Spaanse en Italiaanse toezichthouders zijn helemaal de weg kwijt

Italiaans toezicht door de Carabinieri. Foto: ANP

Maandagochtend werd in Milaan de handel in lokale bankaandelen stil gelegd. De koersen van de grote banken daalden méér dan 5 procent, die van kleinere banken zelfs nog verder. Wat een mietjes. In Nederland kreeg ING op dat moment al klappen van 6 tot 7 procent, niemand dacht er hier aan om de handel in ING stil te leggen.

In de middag kwam het bericht dat de Italiaanse en Spaanse toezichthouders – lees: de regeringen – het short gaan in bankaandelen onmiddellijk verboden, voorlopig voor drie maanden. In Nederland stond ING toen al op een verlies van ruim 8 procent. Hier hoorde je niets over een verbod om short te gaan.

Short gaan betekent dat je er op speculeert dat een aandeel zal dalen. Ik durf de stelling aan dat de markt niet makkelijk – zoals wel gesuggereerd wordt – een aandeel fors en langdurig kan laten dalen als het bedrijf zelf goed draait. Beleggers die short gaan zijn als bloedhonden: ze ruiken dat er iets aan de hand is, de bestuurders van de ondernemingen ontkennen dat uiteraard in alle toonaarden maar als de beleggers winst maken op hun short-positie – omdat die aandelen inderdaad gaan dalen – dan blijkt later meestal dat ze ook gewoon gelijk hadden. Er was iets aan de hand.

Het short gaan in financials was in heel Europa – dus ook in Nederland – toen de bankencrisis uitbrak ook al een tijd verboden. Het heeft toen niet geholpen, bankaandelen gingen door het putje en we weten inmiddels allemaal dat als bankbestuurders zeggen dat er niets aan de hand is, het de hoogste tijd is om de uitgang te zoeken.

Wat Spanje en Italië doen is ook nu een goede reden om uit banken te stappen en er uit te blijven. Daar kan zo’n verbod niets aan veranderen. Die regeringen moeten de verliezen gewoon nemen. Laat banken gerust failliet gaan en concentreer je op een paar relatief sterke exemplaren die je systeem moeten redden.


Reacties zijn gesloten.