Het grof schandaal van het weer

regen slecht weer kind fites

Het weer is hopeloos, maar niet ernstig. Geen overstromingen, stormen, verwoestende bliksems of allesverlammende orkanen, maar al een hele tijd gewoon Nederlands petweer: ‘wisselend bewolkt met verspreid over het land stevige buien’.

Voor de komende week beloven de weergoden beterschap, maar de werkelijkheid tot nu toe is dat de zomer te weinig zon en te veel regen brengt. Een grof schandaal, vinden we bij de koffieautomaat. Slecht weer drukt op ons gemoed. Een blauwe hemel die elk seizoen van de zomer droomt, óf een loden lucht die zwaar is van ernst, dat maakt het verschil in onze luimen, het verschil tussen licht en donker, zonnig en bewolkt.

Maar nu heb ik even geen zin om mijn humeur te laten bederven door dat gedruil buiten. Allez, als je in een goede bui bent, heeft snertweer ook voordelen. Je kunt er fijne liedjes als Singin’ in the Rain over zingen, of net als J.C. Bloem er eeuwige verzen op declameren: Altijd november, altijd regen, / Altijd dit lege hart, altijd. Het is een onuitputtelijke bron voor de conversatie en het helpt armoedige stukjesschrijvers weer aan een onderwerp.

Regen is een onuitputtelijke bron voor de conversatie.

De avonden worden er sfeervol van, vooral als het donkert en het weer niet meer te zien is, alleen te horen: windvlagen in de schoorsteen, regenspatten tegen de ramen. We steken de lamp aan, schuiven de gordijnen dicht en verheugen ons dat we niet buiten zijn, ‘in weer en wind’, maar binnen in de eigen burcht waar de elementen ons met heerlijke geluiden laten horen dat zij buitengesloten zijn. En er valt geweldig te slapen wanneer de regen tegen de ramen de tijd wegtikt.

Dezer dagen lunchte ik met een vriend, overgehouden aan een totaal verregende kampeervakantie in Zoutelande. Er is weinig zo erg als kamperen in aanhoudende regen, maar die ene avond maakte veel goed. Alsof we uitgedroogd waren, zo gingen de flessen leeg, de wijn, de jenever en het restje cognac; de verhalen daarentegen raakten maar niet op – ze duren na die kletsnatte avond van dertig jaar geleden nog steeds voort.

En een dag of wat terug zat ik met nog een zestal mensen in een sloepje op het water, toen de zon weer eens onderdook en het gestaag ging regenen. Geen nood, zei de bootsman, er waren poncho’s aan boord. Het is nog een heel gehannes om met flinke wind onder zo’n plastic wegwerpcape te geraken, maar toen het eenmaal gelukt was, hád het ook wel wat om als een druipende, wapperende cellofaanmens de elementen te trotseren en onvervaard langs de rietlanden verder te varen.

Op het moment dat we onze heroïsche tocht door de Overijsselse Wieden hadden afgerond en weer aanmeerden te Zwartsluis, klaarde het als bij toverslag op. Dat is óók een fijn aspect van regen: dat die ook weer eens ophoudt. Zoals de Duitse kindertjes zingen: Es regnet, es regnet, es regnet seinen Lauf. / Und wenn’s genug geregnet hat, dann hört es wieder auf.

Kortom: komt goed.

______________
Volg HP/De Tijd ook op Twitter!


  • Felix

    “…….het helpt armoedige stukjesschrijvers weer aan een onderwerp.”
    Ik zeg geen ja. Ik zeg geen nee. Ik zeg geef me nog een Guinness het regent.