreemd. Hier begrijp ik niks van.’

‘Sterke vent, Karpets. Op papier tenminste, maar wat zegt dat, halverwege zo’n hectische wedstrijd? Benieuwd wat dat gaat geven zo.’
‘Staat 73e in het klassement, Karpets.’
‘Toch een sterke vent. Tempobeul. Stille man. Halve Spanjaard intussen. Goed renner.’

‘Op bijna anderhalf uur.’
‘Die zit niet lekker in zijn vel hier, in deze ronde.’
‘Op bijna anderhalf uur. Héél vreemd. Dat moeten we misschien eens uitzoeken, hoe dat zit.’
‘Heeft al veel op kop geboord, in dienst van. Hij moet láchen, kijk nou Herbert, hij zit gewoon nog te lachen! We kunnen ieder moment starten en ze zitten nog gewoon grappen te maken. Dit is héél vreemd.’

‘Misschien hoorde hij iets grappigs via zijn oortje. Wat vind je daar eigenlijk van Maarten, die oortjes?’
‘De oortjes vermoorden het fietsen, Herbert. Dat meen ik echt. Dat eeuwige getelefoneer…. Gewoon lekker fietsen, joh!’

‘Dat ben ik helemaal niet me je – een beeld van achteraan het peloton! Daar staat Karsten Kroon. Kijk ‘m staan. Daar staat-ie. Geen goeie Tour, voor onze landgenoot. Maar misschien kiest hij nog een dagje uit.’
‘Vandaag niet hoor. Die gaat nog om z’n moeder zitten roepen. Och jongens, dat is onmenselijk hoor, wat ze vandaag voorgeschoteld krijgen. Dat heb ik nog nóóit gezien, zo’n profiel.’

‘Daar staat de burgemeester. Die gaat zo schieten. Met een pistool. Wat denk je, Maarten?’
‘Ik denk dat ie mist.’
‘En als dat schot klinkt…’
‘Jááááá, dan komt het peloton in een staafmixer. Dat zie je gewoon. Jongens toch.’
‘Ik hoor een schot! We zijn begonnen! Over zeven uur weten wie er hier wint, in Bagneres de Luchon, waar een waterig zonnetje nu toch langzaam door het wolkendek breekt.’
‘Nog zeven uur. Jongens toch.’

————————

Volg HP/De Tijd ook op Twitter!


  • gerard swinkels

    ja lagguh die koffiedikkijkers en de Belzen hebben dit keer maar een keer EVIDENT gebruikt, joehoe,.

  • E Boomen

    Het woordenboek van Herbert Dijkstra c.s.

    Fietsen gaan
    Demarreren gaan
    Klimmen gaan
    Rijden gaan
    Bezig zijn met gaan
    Afdalen gaan
    Zullen gaan
    Ontsnappen gaan

    En in plaats van het vervoegen van het hoofdwerkwoord kun ook eerst gaan of gaat gebruiken. Bijvoorbeeld: hij gaat gaan.